Koninklijk Horeca Nederland

Jaarrede 1999 S.J. Geenemans, voorzitter Koninklijk Horeca Nederland, uitgesproken tijdens de Jaarvergadering van de Ledenraad op 1 juni 1999

S.J Geenemans, voorzitter Landelijk Bestuur Koninklijk Horeca Nederland Geachte gasten, leden van de Ledenraad, dames en heren, Hartelijk welkom op de jaarvergadering van Koninklijk Horeca Nederland.

Wij hebben voor vandaag in dit ochtendprogramma een onderwerp gekozen, dat u – van nature - absoluut niet boeit. Het houdt u wel bezig. En zeer waarschijnlijk meer dan u lief is. Het ketent u zelfs aan een bovenmatige hoeveelheid administratieve arbeid, omdat ondanks alle vrome voornemens van de overheid de papierberg voor ondernemers, en daar heb ik het natuurlijk over, in dit land alleen maar groeit.

In het Magazine FEM/De Week konden wij begin mei lezen waarom: de deregulering is een leugen. Onderzoek van dit blad wees uit, dat de overheid de ontwikkeling daarvan zélf in ieder geval niet bijhoudt. Vervolgens heeft het blad op eigen initiatief staatsbladen in centimeters en wetten in aantallen gemeten. En daaruit blijkt dan, dat die centimeters en aantallen wetten nog tot aan 1997 aanzienlijk zijn toegenomen.

In 1998 lijkt zich een dip af tekenen, maar dat hoort volgens de onderzoekers traditioneel bij de start van een nieuw kabinet.

En dan hebben we het natuurlijk nog niet over het enorme aantal handelingen en invul-oefeningen - waarvan vele dubbel - waarmee ondernemers zich bezig moeten houden om lagere overheden in hun informatie-behoefte te bevredigen. U mag van mij aannemen: de ergernis hierover is groot. Zó groot zelfs, dat het ons verleidt tot kunstzinnige uitspattingen. Ik verwijs u daarvoor na afloop van deze inleiding naar ons Theater van Wanhoop en Onbegrip, waarin wij op ludieke wijze gestalte hebben gegeven aan deze administratieve lastpak.

Je kunt als kabinet, dames en heren, succes op dit terrein natuurlijk ook moeilijk volhouden als voor-bereidend onderzoek van de Commissie Administratieve Lasten, die het kabinet straks adviseert, aantoont dat de kosten van deze belasting in de periode 1993 tot 1998 zijn gestegen van 13 miljard tot ruim 17 miljard gulden. Bij het midden- en kleinbedrijf is dat gemiddeld bijna 20% van de brutowinst.

Koninklijk Horeca Nederland maakt zich thans sterk om deze bron van ergernis met zeker 25% terug te dringen. En we roepen dat niet alleen, we pakken het ook concreet aan en participeren daarom met veel energie in het proeftraject in Delft, waar juist vorige week daadwerkelijk is begonnen met het 1 loket-systeem.

We verwachten daarmee in september klaar te zijn, zodat onze bevindingen op dat moment ook onderdeel kunnen zijn van het advies van de Commissie Slechte aan het kabinet.

Behoudens Delft staan op dit moment nog zeven andere gemeenten, waaronder Maastricht en Zwolle, in de startblokken om eenzelfde project in uitvoering te nemen. Op basis van de gegevens, die uit al deze initiatieven voortkomen, zullen wij eind dit jaar een adviesmodel ontwikkelen, waarmee wij vervolgens in het gehele land de papieren reus te lijf zullen gaan.

Ondernemers, dames en heren, zijn nu nog gemiddeld 11 uur per week kwijt aan de uitvoering van admini-stratieve regelgeving en die tijd kunnen zij, zeker in onze bedrijfstak, beter aan hun kerntaken besteden.

En dat is absoluut nodig, want op basis van de huidige cijfers verwachten wij, dat de noodzakelijke groei van het bedrijfsresultaat dit jaar terugvalt van gemiddeld 8% in 1998 naar 3 ¾% in 1999. En het ondernemersloon moet hier nog van af.

Uit cijfers van het Bedrijfschap Horeca en Catering blijkt, dat er in sommige sectoren, waaronder logies, in het eerste kwartaal van 1999 weliswaar nog flink is geplust, maar in de loop van 1999 zal de afzwakking van de economische groei ook daar zichtbaar zijn.

