Nummer: 5810 23 maart 1999

Persberichten '99 KABINET AKKOORD MET NIEUWE WET PERSONENENVERVOER

De ministerraad heeft ingestemd met het wetsvoorstel van minister Netelenbos voor een nieuwe Wet personenvervoer 2000. Het voorstel is een uitvloeisel van de beleidsnota Marktwerking in het regionaal openbaar vervoer (de implementatienota), die vorig jaar in de Tweede Kamer is besproken.

De nieuwe wet beoogt het aanbod van openbaar vervoer beter af te stemmen op de vraag en zo de kwaliteit te vergroten. Dit wordt bereikt door netwerken van regionaal openbaar vervoer periodiek betwistbaar te stellen. Het voorstel introduceert daartoe een concessiesystematiek. Provincies, Kaderwetgebieden en een aantal gemeenten verlenen aan vervoerders concessies voor openbaar vervoer voor een periode van maximaal zes jaar.

Op termijn zullen deze concessies alleen na aanbesteding worden verleend. In het wetsvoorstel is een overgangstermijn opgenomen voor de aanbestedingsplicht. Per 1 januari 2003 35% moet het busvervoer zijn aanbesteed en op 1 januari 2005 100%. Voor het vervoer dat wordt verricht door gemeentelijke vervoerbedrijven geldt een langere overgangstermijn. Het gaat hier om de vervoerbedrijven in Groningen, Dordrecht, Utrecht, Rotterdam, Amsterdam, Maastricht, Nijmegen en Den Haag. In die gevallen moet per 1 januari 2006 35% zijn aanbesteed en per 1 januari 2009 100%. Voor tram en metrovervoer kan uitstel van aanbesteding worden verleend.

Personeel Ter bescherming van de rechten van het personeel is in het wetsvoorstel een regeling getroffen bij wisseling van concessiehouder. De introductie van de marktwerking in het regionaal openbaar vervoer kan gevolgen hebben voor het personeel. Hiervoor is een aparte paragraaf opgenomen, die de positie van het personeel regelt bij overgang van een concessie van een oude naar een nieuwe vervoerder. Deze bijzondere- regeling staat naast de bepalingen over het behoud van werknemersrechten bij overgang van een onderneming in het Burgerlijk Wetboek en de Wet op de cao. Regeling in het wetsvoorstel houdt in dat het bij het verrichten van het direct en indirect bij het openbaar vervoer betrokken personeel, zowel in dienst van privaatrechtelijke als gemeentelijke vervoerbedrijven, hun collectieve arbeidsvoorwaarden behouden bij overgang van een concessie. De bijzondere regeling geldt voor een periode van maximaal 10 jaar, waarin de markt kan inspelen op de nieuwe aanbestedings- en concessiesystematiek.

Voor een aanbestede concessie komen alleen die vervoerders in aanmerking die in het bezit zijn van een vergunning en een verklaring van geen bezwaar. Een verklaring van geen bezwaar wordt verleend door de Nederlandse mededingingsautoriteit indien de vervoerder beneden een bepaalde omzet in de OV-markt blijft. Waar de omzetgrens komt wordt nader bepaald in lagere regelgeving.

De tarieven voor het openbaar vervoer worden vrijgegeven. Decentrale overheden en vervoerders kunnen hierover onderling afspraken maken. De Minister van Verkeer en Waterstaat blijft overigens een nationaal vervoerbewijs (zoals de strippenkaart) en het daarvoor geldend tarief vaststellen. Dit vervoersbewijs dient door alle vervoerders te worden geaccepteerd.

Simone Braun, 070-3517116

Deel: ' Kabinet akkoord met nieuwe wet personenenvervoer '




Lees ook