Trimbos Instituut

Nieuwsflits

17/99

Interventies in verzorgingshuizen effectief Landelijk project 'Programma's in de GGZ' IOG-regiobijeenkomsten
Tussen de lijnen - Achtergrondstudies bij de Beleidsvisie GGZ
Pilots indicatiestelling forensische psychiatrie Werkdocument over Arbeidsrehabilitatie Colofon

Homepage

Interventies in verzorgingshuizen effectief

Wat zijn de resultaten van inspanningen die erop gericht zijn om het relatief hoge aantal mensen met depressies in verzorgingshuizen te verminderen? Nieuw onderzoek van het Trimbos-instituut wijst uit dat in de huizen waar preventieve interventies plaatsvinden, bewoners minder depressieve klachten hebben, meer initiatief nemen tot contact en een hogere zelfwaardering hebben.

Een aantal preventieafdelingen van GGZ-instellingen heeft de afgelopen jaren een aanbod opgezet om depressieve bewoners te helpen en het personeel bij te scholen in het signaleren van en omgaan met depressie. Het Trimbos-instituut heeft één van deze preventieprogramma's op effect onderzocht. Het onderzoek toont aan dat het merendeel van de bewoners tevreden is met hun leven in het verzorgingshuis. Uitzondering hierop is het tijdgebrek dat zij constateren bij de verzorgenden: er is niet of te weinig tijd om te praten over datgene wat de bewoner bezighoudt. Het blijkt dat bewoners met minder sociale steun, meer eenzaamheidsgevoelens en meer depressieve klachten beduidend minder tevreden zijn dan bewoners die hier geen last van hebben. Aan het onderzoek werkten tien verzorgingshuizen mee, verdeeld over stad en platteland. In vijf ervan hebben Riagg-medewerksters een pakket activiteiten uitgevoerd, dat onder meer bestond uit groepsgesprekken voor nieuwe bewoners, gespreksgroepen voor bewoners met depressieve klachten, gesprekken met leidinggevenden en een cursus voor verzorgenden. 424 bewoners deden aan het onderzoek mee.

Het onderzoeksverslag 'Preventie van depressie in verzorgingshuizen. Evaluatie van een interventieprogramma' werd geschreven door Paula van Lammeren en Bernadette Duzijn. Deze uitgave is te bestellen bij het Trimbos-instituut o.v.v. Trimbos-reeks 99-15 en kost f 30,00.

Paula van Lammeren (030) 297 11 39

Landelijk project 'Programma's in de GGZ'

Op 1 november 1999 is het landelijk project `Programma's in de GGZ' van start gegaan. Het project duurt drie jaar en is erop gericht het veld te ondersteunen bij het ontwikkelen en implementeren van zorgprogramma's. Het wordt in nauwe samenwerking uitgevoerd door GGZ Nederland en het Trimbos-instituut. Naast de investering vanuit GGZ Nederland en Trimbos-instituut in menskracht en middelen heeft VWS f 325.000,-- toegezegd. Voor enkele deelprojecten zal externe financiering worden gezocht bij het NFGV en ZON.

In het eerste projectjaar ligt het accent op het ontwikkelen van een landelijk gedragen denkkader waarmee landelijke uniformiteit wordt beoogd, het opzetten van een goed toegankelijke databank met daaraan gekoppeld een help-desk, en het uitwerken van een voorstel voor onderzoek naar de praktijk van GGZ-programma's. In de periode daarna richten deelprojecten zich op de kwaliteitsverbetering van programma's (op basis van de beschikbare wetenschappelijke kennis en het oordeel van cliënten), op onderzoek naar de invoering en de praktijk van GGZ-programma's en op de condities waaraan de financiering van de GGZ moet voldoen om programmatisch werken te faciliteren.

Aan het einde van het project zullen aanbevelingen voor praktijk, beleid en onderzoek op dit terrein worden geformuleerd.

Projectleiders zijn Eugenie van Rest (GGZ Nederland) en Henk Verburg (Trimbos-instituut). Het projectsecretariaat wordt gevoerd vanuit GGZ Nederland door Ria Landaal (030) 287 33 36.

Henk Verburg (030) 297 11 00, Eugenie van Rest (030) 287 33 35

IOG-regiobijeenkomsten

Het Trimbos-instituut heeft voor het Indicatie Overleg Geestelijke Gezondheidszorg (IOG) eind september en begin oktober drie regionale bijeenkomsten georganiseerd over de voortgang van de invoering van de modelprocedure regionale indicatiestelling die door het IOG is opgesteld. De middagen stonden onder leiding van Bert Holman, voorzitter van het IOG.

