Ministerie van VWS

Jongeren beter beschermd tegen geweld op tv, video en film

Dit persbericht, nummer 1, is vrijdag 5 februari 1999 na afloop van de Ministerraad uitgegeven door de Rijksvoorlichtingsdienst

Er komen maatregelen om jongeren beter te beschermen tegen geweld op tv, video en film. Basis van de aanpak is zelfregulering en preventief optreden. Wijzigingen van de Mediawet en het Wetboek van strafrecht zijn het juridisch sluitstuk van de aanpak. De ministerraad heeft op voorstel van staatssecretaris Vliegenthart van VWS, coördinerend bewindspersoon voor het jeugdbeleid, besloten een wetsvoorstel van die strekking voor advies aan de Raad van State voor te leggen. Het wetsvoorstel is mede ondertekend door minister Korthals van Justitie en staatssecretaris Van der Ploeg van OC&W.

Het aanbieden, verstrekken of vertonen van schadelijke films en videos aan kinderen jonger dan 16 jaar wordt middels een wijziging van artikel 240a Wetboek van Strafrecht voortaan strafbaar. De maximumgevangenisstraf in het betreffende artikel wordt verhoogd naar een jaar.
Daarnaast wordt de mediawet aangepast aan de Europese Televisierichtlijn. Deze richtlijn verplicht de lidstaten maatregelen te nemen tegen gewelddadige en pornografische televisiebeelden die schadelijk kunnen zijn voor jongeren. Programmas die ernstige schade bij jongeren onder de 16 jaar kunnen veroorzaken, mogen niet worden uitgezonden. Het gaat met name om programmas met harde porno of extreem geweld. Een nieuw op te richten instituut, waarin zowel omroepen, als de video- en filmbranche vertegenwoordigd zijn zal normen en criteria ontwikkelen voor de beoordeling en classificatie van mediaproducten. Programmas die schadelijk kunnen zijn voor jongeren, mogen alleen worden uitgezonden wanneer de omroepinstelling is aangesloten bij dat instituut, dat tevens toezicht uitoefent op de naleving door de organisaties. Koepelorganisaties per branche moeten zelf sancties treffen tegen overtreders. De naleving van de afspraken die hierover in het convenant gemaakt zijn zullen actief worden gevolgd, zodat vastgesteld kan worden of de zelfregulering effectief is.

Het nieuwe ondersteunende instituut richt zich of alle organisaties van beelddragers: de omroepen, de bioscoopbranche en de videotheekhouders. Het zal ook uitzendtijdsstippen regelen voor TV-programmas en waarschuwingssystemen of symbolen afspreken die tijdens de uitzending van deze programma-onderdelen moeten worden gebruikt.
Als gevolg van de nieuwe maatregelen wordt de wet op de filmvertoning ingetrokken.

Deel: ' Jongeren beter beschermd tegen geweld op tv, video en film '




Lees ook