Ministerie van Defensie


Brieven van de minister/staatssecretaris van Defensie aan de Eerste/Tweede Kamer der Staten-Generaal

Aan: de Voorzitter van de Vaste Commissie voor Defensie van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Ons nummer M 99001497

Datum 23 maart 1999

Onderwerp Tweede jaarrapportage project Luchtverdedigings- en Commando- fregatten (LCF)

Hierbij bied ik u in bijlage aan de tweede jaarrapportage van het project Luchtverdedigings- en Commandofregatten (LCF). De eerste jaarrapportage is u gelijktijdig met de basisbeschrijving LCF op 18 maart 1998 is aangeboden (Kamerstuk 25 800 X nr. 3). Deze tweede rapportage beschrijft de stand van zaken per 1 januari 1999 met betrekking tot de ontwikkeling en de verwerving van de onderdelen van het luchtverdedigingssysteem, de overige Sewaco-systemen, het platform en de platformsystemen. De informatie over het projectbudget wordt u gelijktijdig in een commercieel-vertrouwelijke brief aangeboden.

DE STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE, H.A.L. van Hoof

TWEEDE JAARRAPPORTAGE LUCHTVERDEDIGINGS- EN COMMANDOFREGATTEN PER 1 JANUARI 1999

Inleiding

Met de brief TK97000126 van 7 mei 1997 heeft de Tweede Kamer der Staten-Generaal de verwerving van de Luchtverdedigings- en Commandofregatten aangemerkt als "Groot Project" en de Vaste Commissie voor Defensie van de Tweede Kamer belast met de uitvoering van de procedureregeling grote projecten. Op 18 maart 1998 is de basisbeschrijving en de eerste jaarrapportage luchtverdedigings- en commandofregatten (Kamerstuk 25 800 X nr.3) aan de voorzitter van de Vaste Commissie voor Defensie van de Tweede Kamer der Staten-Generaal aangeboden. Deze tweede jaarrapportage, over het jaar 1998, sluit aan op de eerste en gaat uit van de basisbeschrijving.

Algemeen

Het LCF-project betreft de bouw en de levering van vier luchtverdedigings- en commandofregatten van de "De Zeven Provinciën"- klasse voor de Koninklijke marine, inclusief de daarbij behorende Sewaco- en platformsystemen en de boordreservedelen. De vier schepen vervangen de beide Tromp-klasse geleidewapenfregatten en twee standaardfregatten van de Kortenaer-klasse. De kiellegging van het naamschip van de nieuwe klasse heeft op 1 september 1998 plaatsgevonden bij de Koninklijke Schelde Groep (KSG). Het projectteam LCF is belast met de uitvoering van dit project.

Deze jaarrapportage gaat achtereenvolgens in op het luchtverdedigingssysteem, de overige Sewaco-systemen, het platform en de platformsystemen. Aan het einde komen de planning en de financiën aan de orde.

Het luchtverdedigingssysteem

Zoals vermeld in de basisbeschrijving LCF wordt de kern van het luchtverdedigingssysteem van de fregatten gevormd door het "Local Area Missile System" (LAMS), bestaande uit de "Active Phased Array Radar" (APAR), het lange afstand infrarood zoek- en volgsysteem "SIRIUS" en het "Evolved Sea Sparrow Missile" (ESSM). Voor luchtwaarschuwing op lange afstand wordt het LAMS aangevuld met de Smart-L radar. Het Amerikaanse Standard Missile 2 (SM-2) wordt aan het LAMS toegevoegd voor de verdediging tegen luchtdoelen op middellange afstand. Met het "Vertical Launching System" (VLS) MK41 kunnen zowel ESSM- als SM-2 projectielen worden gelanceerd. Ten slotte wordt er een "Quad-Pack" canister ontwikkeld die het mogelijk maakt in één cel van het MK41-systeem vier ESSM-projectielen te plaatsen.

De stand van zaken bij de onderdelen van het
luchtverdedigings-systeem, de onderlinge integratie en de verwerving van de boordsystemen is als volgt.

Active Phased Array Radar (APAR).

De ontwikkeling van APAR maakt deel uit van het LAMS-project. De productie van het prototype, bestaande uit één APAR-plaat, is vrijwel gereed. De verdere ontwikkeling is voornamelijk gericht op de verbetering van de software en op systeemkwalificaties. Zodra het prototype is geïnstalleerd op de "Land Based Test Site" te Den Helder, wordt een uitgebreid test- en evaluatieprogramma uitgevoerd.

