Gemeente Oosterhout


Eerste, voorlopige analyse van gegevens over 1998

Jaarrekening Oosterhout over 1998 kent verwacht tekort van ƒ 4,4 miljoen

De jaarrekening van de gemeente Oosterhout kent over 1998 naar verwachting een netto-tekort van ƒ 4,4 miljoen. Dat blijkt uit een zeer voorlopige analyse van het rekeningresultaat. Enkele weken geleden hadden allereerste ruwe berekeningen aangegeven dat de gemeente Oosterhout over vorig jaar een netto-tekort van ƒ 5,2 miljoen zou kennen.

Nog onbekend is welk deel van het tekort een structureel karakter heeft. Dat is belangrijk omdat alleen het structurele tekort doorwerkt in de jaarcijfers over 1999 en de daarna volgende begrotingen. Wethouder Emmen (Financiën) heeft vanavond de raadsfracties toelichting gegeven op het voorlopige rekeningresultaat. "Een tekort van dergelijke omvang is op zichzelf reden voor bezorgdheid, maar het betekent geen absolute financiële rampspoed. In het tekort zitten namelijk ook overschrijdingen die eenmalig zijn of overschrijdingen waarmee we voor de toekomst al rekening hebben gehouden", aldus de wethouder.

Hij wijst erop dat jaarrekeningen zelden een evenwichtig beeld te zien geven. Wethouder Emmen: "Per saldo is er, als je de plussen en de minnen bij elkaar optelt, altijd sprake van een verschil ten opzichte van de begroting. We hebben in Oosterhout ook jaren gehad dat we aan het einde van de rit een miljoen of zes overhielden. Een aantal van de oorzaken voor dergelijke over- en onderschrijdingen hebben wij zelf niet in de hand".

Dat het voorlopig tekort over 1998 nu lager uitvalt dan een aantal weken geleden, heeft een aantal oorzaken. Er is sprake van lagere kapitaallasten dan oorspronkelijk gedacht (ƒ 500.000), het nadeel bij andere verwerking van subsidies valt uiteindelijk minder tegen dan verwacht (ƒ 70.000) en er is een aantal nog niet verwerkte rijksvergoedingen op het gebied van sociale zekerheid binnengekomen (ƒ 200.000).

Het rekeningresultaat over 1998 wordt negatief beïnvloed door externe ontwikkelingen, administratief-technische zaken, tegenvallende inkomsten en extra kosten in de bedrijfsvoering.

Externe ontwikkelingen en administratief-technische zaken

De overschrijdingen op het gebied van externe ontwikkelingen zijn vooral het gevolg van zogenaamde open-einde-regelingen, waarop de gemeente geen financieel slot heeft gezet. Te denken valt daarbij aan de Wet voorzieningen gehandicapten waaraan in 1998 - als gevolg van grotere deelname - ƒ 1,5 miljoen meer is uitgegeven dan was geraamd. Het college van b. en w. doet in het Meerjarenbeleidsplan overigens voorstellen die moeten leiden tot beperking van de WVG-uitgaven. Ook bij de kwijtscheldingsregeling heeft een toegenomen gebruik geleid tot meer uitgaven.

Aan de andere kant staan daar minder uitgaven tegenover op het terrein van bijstandsuitkeringen (ƒ 400.000) en de uitvoering van de Wet inschakeling werkzoekenden (ƒ 500.000). Per saldo leiden de externe ontwikkelingen tot een overschrijding met ƒ 700.000.

Verandering in verwerking van de subsidie van de sector Welzijn en Burgerij leidt, in de categorie "administratief-technische zaken", tot een eenmalig nadeel van ƒ 750.000. Daarnaast is in de jaarrekening voor 1998 de overdracht van de reserves aan de Bestuurscommissie Openbaar Onderwijs geregeld. Dit leidt tot een - wederom eenmalige - overschrijding van ƒ 600.000.

Tegenvallende inkomsten en bedrijfsvoering

Ten derde heeft Oosterhout te maken gekregen met tegenvallende inkomsten. Allereerst bleef de uitkering uit het Gemeentefonds ƒ 800.000 achter bij de ramingen. Dat is een, volgens het college op zichzelf te rechtvaardigen, afwijking met één procent. Overigens ligt hier wel een uitkering van ƒ 300.000 in het verschiet, die het rijk uitkeert ter verzachting van al te grote schommelingen bij de uitkering uit het Gemeentefonds. Het college zal dit geld overigens inzetten voor het jaar 1999.

Ook op het gebied van de eigen gemeentelijke inkomsten is er tegenwind. De opbrengsten uit onroende-zaakbelasting, parkeergelden en zwembaden laten een nadeel zien van ruim ƒ 1,2 miljoen. Dat wordt overigens deels gecompenseerd door extra opbrengsten uit bouwleges (ƒ 600.000).

Op het gebied van de bedrijfsvoering tenslotte is er sprake van een negatief jaarresultaat van ƒ 4 miljoen. Dat wordt veroorzaakt door tekortkomingen op administratief gebied (belastingnaheffing, terugbetalen ontvangen en niet gebruikte rijksvergoedingen), het overschrijden van werkbudgetten en het oplossen van knelpunten in de personele sfeer. Na de reorganisatie zijn op personeel gebied nog enkele knelpunten overgebleven, die alleen konden worden opgelost door het inhuren van tijdelijke krachten en interim-managers. Hieraan liggen volgens b. en w. verschillende oorzaken ten grondslag: ziekte, onderbezetting, vacatures, nieuwe (deel)reorganisaties.

Kapitaallasten

Positief pakt het beeld uit ten opzichte van de kapitaallasten. Hier houdt de gemeente ƒ 3 miljoen over. Dat heeft er vooral mee te maken dat de spaarrekening van de gemeente, onder andere als gevolg van de verkoop van de centrale-antenne-inrichting en de parkeergarage, meer dan behoorlijk gevuld is. Dat leidt ertoe dat de gemeente in 1998 bijna alles heeft kunnen financieren met eigen, relatief goedkope financieringsmiddelen. Dat betekent dat het college over 1998 nauwelijks nieuwe geldleningen heeft moeten afsluiten (en daarover dus geen rente is verschuldigd).

B. en w. hebben in principe besloten het rekeningtekort over 1998 te dekken door een beroep te doen op de reserves. De vraag hoe de structurele effecten worden aangepakt, zal worden beantwoord in de voorbereiding voor de begroting voor het jaar 2000.

Oosterhout, 28 april 1999

Deel: ' Jaarrekening Oosterhout 1998 verwacht tekort van 4,4 mln '




Lees ook