Tweede Kamer der Staten Generaal


26387000.004 brief min gsi t.g.v. uitvoeringsrapportage actieprogramma elektronische overheid

Gemaakt: 29-12-1999 tijd: 15:22


12


26387 Actieprogramma Elektronische Overheid

nr. 4 Brief van de minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 16 december 1999

Eind 1998 heb ik u het Actieprogramma Elektronische Overheid toegestuurd (Kamerstukken 26 387).

Graag doe ik u hierbij de eerste uitvoeringsrapportage, die het jaar
1999 betreft, van het Actieprogramma toekomen.

DE MINISTER VOOR GROTE STEDEN- EN INTEGRATIEBELEID,

R.H.L.M. van Boxtel

Uitvoeringsrapportage Actieprogramma Elektronische Overheid 1999

Inleiding

In het actieprogramma Elektronische Overheid (ELO) Kamerstukken II,
1998/1999, 26 387, nr 1 dat u eind 1998 is toegezonden, werd aangegeven dat de Kamer jaarlijks geïnformeerd zal worden over de voortgang van het actieprogramma. Tijdens het algemeen overleg dat over de elektronische overheid op 5 oktober jl . werd gehouden, heb ik de Kamer toegezegd de eerste voortgangsrapportage nog in 1999 te zullen uitbrengen.

Zoals bekend is de algemene doelstelling van het actieprogramma om met inzet van informatie- en communicatietechnologie (ICT) de publieke sector efficiënter, effectiever en klantvriendelijker te laten functioneren. Het actieprogramma is langs vier lijnen opgezet, waarbij per actielijn een aantal concrete projecten wordt uitgevoerd:

een goede elektronische toegankelijkheid van de overheid

een betere publieke dienstverlening

een verbeterde interne bedrijfsvoering bij de overheid

flankerend beleid: doelgroepenbeleid en onderzoek ICT & overheid

Deze uitvoeringsrapportage volgt dezelfde volgorde, waarbij per actielijn wordt ingegaan op de voortgang van de projecten die inmiddels zijn gestart.


1. Een toegankelijke, digitale overheid

De eerste lijn is om zo veel mogelijk overheidsinformatie op Internet te krijgen, om zo de mogelijkheden te benutten die Internet biedt om de burger, bedrijven en instellingen vrijwel zonder kosten toegang te verlenen tot een grote hoeveelheid overheidsinformatie. Internet biedt bovendien mogelijkheden voor opzoeken, combineren en visualiseren van informatie die met traditionele media niet te evenaren zijn.

Communicatie Overheid Burger: www.overheid.nl

In 1999 is op dit vlak een forse slag gemaakt met de komst van www.overheid.nl, een algemene toegangspoort tot elektronische informatie van het openbaar bestuur. De site kent een simpel te hanteren zoekmachine, verwijst en biedt een verbinding naar de websites van alle overheidsorganisaties (ministeries, Hoge Colleges van Staat, adviesorganen, provincies, gemeenten, waterschappen, regionale openbare lichamen, zelfstandige bestuursorganen, e.d.). Met behulp van www.overheid.nl kan men nagaan of een overheidsorgaan verantwoordelijkheid neemt voor een bepaalde website. De databank van www.overheid.nl bevat nu rond duizend overheidssites. De ministeries en provincies beschikken allemaal over een officiële site, maar bij gemeenten en waterschappen is dit nog slechts bij één op de drie het geval. De portal site biedt verder toegang tot alle Kamerstukken en alle wet- en regelgeving uit Staatsblad, Staatscourant en Traktatenblad, zoals die vanaf 1995 verschenen zijn. (Van de jaren daarvoor zijn deze stukken veelal niet in elektronische vorm beschikbaar). Op basis van reacties van gebruikers is inmiddels een start gemaakt met het verfijnen van de mogelijkheden van de portal website. In de loop van 2000 zullen nieuwe ingangen opgenomen worden die meer uitgaan van de vraagkant van gebruikers, waarbij met name gedacht wordt aan thema- en doelgroeploketten. Momenteel bezoeken zo'n
5.000 personen dagelijks de site. Zeker binnen de overheid en bij professionele gebruikers is de naamsbekendheid van de site al groot. Vanaf november 1999 is in televisiespotjes in samenwerking met het NBLC, het Nederlands Bibliotheek- en LectuurCentrum, geïntegreerd aandacht gevraagd voor de mogelijkheden van Internet in de bibliotheek en voor www.overheid.nl.

Ook de Helpdesk Overheid.nl, die in september van start is gegaan, voorziet duidelijk in een behoefte. Overheden weten steeds beter de weg te vinden naar de Helpdesk voor advies over het bouwen van een website c.q. het kwalitatief verbeteren van hun overheidswebsite. Een onderzoek naar de kwaliteit van overheidssites is al afgerond, terwijl begin 2000 de resultaten beschikbaar komen van onderzoeken naar belemmeringen om te komen tot een overheidswebsite. De Helpdesk zal de resultaten hiervan zoveel mogelijk vertalen naar instrumenten voor het opheffen van deze belemmeringen. Speciaal voor overheden is al door de Helpdesk samen met OL2000 een handboek ontwikkeld en een speciale Internetsite www.overheid.nl/helpdesk in het leven geroepen. Via deze site en via andere communicatiekanalen kunnen overheden diensten afnemen van de Helpdesk, waarmee een bijdrage geleverd wordt de totstandkoming van (ver)nieuw(d)e overheidssites.