De verschillen tussen de sectoren zijn overigens enorm. Bij de drankverstrekkers, waar de prijzen het sterkst stegen, groeide het volume in het eerste kwartaal nauwelijks: een plus van 1,3%. Het volume bij de hotels, waar de prijzen ook méér dan gemiddeld aantrokken, groeide in deze periode met 4,8%; dat is ruim drieënhalf maal zoveel als bij de drankverstrekkers.

Laagste omzetgroei in dit eerste kwartaal zat bij de maaltijdverstrekkers, maar deze sector had vorig jaar in dezelfde periode ruim 10% geplust. En daar boks je in een nieuw jaar natuurlijk moeilijk tegenop. Hoewel van rampen geen sprake is, moet je niettemin constateren, dat in bedrijfstakbrede zin de hoopvolle ontwikkeling van 1998 niet doorzet.

Het niveau van ons peiljaar 1989 dat wij hanteren om over een reeks van jaren de ontwikkeling van onze bedrijfsresultaten te meten, wordt voorlopig dan ook nog niet benaderd.


*
Bij een economie, dames en heren, die zo beweeglijk is als de huidige, is het meer dan ooit van belang de vaste lasten in de bedrijfsvoering maximaal te kunnen drukken. Dat betekent flexibele inzet van personeel, waarvoor in onze jongste cao nieuwe mogelijkheden zijn geschapen, maar ook de beheersing van bijvoorbeeld financieringskosten.

Koninklijk Horeca Nederland vindt, dat aan de bedrijfsrendementen binnen de horeca een goede dienst wordt bewezen als ondernemers zich voor hun investeringen wenden tot professionele geldverstrekkers en zich niet laten verleiden tot financiële banden met anderen, die kostbare, gedwongen winkelnering genereren. Wij zetten ons in voor een heroriëntatie op dit terrein en zijn, zoals u weet, de discussie met geldverstrekkers inmiddels aangegaan.

Er zijn, dames en heren, dus nogal wat externe invloeden, die ons bij een aanpassing van beleid het leven best zouden kunnen vergemakkelijken, maar het zijn zeker niet de enige.

Wij zullen als ondernemers ook bereid moeten zijn aan zelfkritiek te doen, onszelf een spiegel voor te houden. Dus: verbeter je bedrijf en begin bij jezelf. Een eenvoudig principe, dat zich in de praktijk echter beduidend minder eenvoudig laat vertalen.

En om juist die slag naar de praktijk succesvol te kunnen maken, is een tijd geleden binnen de sector IJsfrica gestart met het inmiddels befaamde project Hoger Rendement Cafetaria, dat vooral door zijn individuele aanpak groot draagvlak heeft verworven. En ook binnen onze vereniging is succes aanstekelijk, want sindsdien is de formule van dit project als een olympische fakkel ook aan andere sectoren doorgegeven.

Om dit initiatief binnen het bereik te brengen van zoveel mogelijk leden, zullen wij binnenkort overgaan tot de oprichting van de Stichting Hoger Rendement Horeca. Deze stichting bewaakt de succesformule van alle Hoger Rendement-projecten, zal de marketing centraliseren en alle krachten en middelen bundelen, die nu nog per sector worden ingezet.

De Hoger Rendement-projecten, dames en heren, zijn zo succesvol, omdat de traditionele vorm van cursorisch trainen hier volledig is losgelaten. Het is ook eigenlijk geen training, maar een tijdelijk partnership, waarin een ondernemer en een begeleidend ondernemer een tijdje gezamenlijk optrekken. En die basisgedachte, ondernemers samenbrengen en van elkaar laten leren, zit ook achter de gedachte van ons Bedrijf om later dit jaar met vakgroepen te starten.

We zijn het nog aan het uitwerken, maar in grote lijnen is de bedoeling om exclusief voor leden gelijkgestemde ondernemers, bijvoorbeeld uit dezelfde sector, op regionale basis samen te brengen om informatie, cijfers en ideeën uit te wisselen. De bedoeling is, dat leden in groepen van ca. 10 in elkaars bedrijven bijeenkomen en onder leiding van een collega een bepaald onderwerp in de bedrijfsvoering, dat bij hen actueel is, met elkaar bespreken. In de loop van de herfst zullen wij hiervoor een proeftraject starten.

Wij hopen met al deze activiteiten de individuele onder-nemer, maar zeker ook de bedrijfstak een dienst te bewijzen. Wij zijn er immers, zo vind ik, zowel voor de een als voor de ander.

Zo maakt onze verantwoordelijkheid voor de bedrijfstak, dames en heren, van ons een actief participant in de campagne, die tot doel heeft consumenten en verkopers van alcohol, dus ook slijters en andere verkooppunten, nog eens nadrukkelijk te wijzen op de wettelijk voorgeschreven leeftijdsgrenzen.

