CDA

: Tweede Kamer : Joop Wijn in terugkeerdebat asielzoekers (220999)

Joop Wijn in terugkeerdebat asielzoekers (220999)

Den Haag, 22 september 1999

Voorzitter,

Het adagium in het terugkeerbeleid moet zijn: als iemand Nederland, na een zorgvuldige procedure en eventueel een rechterlijke toets, uit moet, dan gaat hij er ook uit. Die klare wijn moet vanaf het eerste begin worden geschonken.

Het draagvlak onder de Nederlandse burger voor het asielbeleid kan op langere termijn alleen maar worden behouden als iedereen weet dat wij bescherming bieden aan hen die bescherming nodig hebben, en niet aan anderen.

De daadwerkelijke terugkeer van mensen die hier niet mogen blijven is bovendien de beste vorm van anti-reclame voor mensensmokkelaars. Er is een relatie tussen terugkeer en mensensmokkel. De mensensmokkel neemt toe naarmate minder mensen terugkeren. Uit landen waarvoor beleidsmatige of technische belemmeringen gelden, danwel waarvoor een vvtv-beleid geldt komt 72 % van de asielzoekers binnen met een smokkelaar en uit de andere herkomstlanden is dat 54 %. Als iemand terugkeert naar zijn land van herkomst is het voor degenen die het zelf om economische redenen willen gaan proberen, duidelijk dat een poging om in Nederland asiel aan te vragen geen zin heeft. Een daadkrachtig uitgevoerd terugkeerbeleid zal de omvang van de instroom verminderen en de kwaliteit van de kleinere instroom verbeteren.

Tot slot zal de druk op de opvang kunnen afnemen. De kosten van verwijderbaren in de opvang bedragen al een dikke elf en een kwart miljoen gulden per maand .

Het is, en dat constateert de notitie terecht, noodzakelijk dat de asielzoeker vanaf het allereerste moment weet dat een afwijzing ook daadwerkelijk het verlaten van Nederland betekent. Vorig jaar december bracht ik enige nachten in een OC door. Bij de voorlichtingssessie werd nauwelijks aandacht aan de terugkeer besteed. Sterker nog, op een sheet stonden alle stappen van de procedure onder elkaar en onderop stond in een groter kadertje dan alle andere stappen, en met een afwijkende kleur, heel groot het woord house. back to home country kwam niet op de sheet voor. Hoewel de voorlichting over terugkeer al jaren een issue is, heeft het COA pas zeer recent over dit onderwerp een voorlichtingsvideo en foldertje voor het personeel gemaakt. Een echte mentaliteitsomslag zal nog wel wat langer duren.

Naast het adagium Wie eruit moet, gaat eruit heeft het CDA een tweede adagium: illegaliteit moet je maximaal voorkomen en maximaal bestrijden. Illegaliteit veroorzaakt maatschappelijke problemen. Een illegaal leidt een marginaal bestaan zonder perspectief. Hij kan bijna alleen aan de kost komen door -1- te stelen, -2- zwart te werken in bijvoorbeeld de prostitutie of -3- te bedelen.

In Amsterdam zijn illegale criminelen verantwoordelijk voor 20 % van de inbraken, 15 % van de straatroof en 40 % van de zakkenrollerij.

Bovendien geeft illegaliteit risico´s voor de gezondheid.

De nadelen van illegaliteit gaan daarom niet alleen de illegaal aan, maar iedere burger. Ik denk dat die niet met de criminele bijverschijnselen van illegaliteit wil worden geconfronteerd. En daarom ligt hier een belangrijk verschil van mening tussen het CDA en de regering. Natuurlijk heeft elke afgewezen asielzoeker een eigen verantwoordelijkheid om terug te keren. Maar omdat illegaliteit een maatschappelijk probleem is, waar burgers direct last van hebben, en omdat het een probleem is van openbare orde, ligt er ook een verantwoordelijkheid voor de overheid.

De invalshoek bij maximaal voorkomen en maximaal bestrijden van illegaliteit is: streng voor hen die niet willen en hulp voor hen die niet kunnen.

