expostbus51


Ministerie van Justitie


https://www.justitie.nl

witte illegalen

Postadres Postbus 20301, 2500 EH Den Haag

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018
2500 EA DEN HAAG Bezoekadres
Schedeldoekshaven 100
2511 EX Den Haag
Telefoon (070) 3 70 79 11
Fax (070) 3 70 79 72
Telex 34554 mvj nl

Datum 1 februari 1999 Bij beantwoording
Ons kenmerk 740316/99/DVB de datum en ons Onderwerp Heroverweging dossiers van de personen uit St. Agneskerk kenmerk vermelden.

Inleiding
Zoals ik heb aangekondigd tijdens de debatten met uw Kamer, naar aanleiding van de hongerstaking in de St. Agneskerk te Den Haag, op 8 respectievelijk 15 december 1998 heb ik de dossiers van de betrokken personen nader bestudeerd, om te kunnen beoordelen of ik in voorkomende schrijnende gevallen alsnog gebruik diende te maken van mijn discretionaire bevoegdheid.

Alvorens nader in te gaan op de resultaten van mijn nadere bestudering wil ik nogmaals ingaan op het tot 1 januari 1998 geldende .witte-illegalenbeleid. en het gebruik van de discretionaire bevoegdheid.

Witte illegalenbeleid
Het zogenaamde witte-illegalenbeleid was geldig tot 1 januari 1998. De basis voor deze regeling was de schijn van legaliteit die bij sommige vreemdelingen was gewekt door de Nederlandse overheid aangezien zij gedurende hun illegaal verblijf aan allerlei (wettelijke) verplichtingen van de overheid voldeden, zoals het afdragen van belastingen en sociale premies.

Dit beleid bepaalde, dat een vreemdeling om voor verblijf in aanmerking te komen moest aantonen dat hij op het moment van de aanvraag , de zogenaamde peildatum, minimaal zes jaar ononderbroken in Nederland verbleef en gedurende die periode aantoonbaar 200 dagen per jaar inkomen uit arbeid - waaronder seizoensarbeid - of een inkomensvervangende uitkering had ontvangen waarvoor premies, loonheffing en/of inkomstenbelasting waren afgedragen, zoals uitkeringen krachtens de Werkloosheidswet, de Ziektewet of de Wet op de Arbeidsongeschiktheids-verzekering. Ook wettelijke vakantiedagen (25 werkbare dagen per jaar bij een volledige arbeidstijd) zijn verzekerde dagen en telden mee voor de regeling.

Een aanvraag om toelating werd in conform het gestelde in de vreemdelingencirculaire in elk geval niet ingewilligd indien er sprake was van een van de volgende weigeringsgronden:
a. gecontroleerd vertrek uit Nederland in die periode; b. het verstrekken van onjuiste gegevens;
c. het bezit van valse documenten;
d. criminele antecedenten.

Tot 15 maart 1995 bestond er een zogenaamde .zes-mintoets., waardoor in zeer bijzondere gevallen in afwijking van de voorwaarden alsnog kon worden overgegaan tot verblijfsaanvaarding.

Bij aanvragen van een vergunning tot verblijf door langdurig illegalen die n 1 januari 1998 zijn ingediend, wordt getoetst of er sprake is van dermate bijzondere omstandigheden dat toelating op grond van klemmende redenen is geïndiceerd.
In het kader van de behandeling van de Koppelingswet in juni 1998 is door leden van de Tweede Kamer opnieuw aandacht gevraagd voor vreemdelingen die geen beroep meer konden doen op het op 1 januari
1998 beëindigde illegalenbeleid. Hierbij is uitdrukkelijk niet gekozen voor een nieuwe regeling aangezien iedere nieuwe regeling met daarbij behorende einddatum voor het beleid, nieuwe schrijnende grensgevallen zou opleveren. Tijdens het plenair debat van 25 juni 1998 is een motie aangenomen van de leden Dittrich (D.66) en Albayrak (PvdA) om in voorkomende schrijnende gevallen verstandig gebruik te maken van de discretionaire bevoegdheid.