De verwerving van APAR maakt deel uit van het LCF-project. Met de brief van 21 oktober 1998 (Kamerstuk 25 800 nr. 5) is de Kamer geïnformeerd over de voltooiing van het verwervingstra-ject voor de vier boordsystemen. Het contract met de firma Hollandse Signaalapparaten (Signaal) in Hengelo is op 9 december 1998 getekend. Het eerste APAR-systeem zal aan Duitsland worden geleverd. Het eerste Nederlandse systeem zal in 2001 worden geleverd, de overige systemen worden vervolgens om het half jaar geleverd aan Nederland en Duitsland. Dit schema is afgestemd op de bouwprogramma's van de Nederlandse en Duitse fregatten.

Long Range Infrared Search en Tracking systeem (LR-IRST) SIRIUS.

De ontwikkeling van SIRIUS is eveneens een onderdeel van het gerelateerde LAMS-project en wordt in samenwerking met Canada uitgevoerd. De firma Signaal treedt op als hoofdaannemer. Zoals in de eerste jaarrapportage is gemeld, zou Canada een computer (de "Next Generation Signal Processor" (NGSP)) voor het signaalverwerkend systeem leveren. Door technische en financiële problemen is Canada hiertoe niet in staat gebleken. In overleg met Canada wordt door Signaal onderzocht of er een commercieel alternatief is. Dit onderzoek is nog niet gereed. Dit risico is niet van invloed op de voortgang van de bouw van de schepen.

De verwerving van SIRIUS, wat een onderdeel vormt van het LCF-project, is nu voorzien voor 2002 in plaats van 2000, zoals in de eerste jaarrapportage werd verondersteld. Indien de levering van SIRIUS in 2002 niet kan worden gehaald, is dit van invloed op dat deel van de hardware/software integratie waarbij dit systeem betrokken is.

Evolved Seasparrow Surface Missile (ESSM).

Ook de ontwikkeling van het ESSM maakt deel uit van het project LAMS. Het ESSM is een verdere ontwikkeling van het "Nato Sea Sparrow missile" dat aan boord van alle fregatten van de Koninklijke marine wordt gebruikt. In het kader van deze ontwikkeling is onlangs een eerste proeflancering succesvol verlopen. Daarbij is gebleken dat nog een aantal aanpassingen nodig is, waaronder de "auto-pilot" van het missile. Dit heeft echter geen invloed op de voortgang van het LCF-project. De ESSM's zullen naar verwach-ting eind 2002 beschikbaar komen.

SMART-L. SMART-L is een CODEMA-ontwikkeling. De beproevingen aan de wal van het "Pre-Production Model" (PPM) zijn succesvol verlopen. Inmiddels is dit model tijdelijk geïnstalleerd aan boord van Hr.Ms. Tromp voor beproevingen op zee. Na deze beproevingen wordt het model geïnstalleerd op de "Land Based Test Site" te Den Helder.

Met de brief van 1 december 1997 (Kamerstuk 25 800 X nr.1) is de Kamer geïnformeerd over de afronding van de verwervings-voorbereiding van SMART-L. Na de beantwoording van de schriftelijke kamervragen (Kamerstuk 25 800 X nr. 2 van 9 februari 1998) is op 24 februari 1998 het contract met de firma Signaal voor de levering van de vier boordsystemen getekend. De verwerving van de systemen maakt deel uit van het LCF-project. De systemen zullen volgens schema worden geleverd.

VLS MK41 en Quad-Pack.

Zoals in de eerste jaarrapportage is gemeld, zijn de bestellingen van de VLS MK41-systemen reeds geplaatst. De productie van deze verticale lanceersystemen verloopt volgens plan. De ontwikkeling van de "Quad-Pack" canister ligt eveneens op schema.

SM-2.

De ontwikkeling van de aanpassingen van het Standaard Missile 2 (SM-2), noodzakelijk om samenwerking met APAR mogelijk te maken, verloopt volgens schema en loopt daarmee in de pas met de ontwikkeling van het luchtverdedigingssysteem van de schepen.

AAW.

De ontwikkeling van het "Anti Air Warfare" (AAW) segment van het luchtverdedigingssysteem verloopt volgens schema. Vanaf midden 2000 zullen op de "Land Based Test Site" te Den Helder beproevingen op systeemniveau plaatsvinden, waarbij gebruik zal worden gemaakt van de eerder genoemde APAR- en Smart-L prototypes.

De overige Sewaco-systemen De voortgang van de verwerving van de overige Sewaco-systemen die aan boord van de schepen geïnstalleerd worden, verloopt als volgt.