In het kader van het traject Communicatie Overheid Burger is al in
1998 f 15 mln aan het NBLC toegekend voor het project `Overheid een open boek'. Het project beoogt in de eerste plaats om medio 2000 in
95% van de Nederlandse bibliotheken één of meerdere PC's met Internet te hebben geïnstalleerd. Inmiddels hebben de ruim 600 Nederlandse bibliotheekorganisaties voor ruim 1.000 bibliotheekvestigingen (centrales en filialen) actieplannen ingediend om Internet aan het publiek aan te bieden. Naar verwachting zal het aantal Internet-werkplekken in bibliotheken eind 1999 het dubbele zijn van eind 1998. In de tweede plaats wordt bibliotheekpersoneel bijgeschoold, daar medio 1998 slechts in de helft van de bibliotheekvestigingen een of meer op nieuwe media geschoolde medewerker beschikbaar was. Aan de cursussen over het verzorgen van Internet-trainingen aan het publiek hebben in periode medio 1998 tot medio 1999 360 bibliotheekmedewerkers deelgenomen. Het derde onderdeel van dit project richt zich op het geven van cursussen aan het publiek, waarmee in het najaar van 1999 in talrijke bibliotheekvestigingen is gestart. Doelgroep hierbij is allereerst het oudere publiek, dat nog geen of zeer weinig kennis heeft gemaakt met `de computer'.

De ook in het leven geroepen site www.webwijzer.net geeft een handzaam overzicht van inspirerende en vernieuwende websites van Nederlandse overheden, musea en archiefdiensten. Als extra stimulans is de onafhankelijke WebWijzerjury ingesteld die in 1999 elke maand een prijs heeft uitgereikt voor de beste overheidssite. De feestelijke uitreiking van de WebWijzeraward 1999 vond begin december plaats op het congres `Wegen naar de virtuele overheid'. De gemeente Amsterdam werd als winnaar onderscheiden. Gezien het succes van de WebWijzer zal ook in 2000 maandelijks een award worden toegekend.

Overheidsinformatie op Internet

Een goed voorbeeld van specifieke overheidsinformatie die dankzij het ELO-actieprogramma nu digitaal is ontsloten is het Elektronisch Loket Rechterlijke Organisatie, het ELRO-project. Vanaf begin december 1999 is de site www.rechtspraak.nl operationeel, die informatie geeft over de rechtspraak in het algemeen. Zo geeft het een toelichting op verschillende gerechtelijke procedures, adresgegevens van gerechten, tarieven voor griffierechten en verwijzingen naar aan rechtspraak georiënteerde sites (zowel in het binnen- als in het buitenland). Tevens biedt ELRO toegang tot eigen sites van zes gerechten die van een gezamenlijke lay-out en navigatiestructuur gebruik maken. Dit bevordert de herkenbaarheid van de rechterlijke organisatie alsmede door het gezamenlijke portal site de vindbaarheid van een gerecht. Via het elektronisch loket zullen ook belangwekkende arresten van de Hoge Raad kostenloos voor het publiek beschikbaar komen. Daarnaast worden in de databank bestuursrechtelijke uitspraken uit de interne Justex-databank geplaatst en zullen uitspraken opgenomen worden van zaken die veel publiciteit trekken.

Zoals bekend heeft de Staat in 1994 een overeenkomst met uitgever Kluwer gesloten over het tot stand brengen van de Algemene Databank Wet- en regelgeving (ADW). Onderdeel van deze overeenkomst is dat de Staat gedurende de looptijd van deze overeenkomst niet meewerkt aan een hiermee concurrerende wettenverzameling. Deze overeenkomst loop in september 2000 af. Vanaf dat moment staat het de Staat vrij om een wettenverzameling via Internet toegankelijk te maken. Daartoe zal in
2000 een Europese aanbesteding worden voorbereid.

In het voorjaar van 2000 zal het rijksdeel van de Staatsalmanak via www.overheid.nl voor een ieder gratis beschikbaar komen. Het zal twee keer per jaar geactualiseerd worden. Dit past binnen het lopende contract dat de Staat met de SDU heeft en dat eind 2001 afloopt. In
2001 zal een openbare aanbesteding plaatsvinden over het met ingang van 2002 op Internet plaatsen van een versie van de Staatsalmanak die dagelijks actueel gehouden zal worden.

Bij het digitaal beschikbaar stellen van overheidsinformatie op Internet is al het een en ander gebeurd ten aanzien van bestuurlijke informatie. Zo zijn van de Eerste en Tweede Kamer en ook van een redelijk aantal provinciale staten de vergaderstukken al op Internet beschikbaar. Maar met betrekking tot de besturen van gemeenten en waterschappen is dit nog nauwelijks het geval. Van alle gemeenten biedt slechts tien procent enige informatie over raadsstukken of verordeningen op Internet aan.

Om hier verbetering in aan te brengen is in 1999 f 6 mln, waarvan f
4,5 mln uit het ELO-budget, toegezegd aan projectvoorstellen die beogen bestuurlijke informatie op Internet te krijgen. De subsidieregeling houdt in dat overheidsorganisaties die structureel bestuurlijke informatie integraal en kosteloos op Internet gaan publiceren een bijdrage in de eenmalige projectkosten kunnen krijgen van maximum f 250.000. Voor provincies, gemeenten en waterschappen geldt dat alleen collectieve projecten met minimaal vijf deelnemers worden gehonoreerd. De belangstelling voor de subsidieregeling was boven verwachting groot. Binnen drie maanden zijn 35 aanvragen ontvangen die voldoen aan de criteria van de regeling, waarvan ongeveer de helft van lagere overheden. Opmerkelijk is de grote belangstelling onder gemeenten voor het indienen van collectieve projecten. Rond 90 gemeenten en deelgemeenten zullen raadsinformaties op Internet gaan aanbieden. Dit waren er tot nu toe slechts 16. Daarnaast zullen rond zeventig gemeenten starten met een eigen website met een beperkte hoeveelheid bestuurlijke informatie. Ook onderzoeksinstituten als het SCP gaan met behulp van de subsidieregeling over tot het integraal publiceren van al hun rapporten op Internet. Daar het aantal aanvragen verre de verwachtingen overtrof, is het oorspronkelijke budget fors verhoogd. Met deze subsidieregeling wordt derhalve een flinke stap voorwaarts gezet bij het toegankelijk maken van overheidsinformatie.