Ik steun die campagne overigens vooral uit de over-tuiging, dat regelend ingrijpen van de minster op dit terrein niet méér kan opleveren dan waartoe wijzelf ook in staat moeten zijn. Als wij het met z’n allen willen, kan de administratieve lastenverlichting vandaag hier dus al beginnen.

Het onderwerp alcohol, dames en heren, leidt mij - helaas - onvermijdelijk ook naar het onderwerp misbruik en het vaak daaraan gekoppelde zinloos geweld op straat. Ik ben mij ervan bewust, dat dat niet tot vrolijkheid stemt, maar wil er op dit moment niet aan voorbijgaan. Onze campagne voor veilig uitgaan kan naar mijn oordeel ook niet worden gewonnen met de inzet van een mobiele brigade, maar vooral door een stuk bewustwording.

Koninklijk Horeca Nederland heeft zich, zoals u weet, vorig jaar bijzonder positief geprofileerd door samen met enkele ministeries het project Handreiking Veilig Uitgaan op te zetten. We hebben daarvoor in brede kring waardering geoogst. Dat was ook terecht, maar het initiatief ligt achter ons: het is nu tijd om te kijken of het ook iets uithaalt, of het in de praktijk ook de betekenis krijgt, die we er aan de overlegtafel aan hebben toegedicht. Want dat was uiteindelijk ons aller doel.

Onze partners bij het ministerie van justitie denken daar net zo over. Vandaar, dat wij nog deze maand gezamenlijk zullen peilen waar onze Handreiking tot concrete resultaten heeft geleid.

Zo kort na de introductie ben ik daar overigens best optimistisch over. Wij hebben inmiddels ongeveer 1000 handreikingen verstuurd, waarvan meer dan 70% op verzoek.

Ik vind dat een indrukwekkend aantal. Vervolgens hebben volgens een ruwe schatting van onze projectbegeleiding zeker 50 gemeenten het model op enigerlei wijze in studie genomen.

Ik durf op basis van die waarnemingen, hoe pril en globaal die ook zijn, met vertrouwen de conclusie aan, dat veilig uitgaan in Nederland niet alleen maat-schappelijk maar ook bestuurlijk een groot draagvlak heeft gekregen. Aan de verdere uitbouw daarvan zullen wij natuurlijk enthousiast en met veel energie bijdragen blijven leveren.

Want alleen maar dán, dames en heren, worden wij niet in verlegenheid gebracht als wij onze gasten via T-shirts, stickers en radio- en tv-commercials toeroepen ‘UIT, dat moeten we vaker doen’ Een campagne overigens, die mede door onszelf moet worden gedragen. Die spullen zijn er dus voor ons. En ze staan dáár.

Ik nodig u bij deze nog eens uit in die campagne te participeren, want juist nu is het naar mijn oordeel belangrijk, dat wij met zijn allen uitdragen, dat wij onze gasten graag en vaker willen zien. Veilige en vrolijke ontspanning is de harde kern van ons horecaproduct en als we daarin geloven, zullen we dat ook moeten uitstralen. De campagne biedt daarvoor aansprekende hulpmiddelen. Doe er wat mee, want als onze gasten niet meer UITgaan, gaat het licht in de bedrijfstak zeker UIT.


*
Koninklijk Horeca Nederland, dames heren, heeft naar mijn oordeel in het afgelopen jaar sterk aan weerbaarheid gewonnen. Deze zeer beperkte lijst van acties, aandacht en politieke druk is daarvan een kleine, maar betrouwbare indicatie. Onze dienstverlening is uitgebreid, wij groeien, onze marktpositie binnen de branche is aanzienlijk versterkt en de wijze waarop wij de vereniging inzetten als middel voor belangen-behartiging wint nog dagelijks aan rendement.

Op grond van al het voorgaande mag u verwachten, dat wij komend jaar onze rol als toegevoegde waarde in uw bedrijfsvoering - en voor de horecabranche in het algemeen - verder zullen versterken.

Ik ben mij er daarbij zeer van bewust dat dat alleen maar mogelijk is met de hulp van een van een team gemotiveerde medewerkers en medewerksters, die ik vanaf deze plaats namens het Landelijk Bestuur graag bedank voor hun energieke inzet in het afgelopen jaar.

Dank u wel.

www.horeca.org

Koninklijk Horeca Nederland

Koninklijk Verbond van Ondernemers in het Horeca- en Aanverwante Bedrijf

Deel: ' Jaarrede voorzitter Koninklijk Horeca Nederland '




Lees ook