ministerie van economische zaken - persbericht 108 datum: 30-06-1999

jorritsma stuurt jaarverslag nma naar tweede kamer

met de vorig jaar geintroduceerde nieuwe mededingingswet en de oprichting van de nederlandse mededingingsautoriteit (nma) is invulling gegeven aan de doelstelling het mededingingsbeleid te verscherpen en de handhaving ervan te intensiveren. hierdoor behoort de aanduiding "Nederland Kartelparadijs" tot het verleden. Dit schrijft minister Jorritsma van Economische Zaken in een brief aan de Tweede Kamer waarmee ze het jaarverslag over 1998 van de NMa aanbiedt.

In haar bevindingen bij dit jaarverslag concludeert de minister dat de NMa een stevige toezichthouder is, die ernstige inbreuken van de mededinging weet te voorkomen dan wel weet op te heffen en die binnen redelijke termijnen rechtsgeldige en gezaghebbende beslissingen neemt.

Ze uit haar tevredenheid over het functioneren van de NMa en over de beslissingen die deze autoriteit in 1998 heeft genomen: "De NMa is voortvarend van start gegaan, staat stevig op de kaart, is deskundig en treedt adequaat op. Ze heeft in haar eerste jaar aan de verwachtingen voldaan en is de toezichthouder die mij voor ogen staat" aldus minister Jorritsma.

De NMa heeft in 1998 een groot aantal klachten behandeld en vele ontheffingsverzoeken te verwerken gekregen. Dit heeft geleid tot prioriteitstelling, waarbij de NMa zich heeft geconcentreerd op klachten waarbij de klager een direct belang bij de behandeling van de klacht heeft aangetoond. De minister wijst erop dat dit er niet toe mag leiden dat klachten over zware inbreuken op de mededinging terzijde worden geschoven. Met het oog op een effectieve naleving van de Mededingingswet hecht zij er sterk aan dat de NMa in het belang van de consument ook onderzoek kan instellen naar serieuze klachten van niet-belanghebbenden. Ze gaat er vanuit dat, zodra de golf ontheffingsverzoeken is weggewerkt, de NMa meer aandacht zal besteden aan de behandeling van klachten en aan eigen onderzoek. In dit verband ondersteunt ze van harte het door de NMa aangekondigde voornemen om actief op zoek te gaan naar mogelijke inbreuken op de mededinging in sectoren waaruit de NMa weinig ontheffingsverzoeken heeft ontvangen.

Met betrekking tot het geven van aanwijzingen aan de NMa is het uitgangspunt van minister Jorritsma hierin uiterste terughoudendheid te betrachten. Ze heeft de NMa geen aanwijzingen gegeven. Voor wat betreft de relatie tussen NMa en ander toezichthouders memoreert de minister de belangrijkste uitgangspunten van het kabinetsbeleid op dit punt: terughoudendheid bij het creeren van specifieke mededingingsrelevante regels, terughoudendheid bij het creeren van specifieke toezichthouders en goede bestuurlijke verhoudingen tussen toezichthouders. Ze wijst erop dat de Europese commissie de Nederlandse oplossing, waarbij het specifieke toezicht wordt ondergebracht bij de algemene toezichthouder, toejuicht en spreekt uit dat het er niet naar uitziet dat ander toezichthouders dan de NMa op het terrein van nutsectoren nodig zullen blijven.

De minister haalt tenslotte de OESO aan die in het kader van haar "Review of regulatory reform in the Netherlands" waardering uitspreekt voor de weg die Nederland met het nieuwe mededingingsbeleid is ingeslagen. Ze is van mening dat de aanbevelingen van de OESO als leidraad kunnen dienen bij het versterken van het toezicht op de mededinging. De OESO is van mening dat voor de NMa verdere verzelfstandiging moet worden overwogen. Minister Jorritsma bereidt een wetsvoorstel voor om de NMa om te vormen tot een zelfstandig bestuursorgaan.

Deel: ' Jorritsma stuurt jaarverslag NMa naar Tweede Kamer '




Lees ook