Gebruik discretionaire bevoegdheid in voorkomende gevallen Het gebruiken van de discretionaire bevoegdheid gebeurt daar waar het gaat om
een samenstel c.q. combinatie van bijzondere factoren, die er in hun onderlinge samenhang bezien, toe leiden dat de toepassing van het beleid in het concrete individuele geval getuigt van een onbedoelde bijzondere hardheid. Het gaat hierbij met name om factoren - uiteraard in hun onderlinge samenhang - als een zeer lange verblijfsduur in Nederland, medische factoren, gezinsomstandigheden en overige klemmende redenen van humanitaire aard.

Tegen deze achtergrond heb ik persoonlijk alle dossiers van de hongerstakers die hebben verbleven in de St. Agneskerk opnieuw bestudeerd. Ik merk hierbij op dat ik bij de start van de heroverweging de indruk had dat het ging om personen die net niet aan de geldende beleidscriteria voldeden. Ik heb echter tijdens de beoordeling moeten vaststellen dat in een substantieel aantal van de zaken zelfs bij benadering niet aan die beleidscriteria werd voldaan.

Ik hecht eraan hier op te merken dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst in alle zaken zorgvuldig aan het zogenaamde witte illegalenbeleid, zoals hiervoor beschreven, heeft getoetst.

Van de 132 personen heb ik vastgesteld dat 7 personen nooit een aanvraag om toelating hebben ingediend. Daarnaast heb ik vastgesteld dat in 64 gevallen sprake is van een nog niet afgeronde procedure in verband met een aanvraag om toelating. In 61 gevallen heeft de rechter reeds een voor betrokkene negatieve uitspraak gedaan, die in rechte onaantastbaar is.
Bij 7 personen is sprake geweest van het verstrekken van onjuiste gegevens, danwel het bezit van vervalste documenten. Bij 42 personen is sprake geweest van een of meerdere uitzettingen. Ik merkte eerder op dat een uitzetting geldt als een contra-indicatie. Ik heb die, bij de toepassing van mijn discretionaire bevoegdheid, niet opgevat als een absolute verhindering om eventueel tot verblijfsaanvaarding te kunnen besluiten. Overigens merk ik op dat in bovengenoemde voorbeelden er zich een combinatie kan hebben voorgedaan van de hiervoor geschetste omstandigheden.

Ik heb in 13 gevallen een dusdanige combinatie van bijzondere factoren geconstateerd, dat ik het gebruik van mijn discretionaire bevoegdheid voor die personen en hun eventuele gezinsleden, op dit moment gerechtvaardigd acht. Het gaat in hier in totaal om circa 40 personen die alsnog een vergunning tot verblijf zullen ontvangen op grond van eerder bedoelde combinatie van individuele klemmende redenen van humanitaire aard.

In de overige gevallen zou verblijfsaanvaarding alleen mogelijk zijn door het wijzigen van het terzake geldende beleid.

Nadere procedure
De betrokken vreemdelingen zijn heden door middel van een brief ingelicht over de uitkomst van de nadere bestudering van hun dossiers en zullen voor de eventuele verdere afhandeling van hun verzoeken nader worden geinformeerd door de vreemdelingendiensten van hun woon- of verblijfplaats, die schriftelijk zijn ingelicht over de uitkomst van de individuele heroverweging. Voor degenen die zijn uitgeprocedeerd en wier verblijf niet alsnog aanvaard wordt, betekent dit dat zij Nederland binnen dertig dagen dienen te verlaten. Voor degenen die nog in procedure zijn met betrekking tot hun verblijfsaanvraag betekent dit dat deze procedure wordt voortgezet indien niet tot verblijfsaanvaarding wordt besloten. Overigens deel ik u mee dat ik contact heb gehad met de bemiddelaars van de hongerstakers en hen op de hoogte heb gesteld van de resultaten van mijn heroverweging.

Tot slot deel ik u mee, dat de door de heer Dittrich gedane suggestie om de door betrokken vreemdelingen betaalde premies te kapitaliseren en aan hen terug te geven bij vertrek, niet mogelijk is binnen de huidige regelgeving.

De Staatssecretaris van Justitie,


01 feb 99 15:50

Deel: ' Justitie over hongerstaking in de St. Agneskerk in Den Haag '




Lees ook