Eerst zij die niet kunnen. In het regeerakkoord staat: uitgeprocedeerden die buiten hun schuld niet kunnen vertrekken kunnen in aanmerking komen voor een tijdelijke status. Voor statenloze Palestijnen zijn wij daarmee overigens akkoord.

De zin uit het regeerakkoord moet blijkbaar zeer beperkt worden uitgelegd. Het criterium buiten hun schuld krijgt een invulling die wij nog niet eerder kenden. Tot nu toe gold het zogenaamde meewerkcriterium. Als een uitgeprocedeerde meewerkt aan zijn terugkeer, bijvoorbeeld bij het verkrijgen van reisdocumenten, maar zijn land van herkomst laat hem niet terugkeren, dan kan deze persoon in de opvang blijven. Nu stelt de staatssecretaris voor om deze personen uit de opvang te gooien.

Dit gaat het CDA te ver.

De staatssecretaris stelt dat alle landen van herkomst meedoen aan hun verplichting om eigen onderdanen terug te laten keren. Dat lijkt erg theoretisch, immers Somalië, Ethiopië en Iran eisen bijvoorbeeld vrijwillige terugkeer. Er zijn landen die langdurige aanvraagprocedures kennen voor laissez- passers en/of waar procedure-afspraken ontbreken over de terugkeer. Irak, China, Iran, Somalië, Sri Lanka, Eritrea zijn er voorbeelden van. Het aantal terug- en overname-overeenkomsten is beperkt en met genoemde probleemlanden hebben we ze nog niet. Wij hebben regelmatig gepleit om deze overeenkomsten met andere Europese landen, bijvoorbeeld de Benelux te sluiten. Hoe dan ook, een intensivering is hard nodig.

Voorts moet het asielbeleid meer worden geïntegreerd in de buitenlandse betrekkingen in brede zin. Een land van herkomst kan worden geconfronteerd met negatieve prikkels in de sfeer van ontwikkelingssamenwerking of handelsrelaties.

Natuurlijk is ook een oorzaak van het probleem vaak in de afwezigheid van documenten van de uitgeprocedeerde. U kent onze opvattingen over het betreurenswaardige feit dat ongeveer 85 % van de asielzoekers zonder papieren naar Nederland komt. We wachten de evaluatie van de Wet Ongedocumenteerden af.

Maar tegelijkertijd kan het de asielzoeker niet worden tegengeworpen dat zijn eigen land zijn terugkeer tegenhoudt of zeer ernstig vertraagt.

Kortom, deze persoon kán niet terug en moet dus wel illegaal worden. In het complex van de verantwoordelijkheid van de uitgeprocedeerde, het land van herkomst en Nederland kiezen wij er dan voor om opvang te blijven bieden. Deze opvang mag overigens zeer sober zijn.

Vz.,
Dan personen die wél weg kunnen, maar niet willen.

Bij die mensen moeten we proberen om ze te laten inzien dat in Nederland geen perspectief voor hen is. Ik heb daar al iets over gezegd. Of ze dat overigens inzien of dat ze willen terugkeren, laat natuurlijk volstrekt onverlet dát men terugmoet.

Uit een onderzoek van Muus en Muller blijken de diverse redenen waarom iemand niet wil terugkeren. Gezichtsverlies wordt genoemd, maar ook het toekomstperspectief en de perceptie van de veiligheid in het land van herkomst. Zouden om de veiligheidssituatie met de uitgeprocedeerde te bespreken ook particuliere organisaties kunnen worden ingeschakeld ? Zij zijn in de ogen van de afgewezen asielzoeker immers meer neutraal dan de Nederlandse overheid.

Kan de staatssecretaris, aangeven hoe hij verder met terugkeerregelingen wil omgaan ? Wat is er de oorzaak van dat gefaciliteerde terugkeerregelingen niet hun doel bereiken ? Kunnen hier particuliere organisaties zowel in Nederland als in de landen van herkomst geen rol spelen ? Zou je terugkeerregelingen niet ook moeten openstellen voor gewone remigranten ?