Zoals is uiteengezet in de brief van 25 juni 1998 naar aanleiding van de vragen over de basisbeschrijving en de eerste jaarrapportage (Kamerstuk 25 800 X nr. 4), is ten behoeve van de onderzeebootbestrijding op 31 maart 1998 het contract voor de Hull Mounted Sonars ASO 94-01 met de firma STN ATLAS gesloten. Hiermee is aangesloten bij de sonarkeuze van het Duitse F124-project.

In dezelfde brief is vermeld dat op 27 mei 1998 de eerste veertien subsystemen van het informatieverwerkend systeem zijn aanbesteed bij de firma Signaal. De overige subsystemen, waaronder de "Commercial Off The Shelf" (COTS) apparatuur zoals computers en beeldkasten, worden in de komende jaren besteld. De relatief korte levertijd van COTS-apparatuur maakt het mogelijk over de nieuwste versies te beschikken.

Op 8 december 1998 is het contract voor het Elektronische Oorlogvoeringssysteem (EOV-systeem) geplaatst bij de firma RACAL. Het EOV-systeem bestaat uit twee hoofdonderdelen: het radarontvang- en peilsysteem en het radarstoorsysteem. De contractonderhandelingen hebben iets langer geduurd dan in de eerder genoemde brief van 25 juni 1998 werd voorzien. Dit heeft niet geleid tot een aanpassing van het afleverschema.

Naast de grotere Sewaco-systemen is gedurende het jaar 1998 een aantal kleinere contracten gesloten. Dit betreft onder meer navigatieradars, kompassen en identificatiesystemen (IFF).

Het platform en de platformsystemen

De KSG is verantwoordelijk voor de bouw van het platform en de verwerving van de platformsystemen. In 1998 heeft de KSG onder meer de volgende belangrijke contracten gesloten: het conserveringssysteem bij de firma Schalenkamp, de dekbedekking bij de firma Bolidt Kunststoftoepassing B.V. en het helikopter transport systeem bij de firma Directión Construction Naval (DCN).

Veel aandacht is besteed aan het ontwerp en de verwerving van de navigatiebrug. In samenwerking hebben de Koninklijke marine en TNO/Technische Menskunde een ergonomisch verantwoord ontwerp gemaakt. Vervolgens is dit ontwerp getoetst aan de UNIMAC 2000 brug van de firma IMTECH (voorheen van Rietschoten & Houwens). Uiteindelijk heeft dit in februari 1998 geresulteerd in een bestelling door de KSG bij IMTECH van een aangepaste UNIMAC 2000 brug.

De productie-engineering van het schip is in volle gang en zal, zoals voorzien, doorgaan tot in het jaar 2000. Het systeemont-werp is voor ongeveer 90 procent gereed en zal naar verwachting in het eerste kwartaal van 1999 voltooid worden. Het vervaardigen van de productietekeningen verloopt volgens plan.

Planning

Op 2 maart 1998 is, conform de in het contract overeengekomen "masterplanning", begonnen met de productie van het eerste schip. De schepen worden door middel van de blokkenbouwmethode geproduceerd. Er zijn 39 blokken per schip. Op 1 september 1998 heeft de secretaris-generaal van het ministerie van Defensie de kiel gelegd van het eerste LCF door het derde blok te plaatsen. Inmiddels zijn in het overdekte dok bij de KSG vijf blokken geplaatst. De productie verloopt volgens plan.

Het schema is ten opzichte van de vorige jaarrapportage ongewijzigd. De mijlpalen zijn als volgt gepland:

De Zeven Provinciën Tromp De Ruyter Evertsen
Proeftoch

2001

2002

2003

2004

Oplevering

2002

2003

2004

2005

Na de oplevering in respectievelijk 2002 en 2003 zijn LCF-1 en LCF-2 in eerste instantie beschikbaar voor hardware/software integratie en vervolgens voor de technische en operationele evaluatie.

Financiën

Het samengestelde projectbudget bedraagt per 1 januari 1999 f 3.195,4 miljoen voor de nieuwbouw en f 94,3 miljoen voor de walreservedelen (beide prijspeil 1998). De verandering ten opzichte van de cijfers in de eerste jaarrapportage is het gevolg van prijspeilaanpassingen en valutakoersveranderingen.

Voor verdere financiële informatie wordt verwezen naar de commercieel vertrouwelijke brief bij deze tweede jaarrapportage.

Deel: ' Jaarrapportage Luchtverdedigings- en Commando- fregatten '




Lees ook