MINISTERIE VROM

https://www.minvrom.nl

MIN VROM: Internationaal verzuringsprotocol

Internationaal verzuringsprotocol voor minder luchtverontreiniging

Op 1 december 1999 heeft minister Pronk (VROM) in Göteborg een internationaal verzuringsprotocol ondertekend dat moet leiden tot minder uitstoot van zwaveldioxide (SO2), stikstofoxiden (NOx), ammoniak (NH3) en vluchtige koolwaterstoffen (VOS). Het protocol geeft voor alle Europese landen, de Verenigde Staten en Canada de maximale hoeveelheid stoffen aan die in 2010 mag worden uitgestoten. Voor Nederland is dat 50 kiloton zwaveldioxide, 266 kiloton stikstofoxiden, 128 kiloton ammoniak en 191 kiloton vluchtige koolwaterstoffen. Deze vier stoffen veroorzaken drie belangrijke milieuproblemen: verzuring, overbemesting door stikstof en schade door ozon op leefniveau.

Milieu-effecten
De vermindering van de uitstoot aan luchtverontreinigende stoffen van alle landen gezamenlijk heeft als gevolg dat de zure depositie in 2010 in 50% in plaats van in 60% van de Nederlandse natuurgebieden de kritische grens nog overschrijdt. Deze overschrijdingen zijn bovendien aanzienlijk minder hoog. Wat de vermesting (eutrofiering) betreft is er een langere weg te gaan. In 2010 zal iets minder dan 90% van de ecosystemen nog te veel stikstof ontvangen.
De uitvoering van het protocol is ook van betekenis voor de gezondheid van mensen. Er zullen minder ziektedagen worden opgenomen en ook de gemiddelde levensverwachting zal iets toenemen.

Maatregelen
Naast de emissieplafonds per land geeft het protocol ook eisen voor nieuwe en bestaande industriële installaties en elektriciteitscentrales, voor vracht- en personenauto.s, scooters en motoren. Voor het eerst zijn er in een internationaal protocol verplichtingen vastgelegd voor opslag en onderwerken van mest en nieuwe stallen voor de grote intensieve veeteelt. Milieumaatregelen die in Nederland al gangbaar zijn worden over enkele jaren dus ook in andere landen van kracht. Verplichtingen voor VOS-houdende producten waren nog niet haalbaar. De mogelijkheid om dit later aan het protocol toe te voegen is echter nadrukkelijk open gehouden.

Kosten en baten
De Nederlandse emissieplafonds kunnen voor het overgrote deel worden bereikt met het voorgenomen beleid uit het Nationaal Milieubeleidsplan 3 of door te voldoen aan bestaande richtlijnen van de Europese Unie. Het protocol verhoogt de in Nederland al voorziene jaarlijkse kosten van maatregelen voor de industrie, de landbouw en het verkeer met ca. 10% van 2,43 miljard Euro naar 2,67 miljard Euro.

In opdracht van het ministerie van VROM zijn ook de financiële baten van schonere lucht en minder zure depositie uitgerekend. Met name de vermindering van de effecten op gezondheid (voortijdige sterfte, ziektekosten, verlies aan arbeidsproductiviteit) geeft een aanzienlijke besparing. Daarnaast is er beduidend minder schade aan landbouwgewassen. De meest conservatieve berekeningsmethode levert voor Nederland als geheel 6,10 miljard Euro/jaar aan baten op. De baten overstijgen de kosten dus ruimschoots.

Het nieuwe protocol is tot stand gekomen onder de Convention on Long-range Transboundary Air Pollution van de Verenigde Naties. Nadat deze Convention in 1979 in Genève is aangenomen, is dit het achtste protocol dat is opgesteld. Het protocol staat voor de landen die lid zijn van de UN/ECE tot eind mei 2000 open voor ondertekening. Als 16 landen hebben geratificeerd, is het nieuwe protocol daadwerkelijk van kracht (voor de landen die geratificeerd hebben). Naar verwachting zal dit in 2002 zijn.

EU-richtlijn in voorbereiding
Op de Milieuraad van 13 december wordt een concept-richtlijn voor Nationale Emissieplafonds (NEC-directive) besproken. Binnen de UN/ECE en de EU worden de scenario.s voor minder verzuring, vermesting en ozonvorming op dezelfde wetenschappelijk onderbouwde manier doorgerekend. Een geavanceerd computermodel berekent welke nationale emissieplafonds voor de vier luchtverontreinigende stoffen voor elke EU-lidstaat nodig zijn om voor de EU als geheel de beoogde doelen met de minste kosten te realiseren. Het ministerie van VROM heeft er in Göteborg voor gepleit om de samenwerking tussen de EU en de UN/ECE verder te versterken waar het gaat om de wetenschappelijke voorbereiding van deze internationale afspraken.

Nationaal verzuringsbeleid
De verplichtingen die Nederland in internationaal verband aangaat staan los van de nationale doelstellingen. Het ministerie van VROM voert het project .Evaluatie verzuringsdoelstel-lingen. uit. Dit leidt tot nationale doelstellingen die in het NMP 4 worden vastgelegd. De emissieplafonds in het nieuwe UN/ECE-protocol of in een EU-richtlijn staan hier los van. Beide internationale verplichtingen staan het voeren van een specifiek Nederlands beleid ook niet in de weg. Het NMP 4 wordt in januari 2001 aan de Tweede Kamer aangeboden.

persvoorlichting milieu

Marja van Paassen
070 - 339 39 86

faxnummer
070 339 13 52

01 dec 99 16:13

Deel: ' Internationaal verzuringsprotocol tegen luchtverontreiniging '




Lees ook