Welke op terugkeer gerichte activiteiten wil de staatssecretaris gaan of blijven aanbieden aan uitgeprocedeerden ? In Ter Apel kosten deze handenvol geld, waarbij je grote twijfels kan hebben over het rendement.
Dan nog ondanks die activiteiten blijft er, en dat zullen er veel zijn, een groep die wel terugkan, maar niet wil. In het debat over Ter Apel hebben wij al besproken hoe vervelend het is dat in ruim 20 % van de gevallen de uitgeprocedeerde de ochtend van zijn uitzetting ineens verdwenen is. Het vliegtuig staat klaar, er is veel geld en tijd in gaan zitten, en de uitgeprocedeerde is ertussenuit gepiept. Wij vroegen de stas. om hier wat aan te doen, en dat kan hij nu. Als nog slechts de fysieke uitzetting moet worden gerealiseerd, dan kan de vreemdeling in bewaring worden geplaatst. Overigens in de notitie staat kan. Ik vraag de stas. of hij hier bedoelt kan of zal. Dat is een groot verschil. Het CDA is voor zal.

In 1997 is een CDA / VVD -motie aangenomen, maar nooit uitgevoerd, die stelt dat begeleide terugkeer de regel moet zijn bij het terugkeerbeleid. Onder begeleide terugkeer wordt verstaan verwijdering door de politie of de marechaussee, of vertrek onder toezicht. Als gezegd, de stas. heeft het steeds over de primaire verantwoordelijkheid van de afgewezen asielzoeker. Ik stel daar naast de publieke verantwoordelijkheid om illegaliteit tegen te gaan, nog iets tegenover. De Nederlandse overheid zegt dat iemand wegmoet. Als de overheid dat zegt, dan heeft de overheid ook een verantwoordelijkheid om ervoor zorg te dragen dat het ook gebeurt. Die verantwoordelijkheid kan niet zomaar eventjes worden weggemoffeld door hem niet-primair te noemen. Nu loopt iemand die Nederland moet verlaten het asielcentrum uit, groet iedereen, en verdwijnt uit het zicht. Dat is dus de fictie van het begrip Met Onbekende Bestemming vertrokken. Hiermee bied je een wel erg gemakkelijk platform voor illegaliteit. Als iemand weggaat uit een asielcentrum, dan zou je moeten constateren en erop toezien dat iemand Nederland ook daadwerkelijk verlaat.

Dan de zogenaamde beleidsintensivering op het terrein van de ongewenstverklaring van vreemdelingen. Als je dan daarna nog in Nederland bent, pleeg je een strafbaar feit waarop zes maanden staat. Voor het gemak spreek ik dan over het strafbaarstellen van illegaliteit. Vanuit de praktijk, bijvoorbeeld bij monde van de Rotterdamse hoofdcommissaris, werd hierom gevraagd. Toen de VVD aangaf deze strafbaarstelling te willen, heeft het CDA gezegd eerst een onderzoek hiernaar te willen. Er zou dan kunnen worden gekeken naar de juridische complicaties en naar het praktische effect. We zouden dan wat kunnen leren van landen die deze strafbaarstelling daadwerkelijk hebben ingevoerd. Helaas kregen we daarvoor geen steun. Omdat het nieuwe beleid na twee jaar wordt geëvalueerd, beschouwen wij wat nu wordt voorgesteld als een onderzoek in de praktijk.

Als iemand zich herhaald niet aan de hem opgelegde meldingsplicht heeft gehouden en illegaal in Nederland wordt aangetroffen, dan kan hij ongewenst worden verklaard. Hiervan zal in ieder geval gebruik worden gemaakt als dit een positieve bijdrage kan leveren aan de daadwerkelijke terugkeer. Dit vind ik een slappe formulering. Hoe vaak is herhaald niet houden aan de meldingsplicht ? Twee keer, drie keer ? En dan: Kán hij ongewenst worden verklaard, of zál hij ongewenst worden verklaard ? Het lijkt mij dat het woord zal een automatisme betekent, en dat dit weer allerlei beroepsmogelijkheden uitsluit. Nu lijken deze wel te worden gecreëerd. Voorts lijkt het criterium als dit een positieve bijdrage kan leveren aan de terugkeer weer mogelijkheid te geven aan allerlei vragen over wat positief is. En als iemand ongewenst wordt verklaard, gaat hij dan ook altijd achter de tralies ? Of is dat ook weer een mogelijkheid in plaats van een automatisme ?