Uitgangspunt van de bijeenkomsten was de rapportage over een vragenlijst die was verzonden aan alle 31 zorgkantoren, met vragen over de voortgang in de betreffende zorgkantoorregio's als onderwerp. Uit deze enquête bleek een grote bereidheid om met de modelprocedure te gaan werken, maar men staat over het algemeen nog aan het begin. De regionale overleggen zijn vrij smal opgezet, dat wil zeggen dat ze voornamelijk GGZ-specifiek zijn en dat er niet of nauwelijks vertegenwoordigers van aanpalende sectoren bij het overleg aanwezig zijn. De regio's die al regelmatig overleggen en een bredere samenstelling van het overleg hebben, volgen daarbij over het algemeen ook de modelprocedure. Opvallend was dat de cliënteninbreng in veel regio's het sluitstuk van de operatie dreigt te worden. Hoewel men in alle regio's cliënten(vertegenwoordiging) betrekt in de overleggen, zijn er in een minderheid van de regio's waarborgen voor de invloed van cliënten op de individuele indicatiestelling gecreëerd. Naast de procedurele voortgang van de invoering, is in de enquête ook gekeken naar de inhoudelijke stappen die men inmiddels heeft gezet. Ook hier blijkt dat men in de kortdurende circuits voor volwassenen en ouderen aan het begin staat met zaken als het indiceren voor het totale regionale hulpaanbod (zowel GGZ als niet-GGZ).

De discussie met de zaal ging over de tijdens de bijeenkomsten kort gepresenteerde bevindingen van het hierboven besproken rapport en de uitkomsten van een onderzoek naar de invoering van het protocol voor langdurig zorgafhankelijken. In de zaal waren cliënten, hulpverleners en beleidsmedewerkers aanwezig. Van de drie bijeenkomsten is een verslag gemaakt dat wordt verwerkt in een binnenkort te verschijnen artikel waarin de resultaten van de enquête worden gecombineerd met de resultaten van een onderzoek naar de baten van geïntegreerde indicatiestelling. Het rapport `Werk in invoering. Over de voortgang van de invoering van de modelprocedure indicatiestelling in de geestelijke gezondheidzorg' (J.S. Kerseboom en H.J. Wennink) is voor f 20,- te bestellen bij het Trimbos-instituut (030) 297 11 00 o.v.v. bestelcode AU 0142.

Secretariaat IOG: Ineke Kok, Gabriëlle Kaspers (030) 297 11 00

Tussen de lijnen - Achtergrondstudies bij de Beleidsvisie GGZ

In de brief Geestelijke Gezondheidszorg van 24 juni 1997 constateerde de minister van VWS dat er sprake is van een snel stijgende vraag naar GGZ-hulp en dat voorzien wordt dat deze tendens zich de komende jaren voortzet. De versterking van de poortwachtersfunctie van de huisarts en indien nodig een snelle efficiënte doorsluizing van patiënten naar de tweedelijns Ambulante GGZ (AGGZ) worden als belangrijkste oplossingen geformuleerd. Op verzoek van het ministerie van VWS is onderzocht hoe in de afgelopen decennia de relatie tussen de eerstelijns gezondheidszorg (ELGZ) en de AGGZ zich heeft ontwikkeld. In deze overzichtsstudie is deze relatie op drie manieren bekeken.

In de eerste plaats zijn de ontwikkelingen in het overheidsbeleid onderzocht. Geconcludeerd wordt dat het overheidsbeleid van de afgelopen 25 jaar ertoe heeft geleid dat een overzichtelijke en samenhangende GGZ-structuur is ontstaan en een eerstelijnszorg die aanzienlijk minder verbrokkeld is dan 25 jaar geleden. De samenhang tussen de twee echelons is daarentegen eerder zwakker dan sterker geworden, ondanks het feit dat dit regelmatig aandachtspunt in het overheidsbeleid was.