Kader overheidsbestanden

De elektronische gegevensbestanden van het bestuur zijn in beginsel openbaar onder het regime van de Wet openbaarheid van bestuur. Bestuursorganen zijn, uiteraard voor zover dat binnen de kaders van de Wet openbaarheid van bestuur en de privacy-wetgeving is toegelaten, verplicht om die bestanden op verzoek aan burgers, bedrijven en overheden te verstrekken. Uit onderzoek is gebleken dat veel overheidsorganen zich het auteursrecht en het databankenrecht op deze bestanden voorbehouden. Dat heeft tot gevolg dat burgers en bedrijven de openbare bestanden vaak wel kunnen krijgen, maar deze verder niet mogen gebruiken. Daarom is een helder beleidskader nodig. Bij het ontwikkelen van dit beleidskader is mijn inzet dat, in het verlengde van de tarieven van de Wet openbaarheid van bestuur, de elektronische gegevensbestanden van het bestuur algemeen beschikbaar komen tegen maximaal de marginale kosten van de verstrekking. Algemeen beschikbaar betekent dat burgers, overheden en bedrijven er niet alleen bij kunnen, maar dat zij die informatie ook vrij kunnen gebruiken. In ambtelijk overleg is gebleken dat er weliswaar brede steun is voor dit uitgangspunt van beleid, maar ook dat er enkele aanzienlijke obstakels zijn. Allereerst is er een aantal legitieme, gevestigde belangen van organisaties die opdracht dan wel toestemming hebben gekregen om (een deel van) de kosten van aanleg en beheer van hun bestanden aan afnemers in rekening te brengen. Daarnaast lijken er gevallen te bestaan waarin het vragen van een hogere vergoeding dan de marginale kosten van de verstrekking een hoger maatschappelijk rendement (positief welvaartseffect) genereert. Bestuurlijk overleg moet leiden tot meer inzicht in mogelijke uitzonderingen op het geformuleerde uitgangspunt en in wenselijke overgangsbepalingen. De Kamer zal op korte termijn op de hoogte gesteld worden van de resultaten van deze consultaties en de vervolgactiviteiten die in het licht van de commentaren nodig zijn om de voorgenomen beleidslijn te implementeren.


2. Elektronische dienstverlening door de overheid

Niet alleen voor het publiek relevante overheidsinformatie moet op het net beschikbaar komen, ook de transacties tussen overheid en burgers/bedrijven/instellingen moeten veel meer via de elektronische snelweg gaan plaatsvinden. Dat is de tweede lijn van het actieprogramma Elektronische Overheid.

In het Actieprogramma werd als doel geformuleerd dat in 2002 minimaal een kwart van de publieke dienstverlening langs elektronische weg afgehandeld moet kunnen worden. Deze doelstelling werd later in De Digitale Delta Kamerstukken II, 1998/1999, 26 643, nr 1 herhaald

Overheidsloket 2000 (OL2000)

Om deze 25% te halen is in 1999 het programma OL2000 in 1999 fors geïntensiveerd. De deelnemende partijen, de ministeries van BZK, EZ, VROM en VWS, hebben inclusief ELO-bijdragen voor de periode 1999-2002 ruim f 25 mln beschikbaar gesteld voor OL2000, waarvan al f 10 mln in
1999 is vastgelegd. Van deze f 10 mln kwam f 6,2 mln uit de ELO-gelden

Het doel van het programma OL2000 is om komen tot een landelijk dekkend geheel van `fysieke' (balie, zuil, schriftelijk, telefonisch) en virtuele (internet)loketten op de beleidsdomeinen Bouwen & Wonen, Zorg & Welzijn en Bedrijven. Voor burgers en bedrijven moet hierlangs:

alle informatie die van belang is voor de afname van publieke diensten op een voor hen logische plek integraal beschikbaar komen;

minimaal de helft van de publieke dienstverlening op die terreinen op een voor hen logisch samenhangende wijze geleverd worden;

minimaal een kwart van die dienstverlening elektronisch afgehandeld worden.

Het programma OL2000 bestaat uit vier projecten:


1) Het project `Bedrijvenloket', dat door het ministerie van EZ wordt aangestuurd, en dat er toe moet leiden dat eind 2001 op drie plaatsen fysieke en elektronische bedrijvenloketten functioneren en er een beproefde toolkit gereed is voor toepassing in geheel Nederland. In
1999 is het projectplan vastgesteld en is de eerste fase, de selectie, afgerond. Besloten is dat de drie voorhoedeprojecten in de gemeente Groningen, de provincie Drenthe en de regio Alkmaar zullen plaatsvinden.


2) Het loket Zorg & Welzijn, waar het ministerie van VWS de eerst verantwoordelijke voor is. Resultaat van dit project moet zijn dat eind 2002 op vijf tot tien plaatsen loketten Zorg & Welzijn functioneren alsmede een beproefde toolkit beschikbaar is. In 1999 is het projectplan vastgesteld en is de eerste fase, de selectie van de voorhoedeprojecten, gestart.


3) Loket Bouwen & Wonen, dat getrokken wordt door het ministerie van VROM, met als beoogd resultaat eind 2002 op meerdere plaatsen functionerende fysieke en elektronische loketten gereed te hebben. Ook voor dit project geldt dat in 1999 het projectplan is vastgesteld en dat is begonnen met de eerste fase, de selectie van voorhoedeprojecten.