Wanneer kan of wordt de ongewenstverklaring overigens ingetrokken?

Het opsporen van illegaliteit moet intensiever worden aangepakt. Recent verschenen alarmerende berichten over. Korpschef Kuiper van de Amsterdamse politie zegt dat er een harde kern van illegale criminelen is, en dat daar niets aan te doen is: zij werken niet mee aan hun uitzetting en komen vervolgens weer op straat om wederom te roven en te stelen. Als een criminele illegaal een gevaar voor de samenleving is en niet wil meerwerken aan zijn uitzetting dan zou hij gewoon vast moeten blijven zitten, tot hij welk meewerkt. De samenleving moet worden beschermd tegen dit soort schorem. Ik vraag de staatssecretaris of minister Korthals om te kijken of dit te realiseren valt.

Dan een korte vraag over de versoepeling van het driejarenbeleid voor Iraanse zaken. Na de gang van zaken rond de Witte Illegalen begin ik een patroon te zien: er is een moeilijk of onoplosbaar lijkend probleem, het wordt vooruitgeschoven en niet aangepakt, en na een tijdje wordt toegegeven en al dan niet in stilte een status afgegeven.

Dit lijkt nu met Iraniërs ook te gebeuren.
Alvorens mijn conclusie in tweede termijn te trekken een vraag aan de stas.: heeft iemand als hij geen status krijgt maar onder een uvv-beleid valt feitelijke de verantwoordelijkheid om zelf terug te keren ?

Vz.,

Het beleid is nu vastgelegd. Het zijn woorden, een enkele keer slap geformuleerd, maar het gaat natuurlijk om de daden en om het resultaat. Wat dat betreft is het jammer dat nergens concrete doelstellingen staan. Toch wordt er wel aan doelstellingen gerefereerd in de nota, namelijk die van de landelijk projectleider terugkeer. Welke zijn zijn doelstellingen ?

De Algemene Rekenkamer zegt: de beschikbare beleidsinformatie over de realisatie van het terugkeerbeleid geeft onvoldoende inzicht in de effectiviteit van dit beleid. De kans is groot dat dit de Kamer over een jaar of over twee jaar ook gebeurt: er zijn immers geen concrete doelstellingen in de nota opgenomen.

Een doelstelling van de staatssecretaris zou bijvoorbeeld kunnen zijn, het verlagen van het percentage MOB´s en het verhogen van het vertrek onder toezicht. Volgens de ARK stijgt het aantal Met Onbekende Bestemming zowel absoluut als procentueel, van 24 % in 1990 tot meer dan driekwart in 1997. Uitzettingen en Vertrekken onder Toezicht vertonen een dalend percentage. In 1997 vertrok slechts 8 % onder toezicht. Het zou andersom moeten zijn: driekwart via uitzetting en vertrek onder toezicht en hoog op 25 % met onbekende bestemming.

Een andere doelstelling kunnen de kosten van het terugkeerbeleid zijn. In 1997 bedragen deze met 29 mio. gulden minder dan 3 % van de totale kosten van het asielbeleid. Dit bedrag en dit percentage zou je kunnen monitoren.

Vz., Ik rond af.
Wie Nederland, na een zorgvuldige procedure met een rechterlijke toets, uit moet, moet er ook echt uit. Illegaliteit moet maximaal worden voorkomen en maximaal worden bestreden. Hulp voor hen die niet kunnen, en streng voor hen die niet willen. En vervolgens geen woorden, maar daden. Dat zijn de ingredienten voor een terugkeerbeleid dat bijdraagt aan een houdbaar asielbeleid.

Deel: ' Joop Wijn (CDA) in terugkeerdebat asielzoekers '




Lees ook