Vervolgens is een analyse uitgevoerd van de ontwikkelingen in vraag en aanbod, ofwel volumegroei in de ELGZ en de AGGZ. Het aanbod in de ELGZ is de afgelopen 10 jaar nauwelijks gegroeid en het aantal GGZ-contacten is vrij constant gebleven. Een uitzondering vormt het grotere aanbod van eerstelijns psychologen, maar van het totale hulpverleningsaanbod (nog) slechts een fractie uitmaken. In de AGGZ is een toenemende groei te zien geweest met een daarmee overeenkomende toename van het aantal contacten. Uit onderzoek naar samenwerking en afstemming tussen ELGZ en AGGZ komen steeds dezelfde knelpunten naar voren: moeilijkheden in de communicatie, bureaucratie van de AGGZ, slecht geïndiceerde verwijzingen door de huisarts, etc. Ook uit recent uitgevoerd onderzoek blijkt dat er op dat terrein nog niet veel is veranderd. Wat betreft de kwaliteit van de zorg en de huisarts als poortwachter, blijkt training wel tot kwaliteitsverbetering te kunnen leiden, maar de resultaten van diverse studies zijn niet eenduidig.

De conclusie die op basis van het rapport getrokken kan worden is dat het overheidsbeleid gericht op versterking van de eerste lijn en afstemming tussen ELGZ en AGGZ niet het succes heeft opgeleverd dat men ervan had verwacht. Verschillende factoren kunnen daarvoor verantwoordelijk zijn, zoals de verschillende financieringsvormen van eerste en tweede lijn, de zelfstandige positie van de huisartsen, de volstrekt verschillende manier waarop er naar psychische problemen wordt gekeken en het echeloneringsmodel dat met name geschikt is voor acute aandoeningen.

Het formuleren van beleid zonder dat aan concrete voorwaarden voor financiering en organisatie van de zorg wordt voldaan, lijkt dan ook onvoldoende om werkelijke veranderingen te bewerkstelligen. Het rapport `Tussen de Lijnen' is geschreven door Kees de Rijk, Peter Verhaak, Wim de Vries, Bea Tiemens en Giel Hutschemaekers. Het rapport kost f 30,- en is te bestellen bij het Trimbos-instituut (Trimbos-reeks 99-3).

Bea Tiemens, Wim de Vries (030) 297 11 00

Pilots indicatiestelling forensische psychiatrie

Onlangs is het Trimbos-instituut in opdracht van het ministerie van VWS begonnen met het begeleiden van enkele pilots in de forensische psychiatrie. Hoofddoelstelling van deze pilots is om te komen tot een objectieve, transparante en tegelijkertijd praktische procedure voor indicatiestelling en plaatsing van forensisch-psychiatrische patiënten (conform het model van het Indicatie Overleg Geestelijke Gezondheidszorg (IOG). Het betreft zowel de plaatsing van gedetineerden met ernstig psychische problemen in het gevangeniswezen naar de GGZ, als het doorstromen van TBS-gestelden aan het eind van hun behandeling naar GGZ-voorzieningen.

In overleg met het ministerie van Justitie en de forensisch-psychiatrische diensten is besloten de pilots uit te voeren in de hofressorts Arnhem en Amsterdam. In de pilots zal gebruik worden gemaakt van een screeningsinstrument dat in opdracht van de ministeries van VWS en Justitie is ontwikkeld door de Werkgroep medisch noodzakelijke zorg. Ook zal zoveel mogelijk worden aangesloten bij de reeds bestaande indicatiecommissies voor langdurig zorgafhankelijken. In beide regio's zullen ten eerste de patiëntenstromen van justitie naar GGZ in kaart worden gebracht en gesprekken worden gevoerd met de betrokken partijen. Daarna worden indicatiecommissies samengesteld in de pilotregio's en wordt het screeningsinstrument `medisch noodzakelijke zorg' getoetst (en additioneel eventueel de vragenlijst van het protocol langdurig zorgafhankelijken) aan de hand van recente casuïstiek. De geformeerde indicatiecommissies in de pilotregio's zullen op basis van de schriftelijke informatie discussiëren over de noodzaak en mogelijkheden voor overplaatsing. Zij doen ook aanbevelingen voor het verbeteren van screeningsinstrumenten en procedures. Bij een gunstig oordeel kan in de pilotregio's worden begonnen met de nieuwe werkwijze. Daarna komt de landelijke invoering in beeld.

De pilots worden begeleid door Ella Broers van het Trimbos-instituut en een breed samengestelde stuurgroep, bestaande uit vertegenwoordigers van de ministeries van VWS en Justitie, de IGZ, de Stichting Reclassering Nederland, de FPD's, de penitentiaire inrichtingen, de TBS-klinieken, GGZ Nederland en enkele GGZ-instellingen.