4) Ontwikkelen en toepassen van generieke instrumenten, plegen van onderzoek en missieactiviteiten (voortrekkersrol BZK). Dit moet erin resulteren dat eind 2002 ontwikkelde en beproefde generieke instrumenten beschikbaar zijn, waaronder overzichten van digitale vraagpatronen van overheidsklanten, alsmede een digitale catalogus van overheidsproducten, een elektronisch formulier en een model elektronisch loket. Uiteraard zal er daarbij voor gezorgd worden dat de betrokken publieke dienstverleners bereid zijn om deze instrumenten toe te passen. Begin 2000 komen de resultaten beschikbaar van een onderzoek naar de stand van zaken bij de geïntegreerde dienstverlening in Nederland. De gebruikte onderzoeksmethodiek wordt ook geschikt gemaakt als meetinstrument voor publieke dienstverleners om zelf hun voortgang op dit terrein te beoordelen. Verder komt op korte termijn een referentiemodel beschikbaar voor het elektronische loket dat kan dienen als een standaard voor dienstverleners en ICT-bedrijven.

Het oorspronkelijke voor 1999 geraamde ELO-budget van f 2,5 mln is met f 3,7 mln verhoogd tot f 6,2 mln. Voor de ontwikkeling van generieke instrumenten was namelijk f 1,9 mln extra nodig, opdat ook de publieke dienstverleners die niet worden betrokken in de voorhoedeprojecten al aan de slag kunnen met het integreren en digitaliseren van de eigen dienstverlening. Tevens is de ELO-bijdrage aan het Bedrijvenloket, die oorspronkelijk verspreid over de jaren 1999-2002 zou worden toegekend, in 1999 reeds in één keer is toegekend.

Virtueel loket Centra Werk en Inkomen (CWI)

Het beoogde eindproduct van het project `Virtueel CWI-loket' is een logisch en functioneel ontwerp voor de informatie- en adviesfunctie van de Centra voor Werk en Inkomen, waarbij optimale gebruik wordt gemaakt van elektronische hulpmiddelen. In de vervolgfase van het project zal de verdere uitwerking van het ontwerp plaatsvinden in onder andere een testopstelling, die op locatie door samenwerkende partijen in een regio wordt toegepast. Na de proefneming wordt het ontwerp geijkt en gefaseerd ingevoerd. Doel van het project is dat het virtuele CWI-loket door de samenwerkende partijen (met name Lisv, Arbeidsvoorziening Nederland, VNG en Stichting CVCS) gedragen wordt. Vanuit het ELO-actieprogramma is in 1999 een bijdrage van f 1,75 mln geleverd ter financiering van de aanloopfasen. Het blijkt dat de afstemming met lopende initiatieven tot enige vertraging en aanpassingen binnen oorspronkelijke planning leiden, maar naar verwachting kan het uitvoeringsprogramma zoals gepland halverwege 2000 beginnen.

Zorgpas

In 1999 is vanuit het ELO-actieprogramma een bijdrage van f 3 mln geleverd aan het project `Zorgpas'. Het Zorgpas-project is gericht op het tot stand brengen van een open elektronisch netwerk in de Nederlandse gezondheidszorg, dat kan worden gebruikt door alle patiënten (zorgconsumenten), zorgaanbieders en zorgverzekeraars. Centraal daarbij staat het standaardiseren van elektronische communicatie, waarbij een chipcard een hulpmiddel is. De bedoeling is dat iedere verzekerde gaat beschikken over een Zorgpas met in de chip persoonsgegevens ter identificatie alsmede gegevens over de verzekering, zoals geldigheid, administratieve gegevens en voorwaarden voor betalingsgarantie. De zorgaanbieder kan deze data benutten en doorwerken in zijn eigen administratie, de zorgverzekeraar houdt de gegevens actueel en de patiënt krijgt de mogelijkheid zelf de zorgpas elektronisch te laten actualiseren met behulp van informatiezuilen. In de periode april 2000 - april 2001 zal een experiment in de regio Eemland plaatsvinden met 370.000 chipcards. Er wordt een communicatienet van voldoende capaciteit ingericht dat door middel van smartcardlezers wordt voorzien van een aantal basisfunctionaliteiten. Hiermee krijgen 864 zorgaanbieders en 30 zorgverzekeraars de gelegenheid de communicatiemogelijkheden aan hun bedrijfsprocessen te toetsen. De plannen voor deze proef zijn opgesteld door zorgverzekeraars, zorgaanbieders en patiënten gezamenlijk. VWS is daar als waarnemer bij betrokken. De totale projectkosten belopen naar raming f 17,5 mln, waarvan de overheid de helft voor haar rekening neemt.

Elektronische Identiteitskaart

Zoals bekend zal begin 2001 een nieuwe generatie reisdocumenten het licht zien. Er komt een nieuw paspoort en de Europese Identiteitskaart zal worden vervangen, door een chipkaart. Deze chipkaart zal op een later moment voorzien worden van biometrie en een elektronische identiteitsfunctie. Zo zal de nieuwe identiteitskaart door toepassing van onder meer chiptechnologie geschikt worden gemaakt voor identiteitsvaststelling op afstand en om een digitale handtekening te zetten. Naar verwachting zal realisatie per 2003 plaats kunnen vinden. In 1999 zijn de eerste fasen (`quick scans') van twee `best practise'-onderzoeken gestart. De betreffende eindrapporten over PKI en biometrie zijn door de externe deskundigen opgeleverd, terwijl het derde best practise-onderzoek naar chiptechnologie is gestart. Voor de beproeving van de toe te passen nieuwe technologieën zijn in 1999 pilots voorbereid. De pilot die samen met de partners uit de sociale zekerheid (SZW, LISV en ARBVO) wordt uitgevoerd, is zodanig vergevorderd dat deze half januari 2000 kan starten in de gemeente Delft. De taakverdeling tussen de partners is dat BZK zorgdraagt voor de kaart en de infrastructuur en de sociale zekerheidssector voor de (elektronische) diensten. Vanuit het ELO-budget is in 1999 een bijdrage van f 2 mln verstrekt aan de totale projectkosten van f 3,6 mln.


