Restauratiefonds


Jaarverslag Nationaal Restauratiefonds 2000

WOORD VOORAF door de VOORZITTER

Het gaat beter met onze monumenten. Dat constateerde ik vorig jaar al met genoegen, en die stelling kan ik gelukkig dit jaar herhalen. Het financiële tekort, dat jarenlang de zo broodnodige restauraties remde, is verder weggewerkt; de beide opeenvolgende Paarse kabinetten wil ik daarvoor bij deze graag nog eens mijn erkentelijkheid betuigen.

Er ontbreekt echter helaas nog steeds een bedrag van 220 miljoen gulden om de restauratieachterstand helemaal in te kunnen lopen. Het gaat ons op dit moment economisch nog voor de wind, maar als de voortekenen ons niet bedriegen, worden de tijden slechter. Laten wij dus nú het resterende geld bijeenbrengen!

Instandhouden gaat verder dan restaureren. Goed onderhoud is minstens zo belangrijk. Staatssecretaris Van der Ploeg heeft een geheel nieuw integraal instandhoudingbeleid in het vooruitzicht gesteld, waarin restauratie én onderhoud opgenomen zijn. Ik zou bij het vormgeven daarvan twee overwegingen mee willen geven. Ten eerste: behoud het goede. Het huidige bestel kent vele verworvenheden die wij niet lichtvaardig overboord moeten zetten. De mogelijkheid om vooruit te plannen en toekomstige budgetten al te gebruiken voor de noodzakelijke restauraties van nú zijn daar een voorbeeld van. Ten tweede: laten wij de winst vooral zoeken in een betere afstemming tussen de verschillende partijen die bij de instandhouding van monumenten betrokken zijn. Hou steeds een heldere structuur, een herkenbaar loket en eenvoudige regelgeving voor ogen!

Geen toekomst zonder verleden. Monumentenzorg is méér dan het netjes opknappen en onderhouden van huizen, kerken en kastelen. Een monument zegt ons weinig als wij zijn geschiedenis, het verhaal erbij, niet kennen; als wij er als het ware geen betekenis aan kunnen hechten die verder gaat dan 'oud' en 'mooi'. Wie bouwde dat indrukwekkende woonhuis en hoe had hij het geld ervoor verdiend? Waarom staat die boerderij juist op deze plek, hoe past zij in het landschap, waarvoor diende die vijver, dat bosje, deze wal in het land? Hoe beleefden de middeleeuwers hun geloof in die kleine, solide kerkjes van handgevormde kloostermoppen?

Ik ben blij dat de aandacht voor monumentenzorg in een breder kader nog steeds toeneemt. Er komt steeds meer oog voor het cultuurhistorische perspectief waarin de inrichting van ons land staat. Deze ontwikkeling onderschrijf ik als voorzitter van het Nationaal Restauratiefonds van ganser harte. Het culturele erfgoed bepaalt een belangrijk deel van de identiteit en het zelfrespect van een bevolking. In een multiculturele samenleving kan die schat uit het verleden een anker vormen, óók voor de Nederlanders wier voorouders misschien elders hun sporen nalieten.

Identiteit en zelfrespect. Geen samenleving kan er zonder. Dat brengt mij op een onderwerp dat momenteel mijn speciale zorg heeft, namelijk de situatie van de monumenten op de Nederlandse Antillen, vooral op Curaçao. Ook daar ligt ons verleden; ook daar staat een toekomst op het spel. De binnenstad van Willemstad is, mede door de inspanningen van Nederland, op de werelderfgoedlijst geplaatst maar is helaas inmiddels ook een van 's werelds meest bedreigde monumenten!

De afgelopen tien jaar is er hard gewerkt aan een goede basis voor de monumentenzorg op de Antillen. Op Curaçao liggen bijvoorbeeld gedegen inventarisaties van het monumentenbestand, is er een wettelijk kader vastgelegd en bovendien een sterke infrastructuur opgebouwd. Zo'n twee jaar geleden is de onontbeerlijke financiële steun van zowel de Antilliaanse als de Nederlandse overheid echter vrijwel geheel gestopt. Nederlands geld voor restauraties komt er alleen nog, wanneer de Antilliaanse overheid dat als prioriteit stelt binnen het budget voor duurzame economische ontwikkeling. Ook inbedding in een stedelijk ontwikkelingsplan is een voorwaarde. Gelet op de vele noden op economisch terrein valt nauwelijks te verwachten dat de Antilliaanse overheid de restauratie van monumenten uit het koloniale verleden hoog op haar lijstje zet. De voorwaarde met betrekking tot een ontwikkelingsplan is begrijpelijk, maar de totstandkoming van zo'n plan, laat staan de uitvoering ervan, zal nog geruime tijd zal vergen. Tijd die we, als het om bedreigde monumenten gaat, niet hebben!

De restauratieactiviteiten op Curaçao zijn als gevolg hiervan nagenoeg geheel tot stilstand gekomen. Daarmee wordt niet alleen de zo zorgvuldig gebouwde infrastructuur ondergraven, maar lijkt tevens een voortschrijdend en dus kostbaar verval van het zeer waardevolle monumentenbestand onvermijdelijk. De eerste tekenen hiervan zijn al waarneembaar. Wij hebben in Nederland gezien wat de gevolgen zijn als er langdurig wordt bezuinigd op de zorg voor monumenten. Hier liep de vervolgschade op tot zon 1,4 miljard gulden. Laten wij lering trekken uit deze harde lessen en dezelfde fout niet nog eens maken.

Ik ben ervan overtuigd dat dit desastreuze neveneffect van de genoemde maatregelen beslist niet in de bedoeling van de Nederlandse overheid heeft gelegen en ik roep het kabinet op om ten behoeve van het zeer waardevolle monumentenbestand op Curaçao een uitzondering te maken. Ik pleit ervoor op de begroting gelden te reserveren voor dit doel. Het spreekt vanzelf dat het Nationaal Restauratiefonds graag bereid is, eventueel samen met de Rijksdienst voor de Monumentenzorg, een ondersteunende rol te spelen bij de juiste besteding van dit geld. Een belangrijk bijkomend argument zou kunnen zijn dat geld dat wordt uitgegeven aan restauraties niet alleen een bijdrage levert aan identiteit en zelfrespect, maar ook een niet te onderschatten economisch effect heeft. In Nederland is becijferd dat er voor iedere gulden restauratiesubsidie uiteindelijk meer dan die gulden, te weten f 1,14, terugvloeit in de staatskas. De economie van de Antillen zal beslist niet geschaad worden door monumentenrestauraties die ook om andere redenen al zo gewenst zijn. Integendeel. Ook wat betreft werkgelegenheid en directe en indirecte economische activiteit valt alleen maar goeds te verwachten van geld dat aan de Antilliaanse monumenten besteed wordt.

Nederland heeft internationaal een goede naam verworven wat betreft zijn monumentenbeleid. Juist daarom mogen wij niet aanvaarden dat de monumentenzorg en daarmee de monumenten in een ander landsdeel van het Koninkrijk onder onze ogen afbrokkelen.

Mr. Pieter van Vollenhoven

Voorzitter Bestuur
Stichting Nationaal Restauratiefonds

Deel: ' Jaarverslag Nationaal Restauratiefonds 2000 '




Lees ook