ministerie van economische zaken - persbericht 182 datum: 05-11-1999

integraal ict-beleid

het lid van de tweede kamer wijn (cda) heeft aan de minister van economische zaken op 8 ktober 1999 de volgende schriftelijke vragen gesteld.

1 is het waar dat de ict-sector en u mijlenver van elkaar afstaan als het gaat over het te voeren ict-beleid? 1)

2 bent u met het bedrijfsleven van mening dat versnippering van kennis en ervaring in de publieke sector en gebrekkige coordinatie belemmerende factor van ict?

3 bent u van oordeel dat de ict-sector met recht een oproep doet aan de overheid om een integraal beleid te voeren en met een stem te spreken?

4 hoe garandeert u op dit moment dat er een integraal ict-beleid wordt gevoerd?

5 bent u bereid als minister van economische zaken sterker invulling te geven aan de noodzakelijke coordinatie van het ict-beleid?

1) "Jorritsma wil geen ICT-instituten", Algemeen Dagblad, 6 oktober jl.

De minister van Economische Zaken, A. Jorritsma-Lebbink, heeft deze vragen als volgt beantwoord.

1 Nee. Wel is het zo dat de FENIT op onderdelen van het ICT-beleid (in het bijzonder de organisatie ervan) een aantal voorstellen heeft gedaan waarvan ik weliswaar het doel onderschrijf, maar anders aankijk tegen het in te zetten middel. Ik ben op de bijeenkomst op 5 oktober, waarvan het door u aangehaalde artikel in het Algemeen Dagblad verslag doet, juist op die punten ingegaan.

2 Ja, en dat moet daarom zoveel mogelijk worden voorkomen. Recente initiatieven van het kabinet, zoals Overheidsloket 2000 en Helpdesk Overheid. nl, proberen die versnippering terug te dringen. In De Digitale Delta heeft het kabinet echter al onderschreven dat er met betrekking tot de inzet van ICT in de publieke sector nog steeds teveel versnippering van kennis en ervaring is, en dat de coordinatie van die ICT-inzet verder zal moeten worden verstevigd.
Om die reden heeft het kabinet in De Digitale Delta maatregelen aangekondigd die nog dit jaar zullen zijn doorgevoerd.

Zo zal de kennis en ervaring van verschillende programmabureaus worden gebundeld in een nieuwe uitvoeringsorganisatie die nog dit jaar van start gaat. Daarnaast is aangekondigd dat het kabinet nog voor het einde van dit jaar met een plan zal komen om de interdepartementale coordinatie van de ICT-inzet binnen de overheid te versterken. Vooruitlopend daarop is er reeds een interdepartementaal directeuren-overleg ingesteld. Dit alles mag er natuurlijk niet toe leiden dat op de departementen zelf niet langer meer wordt geinvesteerd in de opbouw van ICT-kennis. Zo heb ik zelf al aangekondigd binnen mijn ministerie een "ICT Competence Centre" in te stellen.

Ik heb op de bijeenkomst op 5 oktober op deze manier ook gereageerd op het voorstel van de FENIT om binnen de overheid tot een ICT-kenniscentrum te komen.

3 Ja, ik onderschrijf dat streven.

4 Spijkerharde garanties zijn daarvoor nooit te geven. De huidige situatie geeft mij echter geen aanleiding hier zorgen over te hebben. Er is sprake van een goed functionerend interdepartementaal overleg, waarin de kaders en de invulling van het ICT-beleid worden gevormd. En daarnaast heeft dit kabinet in De Digitale Delta een aantal maatregelen genomen om
-in vergelijking met de oude situatie- dit integrale karakter verder te verstevigen en beter te kunnen bewaken.

Zo is de ICT-toets, die op alle vijf pijlers van het ICT-beleid Nederland zal benchmarken met het buitenland, daarvoor een belangrijk nieuw instrument. De toets zal periodiek worden uitgebracht en is daarmee niet alleen een middel om een integraal beeld te verkrijgen, maar ook een instrument om dit te bewaken.
De toets zal daarnaast o.a. ook ingaan op de toepassing van ICT op specifieke terreinen van overheidsbeleid. Dat geeft de mogelijkheid om steeds weer opnieuw de mogelijke implicaties van ICT voor 'andere' beleidsterreinen te agenderen. Ook dit zal het integrale karakter verder verstevigen. Dit wordt verder gevoed door recent gestarte onderzoeksprogramma's (zoals "Maatschappij en Electronische Snelwegen" en het onderzoek naar de invloed van ICT op ruimte en mobiliteit) en het Infodrome-programma.

Tenslotte heeft het kabinet het voorstel gedaan om een 'ICT-platform' in te stellen.
De bedoeling daarvan is een rechtstreeks contact tot stand te brengen tussen alle bij het ICT-beleid betrokken bewindspersonen gezamenlijk, en een kleine, informele groep van personen die vooraan staan in de ontwikkeling en toepassing van de nieuwste ICT-mogelijkheden. Het is niet mijn bedoeling om met het platform een formeel orgaan te creeren dat het kabinet kan voorzien van afgewogen adviezen voor en reacties op het ICT-beleid. Ik vind dat er voldoende bestaande organen zijn die daarin uitstekend voorzien. Om die reden zie ik weinig toegevoegde waarde zie in het voorstel van de FENIT om te komen tot een soort SER voor ICT (een 'Raad voor de Elektronische Samenleving').

5 Ik vind het - gelet op de in antwoord op vragen 2 en 4 genoemde recente initiatieven- niet nodig om nu al aanvullend daarop verdere plannen aan te kondigen. Het spreekt voor zich dat wel zal moeten blijken dat deze initiatieven ook het gewenste resultaat hebben.
Mocht dit niet het geval blijken te zijn, dan zal ik andere maatregelen overwegen om hetzelfde doel te kunnen bereiken.

Noot van de redactie: inlichtingen bij L. van Zijp , tel: (070) 379 61 17

Deel: ' Jorritsma antwoordt op kamervragen over haar ICT-beleid '




Lees ook