3. Achter de schermen van de overheid

Niet alleen in de front-office, in het verkeer tussen overheid en burger/bedrijven, is het zaak om zoveel mogelijk nuttig gebruik te maken van de voordelen die ICT biedt, ook in de back-office, achter de overheidschermen kan nog veel meer op een zinvolle wijze ICT worden ingezet, teneinde de overheid efficiënter, effectiever en klantvriendelijker te laten opereren.

Overheidscommunicatie

Een belangrijk project hierbij is het totstandbrengen van een overheidsintranet. In 1999 is een start gemaakt met dit intranet, waar om te beginnen in 2001 alle Rijksambtenaren en de werknemers bij de hoge Colleges van Staat op aangesloten zullen worden. Een uitgevoerd architectuuronderzoek heeft inmiddels geresulteerd in een bestek voor een Europese aanbesteding en een contra-expertise. Naar verwachting zal in de tweede helft van 2000 een eerste versie van het rijksoverheidintranet, waar dan een aantal departementen op zullen zijn aangesloten, operationeel zijn.

Een van de diensten van het rijksoverheidintranet zal een dynamische elektronische adresgids zijn, waarin alle rijksambtenaren met hun e-mailadres staan opgenomen. Deze adresgids moet in 2001 operationeel zijn. In 1999 is een consultatiedocument opgesteld om draagvlak van alle departementen te verwerven.

De departementen van AZ, BZ, EZ, Financiën, Justitie, LNV, OCW, SZW, V&W en VWS kennen inmiddels eigen intranetten, terwijl bij BZK en Defensie hiertoe pilots lopen. Ook de Eerste en Tweede Kamer en de Algemene Rekenkamer kennen eigen intranetten. Instellingen die al over een intranet beschikken kunnen straks makkelijker toegang krijgen tot het op te zetten overheidsintranet.

Elektronische handtekening en PKI

Het project `Public Key Infrastructure' (PKI) bouwt voort op twee studies die in 1999 zijn uitgevoerd: `Vertrouwen in Communiceren' en `Communiceren in vertrouwen'. In de jaren 2000-2002 zullen meerdere projecten worden ondersteund teneinde in deze periode te komen tot een betrouwbare infrastructuur voor PKI-diensten, ook wel TTP (Trusted Third Parties)-diensten genoemd. Deze infrastructuur voorziet in een vastgesteld beveiligingsniveau voor de communicatie van de publieke sector, moet transparant zijn voor de gebruikers en biedt de mogelijkheid om de elektronische handtekening te gaan gebruiken. PKI-diensten ondersteunen ondermeer het beveiligen van elektronische post, Internetgebruik en de elektronische communicatie tussen overheden, burgers en bedrijfsleven. Een betrouwbare PKI is dan ook van importantie voor het grootschalig gebruik van de digitale handtekening. Om het vaak onderschatte belang van een goede PKI voor de publieke sector helder te maken, is in 1999 opdracht gegeven tot het opzetten en uitvoeren van een communicatieplan.

Stroomlijning Basisgegevens

Om de efficiëntie en effectiviteit van het overheidshandelen te verhogen dient de gegevensuitwisseling tussen organisaties, sectoren en bestuurslagen te worden gestroomlijnd. In 1999 is hiertoe een sterke impuls gegeven met de start van het programma Stroomlijning Basisgegevens. In 1999 lag het accent op het scheppen van de randvoorwaarden, het creëren van draagvlak, inventarisatie en analyse van de problematiek, de ontwikkeling van het inhoudelijke concept en de opstart van voorbeeldprojecten. Het programma kent zes programmalijnen.

De lijn Programma-ondersteuning en Communicatie (voortrekkersrol BZK) heeft inmiddels geresulteerd in de aanstelling van een full-time programmamanager en de optuiging van een Programmabureau dat begin
2000 van start zal gaan.

Binnen de lijn Informatiekaart Nederland (BZK) is een concept-informatiekaart gereed gekomen, bedoeld als analyse-instrument voor de opsporing van witte vlekken, overlap en strijdigheden op het zeer brede terrein van de basisgegevens. Mede aan de hand van deze kaart worden in de vorm van expert- en managementsessies de belangrijkste knelpunten op het terrein van de gegevensuitwisseling bepaald.

Het tot stand brengen van een stelsel van authentieke registraties vormt de kern van het programma Stroomlijning Basisgegevens. In 1999 zijn binnen de lijn Authentieke Registraties (SZW) de uitgangspunten van het concept vastgesteld, op basis waarvan in 2000 in interactie met de andere programmalijnen de nadere uitwerking en vaststelling plaats zal vinden.

De programmalijnen Kostenverrekening (Financiën) en Wetgeving (Justitie) zijn randvoorwaardelijk voor de programmalijn Authentieke Registraties. Beide programmalijnen zullen begin 2000 worden opgestart. Voor de programmalijn Kostenverrekening is al belangrijk voorwerk gereed gekomen in de vorm van het rapport van de Commissie Tops.

Binnen de lijn Voorbeeldprojecten ten slotte zijn inmiddels vier voorbeeldprojecten gestart: Gebouwenregister (VROM, Ravi en VNG); Geografisch Kernbestand (VROM, Ravi); Basisbedrijvenregister (EZ, in samenwerking met Belastingdienst, CBS, Kamers van Koophandel en LISV) en Verzekerdenadministratie (SZW, LISV in samenwerking met de UVI's). Voor alle projecten zijn in 1999 plannen van aanpak vastgesteld en is met de uitvoering begonnen.

De activiteiten en planning voor 2000 zijn in hoge mate afhankelijk van de uitkomst van de lopende oriënterende activiteiten, die voor het grootste deel begin 2000 worden afgerond in de vorm van de lopende knelpunten- en haalbaarheidsanalyses, van een vastgesteld concept van authentieke registraties en van nader uitgewerkte projectplannen.