Ella Broers (030) 297 11 00

Werkdocument over Arbeidsrehabilitatie

Op 22 april 1999 organiseerden het Trimbos-instituut en GGZ Nederland in opdracht van VWS een invitational conference over arbeidsrehabilitatie van mensen met ernstige psychische- of verslavingsproblemen. Waarom deze conferentie? In de jaren '90 is de maatschappelijke aandacht voor de arbeidsrehabilitatie van voornoemde groepen sterk toegenomen. Het aantal werkprojecten en arbeidstoeleidingsprogramma's groeide. Toch zijn de resultaten wat betreft de integratie van voornoemde groepen in het gewone arbeidsproces nog bescheiden. De conferentie had tot doel om vast te stellen wat er komende jaren moet gebeuren om hierin verandering aan te brengen.

Ter voorbereiding op de conferentie is door het Trimbos-instituut een werkdocument opgesteld dat diende als discussiestuk. Op grond van de conferentie is het werkdocument aangepast. Het document geeft inzicht in de state-of-the-art van de arbeidsrehabilitatie en is bruikbaar voor ieder die snel op de hoogte wil zijn van de jongste ontwikkelingen.

In het werkdocument gaan de auteurs in op de relatie tussen genoemde groepen cliënten en betaalde arbeid en beschrijven zij de stand van zaken in de kennis over de werkzame factoren in de arbeidsrehabilitatie. Vervolgens schetsen zij een aantal belangrijke ontwikkelingen in het aanbod (zoals de opkomst van consumer run projecten) en sommen zij een groot aantal knelpunten op (van knelpunten in het regionale voorzieningenaanbod tot en met knelpunten in de landelijke wet- en regelgeving). Tot slot doen zij suggesties voor oplossingen voor de gesignaleerde problemen. Zij pleiten onder andere voor de oprichting van een landelijke initiatiefgroep arbeidsrehabilitatie. Deze, bij voorkeur kleine, initiatiefgroep, bestaat in ieder geval uit vertegenwoordigers van de ministeries van VWS en SZW, cliëntenorganisaties en arbeidsrehabilitatiepraktijk. De initiatiefgroep moet onder andere onderzoeken hoe de interdepartementale samenwerking tussen de ministeries van VWS en SZW verbeterd kan worden en moet de voorbereidingen treffen voor de oprichting van een landelijk platform voor arbeidsintegratie van genoemde cliënten.

De publicatie met als titel: 'Het werkdocument: een verkenning van de arbeidsmogelijkheden van mensen met ernstige psychische en verslavingsproblemen' van H. Michon en J. van Weeghel, is voor f 15,-- verkrijgbaar bij het Trimbos-instituut o.v.v. nr. AU 137 'Het werkdocument'.

Harry Michon, Jaap van Weeghel (030) 297 11 00

17|99 Nummer 17, november 1999

Colofon

Het Trimbos-instituut is een onafhankelijk landelijk kenniscentrum met als doel de geestelijke gezondheid van mensen te bevorderen.

Nieuwsflitsen voorzien managers en beleidsmakers in de GGZ en verslavingszorg kort en bondig van nieuwe kennis, producten en diensten. Mag vrijelijk gekopieerd worden.

Redactie

Erik Fromberg, verslavingszorg
Henk Verburg, werkterrein GGZ
Marcel Vergeer, actualiteit
Adreswijzigingen s.v.p. sturen naar Secretariaat sectie Communicatie

Belangrijke (030) telefoonnummers

Bibliotheek 030 297 11 17
Bij geen gehoor 030 297 11 77
Helpdesk Regionale GGZ 030 297 11 41
Helpdesk Landelijke Steunfunctie Preventie, verslaving en middelengebruik (LSP) 030 297 11 51
Landelijke Ondersteuning Preventie (LOP-GGZ) 030 297 11 45 Mediatheek 030 297 11 13
Bestellingen 030 297 11 00

Trimbos-instituut Netherlands Institute of Mental Health and Addiction

Da Costakade 45
Postbus 725 3500 AS Utrecht
Telefoon (030) 297 11 00
Fax (030) 297 11 11

Homepage

Het Copyright ©1998 van deze WWW-pagina's berust bij het Trimbos-instituut, Utrecht

Deel: ' "Interventies in verzorgingshuizen effectief" '




Lees ook