Ministerie van Justitie

05.04.00

Onderzoek Rijksuniversiteit Groningen:

Rechtsontwikkeling blijft achter bij praktijk van informatieverzameling

Wettelijke verplichtingen van bedrijven en instellingen om informatie te verstrekken in belang van opsporing en vervolging staan onder druk. Dit heeft onder meer te maken met een grotere behoefte aan informatie bij politie en justitie. Onderzoeksbevoegdheden van politie en justitie zijn nog onvoldoende toegesneden op de digitalisering van informatie. Ook kan informatie over toekomstig gedrag van de klant vrijwel nooit worden gevraagd. Bovendien ontbreekt voor de Internet Service Providers een verplichting tot registratie van de informatie, die voor criminaliteitsbestrijding belangrijk is. Dit blijkt uit het onderzoek 'Meewerken aan strafvordering door banken en Internet Service Providers' dat vandaag door de Rijksuniversiteit Groningen is gepubliceerd.

Onderzoek
Instellingen en bedrijven beschikken over steeds meer en beter toegankelijke gegevens over personen. Wanneer deze gegevens kunnen bijdragen aan een strafrechtelijk onderzoek, is het voor politie en justitie van belang daarover te kunnen beschikken. In geautomatiseerde bestanden van banken en Internet Service Providers zitten gegevens die onmisbaar kunnen zijn voor de opheldering van misdrijven. Wetenschappelijk onderzoeker Mr. E.C. Mac Gillavry van de vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Rijksuniversiteit Groningen heeft de praktijk en het juridisch kader van informatieverstrekking van banken en Internet Service Providers aan politie en justitie onderzocht. Het onderzoek is gefinancierd door het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum van het ministerie van Justitie (WODC).
Medewerking
Uit het onderzoek blijkt dat de gesignaleerde beperkingen om informatie op te kunnen vragen, politie en justitie afhankelijker maken van vrijwillige medewerking. Banken en Internet Service Providers stellen zich in het algemeen coöperatief op, maar de privacywetgeving biedt beperkt ruimte. Ook zijn er contractuele verplichtingen in de relatie met klanten waarmee banken en Internet Service Providers rekening moeten houden.

Het onverkort wegnemen van die beperkingen door aanvullende wetgeving is niet zonder gevaar. Dit houdt verband met de digitalisering van de samenleving die de mogelijkheden voor informatieverzameling en registratie veel groter maakt. Uitbreiding van verplichtingen om mee te werken kan daarom ingrijpend zijn. Dit vraagt dan ook om een zorgvuldige aanpak.

Commissie
Het onderzoek van de vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Rijksuniversiteit Groningen is van belang voor het werk van de onlangs door minister Korthals ingestelde commissie Strafvorderlijke gegevensvergaring in de informatiemaatschappij. Deze commissie heeft tot taak om na te gaan of regels die van toepassing zijn op het verzamelen van informatie voor strafrechtelijke doeleinden, moeten worden aangepast. Voorzitter is de Rotterdamse hoogleraar straf- en strafprocesrecht, prof. mr. P.A.M.Mevis. De commissie, die voor 1 april 2001 met een rapport komt, zal ook bekijken of politie en justitie bevoegd moeten zijn bestanden te analyseren of te vergelijken en op welke wijze van derden, bijvoorbeeld bedrijven, medewerking kan worden verlangd.

Voor vragen of commentaar met betrekking tot de inhoud van deze pagina's kunt u terecht bij de Directie Voorlichting van Justitie, telefoon: (070) - 3706850,
email: voorlichting@best-dep.minjust.nl,
fax: (070) - 3707594

Laatst gewijzigd: 05-04-2000

Deel: ' Justitie over rechtsontwikkeling en informatieverzameling '




Lees ook