Overheidstelefonie 2000 (OT2000)

Het intensiveren van het ICT-gebruik in de back-office van de overheid brengt aanzienlijke kosten met zich mee, die veelal door de betrokken overheidspartijen zelf gedragen moeten worden. Op initiatief van BZK/GSI hebben verschillende overheidspartijen hun kracht gebundeld om via een Europese aanbesteding in de geliberaliseerde telecom-markt een substantiële besparing te bereiken op de kosten voor telefonie. In de aanbesteding die in 1999 plaatsvond, participeren rond 250 overheidsorganen, waaronder gemeenten, onderwijsinstellingen en waterschappen. De ministeries en provincies hebben daarvoor in het project OT 2000 het voortouw genomen. De aanbiedingen leveren over de percelen vaste, mobiele en internationale telefonie gemiddeld een (potentiële) korting op van 18% ten opzichte van de huidige markttarieven, waarbij het geboden dienstenpakket tevens volop mogelijkheden biedt tot toepassing van nieuwe communicatietechnologie binnen de overheid. Voor elk perceel zijn twee aanbieders geselecteerd, waardoor overheidsorganisaties voldoende keuzemogelijkheden krijgen te voorzien in hun
telecommunicatiebehoeften. Besloten is de aanbesteding voorlopig te gunnen aan Dutchtone en KPN Telecom voor de vaste telefonie, aan Dutchtone en Libertel voor de mobiele telefonie en aan Dutchtone en Versatel voor telefonie naar bijzondere bestemmingen. Bij de formele gunning, die rond april 2000 wordt verwacht, zullen mantelovereenkomsten worden afgesloten met een looptijd van drie jaar met een totale waarde van circa f 400 miljoen.

Digitale Duurzaamheid

In het actieprogramma Elektronische Overheid is gewezen op het risico dat de overheid als gevolg van allerlei ICT-toepassingen haar institutionele geheugen kwijt zou kunnen raken. Om de `Digitale Duurzaamheid' van de overheid te verzekeren, is met een gelijknamig traject gestart. Allereerst zijn hiertoe in 1999 van een op te zetten Recordkeeping System (RKS) de functionele eisen geformuleerd, is een marktverkenning uitgevoerd en een laboratorium-opstelling ingericht. De resultaten van deze activiteiten zijn eind 1999 gepubliceerd in een brochure met CD-ROM `Het geheugen als actieve kracht'. Ook n.a.v. een onderzoek naar e-mail is een brochure met de titel `Archivering van elektronische post' gepubliceerd. Daarnaast is de eerste fase van vooronderzoek naar een Digitaal Depot afgerond. In het rapport `Carrying Authentic, Understandable and Usable Digital Records Through Time' worden voorstellen gedaan voor een bewaarstrategie en voor vervolgstappen. Het in het rapport geadviseerde testbed is in het najaar Europees aanbesteed. Tenslotte is het Archiefbesluit interdepartementaal becommentarieerd en voor advies aan de Raad voor Cultuur voorgelegd en heeft de KU Brabant onderzoek verricht naar de voor digitale duurzaamheid relevante wet- en regelgeving.


4. ICT-doelgroepenbeleid en onderzoek ICT & Overheid

Als flankerend beleid zijn in het kader van de Elektronische Overheid in 1999 op twee terreinen activiteiten gestart: specifiek ICT-doelgroepenbeleid en onderzoek `ICT & Overheid'

Specifiek doelgroepenbeleid: Digitale trapveldjes

Bedacht dient te worden dat aan de ene kant de ontwikkeling van een netwerksamenleving vele, vooral economische kansen biedt, maar dat aan de andere kant er het risico is dat bepaalde bevolkingsgroepen de aansluiting bij de netwerkmaatschappij missen, of slechts zeer eenzijdig in aanraking komen met (de gevolgen van) informatietechnologie. Het gaat hierbij om alle groepen inwoners, van jong tot oud, vrouwen en mannen, allochtonen en autochtonen. Daarom moet er met name in de aandachtswijken van de grote steden geïnvesteerd worden in ICT-educatie. Doel van het project Digitale Trapveldjes is om de inwoners van deze wijken mogelijkheden te bieden om Internet-vaardigheden op te doen en zich daarmee een betere positie op de arbeidsmarkt te verwerven. Op het `digitale trapveld' worden mensen met een zwakke arbeidsmarktpositie geschoold in ICT-gebruik, zodat ze hiermee meer kans krijgen op werk. Hiernaast kunnen potentiële `digibeten' (bijv. 50+ers en baanlozen) kennis maken met computers, e-mail en Internet. Het is de bedoeling om een koppeling tussen beide doelgroepen aan te brengen: degenen die geschoold worden in het ICT-gebruik gaan cursussen geven aan de `digibeten' uit hun wijk. Hiertoe wordt een ruimte ingericht als `digitaal trapveld' met alle bijbehorende faciliteiten. Deze ruimte kan onderdeel uitmaken van een buurthuis, school, bejaardenhuis of bibliotheek.

Het project digitaal trapveld start niet vanuit een nulsituatie; er loopt reeds een aantal soortgelijke lokale projecten in de G25, echter wel met verschillende accenten. Voorbeelden hiervan zijn de interculturele wijkmediacentra in Utrecht en Amsterdam en Rotterdam, het Telematicacentrum, verbonden aan de bibliotheek in de Haagse Schilderswijk en een project in Emmen. Dit zijn in feite digitale trapveldjes `avant la lettre'. Op dit moment wordt geïnventariseerd welke plannen de 25 `Grote Steden', de G25, op de plank hebben liggen, maar waarvoor men lokaal onvoldoende budget voor de start beschikbaar heeft. Een aantal aansprekende lokale projecten zal reeds in de aanloopfase een startsubsidie ontvangen - d.w.z. vooruitlopend op het beschikbaar komen van eigen BZK-budget van f 20 mln.

Het project Digitale Trapveldjes start officieel begin 2000 met een conferentie met een informatiemarkt, best practices en demonstraties. Ook wordt voor een heldere en eenduidige informatievoorziening een website ontwikkeld. Tevens zal ook in 2000 de `cyberbus` worden ingezet. De cyberbus is een rijdend klaslokaal met 16 computers met internetaansluiting en is zeer geschikt als een soort `digitaal trapveld op wielen'. De cyberbus heeft in ELO-opdacht in 1999 20 locaties bezocht, waardoor rond 750 personen (vaak voor de eerste keer) kennis hebben gemaakt met de virtuele wereld.

Onderzoek ICT & Overheid

In het Actieprogramma Elektronische Overheid werd het belang onderstreept van het verrichten van onderzoek naar de invloed van ICT op de overheid. Met de in 1999 opgekomen discussie over de zogeheten `Nieuwe economie' is dit belang alleen nog maar groter geworden. Met het onderzoeksprogramma `ICT & Overheid' is in 1999 een start gemaakt door Nederland aan te melden als deelnemer aan het onderzoek `Governance in the digital economy'. Dit onderzoeksprogramma wordt uitgevoerd door de `Alliance for converging technology' onder leiding van de bekende Amerikaanse publicist Don Tapscott. Het programma wil de praktische implicaties voor de overheid onderzoeken, die de nieuwe technologie en de nieuwe economie met zich meebrengen; «what kind of governments do citizens need for the 21st century?» Deelname aan dit internationale programma geeft via congressen, literatuurverwijzingen en e-mailcontacten direct toegang tot en inzicht in belangwekkende ontwikkelingen in toonaangevende landen op het gebied van ICT. In maart 2000 zal Tapscott voor de Nederlandse deelnemers een seminar houden.

Complementair aan de deelname aan het Tapscott-onderzoek is de deelname aan het Nederlandse programma Internet & Openbaar Bestuur. Bij dit onderzoeksprogramma zijn betrokken: de ministeries van VROM, BZK, V&W en Financiën, Katholieke Universiteit Brabant, Erasmus Universiteit Rotterdam, Ordina, Maatschappij voor Oude en Nieuwe Media, Tweede Kamer, TNO en Programmabureau OL2000. Centraal staat in dit programma de vraag: "Wat doet het Internet met het openbaar bestuur?». Op het Internet ontwikkelt zich immers een set van virtuele werkelijkheden die relatief autonoom is ten opzichte van de bestaande politiek-bestuurlijke werkelijkheid, die eigen vormen van politiek en bestuur laat zien en die talloze interferenties met de bestaande politiek-bestuurlijke werkelijkheid vertoont. Het is daarom van belang kennis van en inzicht te verwerven in de specifieke politiek-bestuurlijke aspecten van Internet, waarbij Internet een metafoor is voor politiek-bestuurlijke, sociaal-culturele en economische organisatiepatronen van de (nabije) toekomst. Er zijn drie onderzoeksvoorstellen geformuleerd. De eerste, Gekoppelde Verantwoordelijkheden, betreft de verdeling van verantwoordelijkheden bij Interbestuurlijke Gegevensuitwisseling. De tweede, ICT de baas?, gaat over informatietechnologie, stuurbaarheid en individuele autonomie, en de derde, De schaduwdemocratie, gaat in op het thema `ICT en maatschappelijke participatie'.

Ook bij de ITAFIT tenslotte is vanuit het actieprogramma aansluiting gezocht. ITAFIT is een Nederlands netwerk dat case-studies verricht naar bijdragen van ICT aan de oplossing van bestuurlijke vraagstukken. Door daarbij een vaste opzet te hanteren ontstaan onderling vergelijkbare uitkomsten. Deelname aan dit netwerk biedt de mogelijkheid om bij de startfase van bepaalde overheidsprojecten gebruik te maken van ervaringen die elders al zijn opgedaan. In 1999 werden best-practices onderzocht ten behoeve van het Elektronisch Loket Rechtelijke Organisatie (in Australië) en de Elektronische Identiteitskaart (in Finland).


5. Financiën en organisatie van de Elektronische Overheid

Voor de uitvoering van het Nationaal Actieprogramma Elektronische Snelwegen (NAP) uit 1994,

inmiddels opgevolgd door De Digitale Delta, is structureel f 70 mln per jaar beschikbaar. Overeengekomen is hiervan in principe jaarlijks f 20 mln à f 30 mln voor zowel de collectieve als de particuliere sector beschikbaar te stellen. In 1999 was f 31,6 mln beschikbaar voor de uitvoering van het Actieprogramma Elektronische Overheid. Van dit beschikbare budget is in 1999 f 25,5 vastgelegd en is f 4 mln (voor op het Internet plaatsen van wet- en regelgeving, A3) naar 2000 doorgeschoven.

Het beschikbare bedrag in 2000 komt daarmee op f 34 mln. Daar de uitgaven van sommige posten moeilijk exact van te voren te ramen zijn, onder meer als gevolg van budgettair onzekere uitkomsten van bepaalde aanbestedingstrajecten, wordt het verantwoord geacht in de begrotingsopstelling voor het jaar 2000 uit te gaan van f 35,5 mln plus twee p.m.-posten en daarmee dus boven het beschikbare bedrag uit te komen. Uiteraard is de f 34 mln `het matje' waarbinnen het totaal van de ELO-uitgaven in 2000 moeten blijven.

Begroting Elektronische Overheid (verplichtingen in f mln)

B 1999 Realis. 1999 B 2000

Toegankelijkheid van de overheid:

A1: Communicatie Overheid Burger/ 0,7 0,7 -

www.overheid.nl

A2: Kader overheidsbestanden - - -

A3: Overheidsinformatie op Internet 10,0 6,0 9,0

wet- en regelgeving 4,0 - 4,0

overheidsaanbestedingen 1,0 - 1,0

gerechtelijke uitspraken 1,5 1,5 -

overheids-content/dienstverl.regeling 2,75 4,5 4,0

Staatsalmanak 0,75 0,0 -

Dienstverlening door de overheid:

B1: OL2000 2,5 6,2 2,5

B2: Virtueel CWI-loket 2,0 1,75 4,0

B3: ICT zorgsector (o.a. Zorgpas) 3,0 3,0 4,0

B4: Elektronische Identiteitskaart 2,0 2,0 p.m.

B5: Elektronische Heerendiensten - - p.m.

Achter de overheidsschermen:

C1: Overheidsintranet en PKI 3,1 0,5 6,5

C2: Stroomlijning Basisgegevens 5,3 3,7 7,0

C3: ON21 - - -

C4: Digitale Duurzaamheid 2,0 0,1 2,0

Onderzoek en doelgroepenbeleid:

D1: Onderzoek ICT & Overheid 0,5 0,3 0,5

D2: Voorlichting 0,5 - -

D3: Digitale Trapveldjes - 1,0 -

====================== ===== ===== =======

TOTAAL 25,25 35,5 + p.m.

Totaal beschikbaar 31,6 34,0

Voor de bewaking van de voortgang van het Actieprogramma als geheel is het zgn. interdepartementale ELO-directeurenoverleg ingesteld, dat in
1999 drie keer bijeen is geweest. Dit directeurenoverleg verricht als het ware het inhoudelijke voorwerk voor de NAP-Stuurgroep dat vervolgens dan ook nog slechts marginaal de voorgelegde ELO-plannen hoeft te toetsen. Deze werkwijze zal ook in 2000 gevolg worden.


6. ELO in 2000

De resultaten van 1999 overziend kan gesteld worden dat een goede start gemaakt is met de uitvoering van het actieprogramma Elektronische Overheid. Met name op de eerste twee actielijnen, elektronische toegankelijkheid tot en dienstverlening door de overheid, is onder meer bij de bibliotheken en bij het op Internet plaatsen van overheidsinformatie veel in gang gezet. Het voornemen om meer van Internet gebruik te gaan maken bij overheidsaanbestedingen heeft in 1999 evenwel nog niet tot concrete acties geleid. Die staan nu voor 2000 gepland. Hetzelfde kan gezegd worden over aangekondigde initiatieven voor `pro-actieve' dienstverlening, het door de overheid verrichten van service, zonder dat de burger daar eerst expliciet om gevraagd heeft. In het Actieprogramma werd verondersteld dat de activiteiten in de front-office, met name pijler A, vooral hun beslag zouden krijgen in 1999. Gebleken is evenwel dat ook in de periode daarna nog financiële overheidstimulering nodig is. Vandaar dat ook voor 2000 hier middelen voor zijn vrijgemaakt.

De gestarte projecten `Elektronische identiteitskaart' en `PKI' zijn behalve voor hun primaire doelen

ook van belang voor het realiseren van de elektronische handtekening: een thema dat onder meer aan de orde kwam in het algemeen overleg van oktober over het Actieprogramma. Mede op basis van de ervaringen uit deze twee projecten zal hier in 2000 verder aan worden gewerkt. Ook het project Stroomlijning basisgegevens zal in 2000 in een stroomversnelling komen. Dit mede n.a.v. het rapport van de commissie Slechte over het belang om de administratieve lasten te verminderen.

Onder de pijler `Onderzoek en doelgroepenbeleid' stond in het actieprogramma aangekondigd dat er een voorlichtingsprogramma voor overheidsmanagers zou worden opgezet. Zoals echter de sterke toename van het aantal e-mail- en Internetaansluitingen binnen de overheid laat zien, wordt het belang van ICT voor de dagelijkse interne bedrijfvoering steeds meer onderkend. Besloten is dan ook geen apart voorlichtingsprogramma voor overheidsmanagers te starten.

In het algemeen overleg van oktober kwam ook aan de orde dat naast de centrale vraag van het actieprogramma, wat doet de overheid met ICT?, minstens zo belangrijk is wat ICT met de overheid doet. Zoals toen aangekondigd ben ik voornemens om in het voorjaar van 2000 een nota uit te brengen die een visie formuleert op deze laatste vraag. In deze nota zal onder meer worden ingegaan op de invloed van ICT op de democratie, op de kwaliteitsnormen van een elektronische overheid en op de privacy.

Een van de inspiratiebronnen voor het opstellen van deze nota is de discussie over de elektronische overheid die gedurende december gevoerd is op de site www.rogervanboxtel.nl. Eerder werd via deze site een maand lang aan de hand van stellingen gediscussieerd over de millenniumproblematiek resp. het minderhedenbeleid en nadien over het grote stedenbeleid. Aan het eind van elke maand vond een live-chat met mij plaats, waarbij direct werd gereageerd op de binnenkomende vragen en opmerkingen. Deze permanente elektronische spreekuren vinden vooral plaats om ervaring op te doen met het gebruik van ICT bij beleidsvorming en democratische participatie. Het experiment loopt door maart 2000, waarna het zal worden geëvalueerd. Aan de hand hiervan zal bekenen worden of zo'n elektronisch spreekuur van structurele aard zou moeten zijn.

Eind 2000 zal de Kamer opnieuw via een voortgangsrapportage op de hoogte gesteld worden van de voortgang van de projecten die voortkomen uit het Actieprogramma Elektronische Overheid.

De minister voor het Grote Steden- en Integratiebeleid

R.H.L.M. van Boxtel

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

Deel: ' Kamer uitvoeringsrapportage actie elektronische overheid '




Lees ook