Tweede Kamer der Staten Generaal


26800xv0.061 brief van het presidium t.g.v. concept-adviesaanvraag aan de ser

Gemaakt: 15-12-1999 tijd: 15:3

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Vergaderjaar 1999-2000


26 800 XV Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2000

Nr. 61 Brief van het Presidium

Aan: alle leden

Den Haag, 15 december 1999

De Kamer heeft op 7 december j.l. de Kamer de motie-Van Zijl/Schimmel aanvaard (Kamerstuk 26800 XV nr. 60) houdende het verzoek aan het Presidium, om een adviesaanvraag aan de Sociaal Economische Raad voor te bereiden over de mogelijkheden om het zogenoemde AOW-gat op de korte en lange termijn te verkleinen. De motie verzoekt het Presidium te bevorderen dat het advies vóór 1 mei 2000 in het bezit van de Kamer is.

De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft het Presidium hieromtrent geadviseerd. Het Presidium stelt de Kamer voor om overeenkomstig dit concept (zie bijlage) te beslissen.

De Voorzitter

De Griffier

BIJLAGE

Concept-Adviesaanvraag aan de SER

Onderwerp: adviesaanvraag AOW-gat problematiek

Inleiding
Namens de Tweede Kamer der Staten-Generaal verzoek ik uw Raad om een advies uit te brengen over denkbare beleidsvarianten die tot doel hebben de financiële positie van ouderen met een zogenaamd AOW-gat (personen met een onvolledige AOW-opbouw) te verbeteren. Tevens wordt uw Raad verzocht te adviseren over mogelijkheden om het ontstaan van een AOW-gat in de toekomst te doen laten afnemen. Uit oogpunt van sociaal beleid acht de Tweede Kamer het wenselijk dat wordt gezocht naar oplossingen op korte en lange termijn om de inkomenspositie van ouderen met een onvolledige AOW-opbouw te verbeteren.

De Tweede Kamer verzoekt uw Raad in zijn advies in te gaan op een aantal beleidsvarianten die voor bovengenoemd probleem een oplossing kunnen vormen. Zij verzoekt de Raad voorts in zijn advisering de voor- en nadelen van de verschillende opties te schetsen en daarbij tevens inzicht te geven in de financiële consequenties. Nadrukkelijk verzoekt de Tweede Kamer de Raad zo mogelijk ook alternatieven te formuleren naast de in deze adviesaanvraag geformuleerde beleidsvarianten.

De Tweede Kamer stelt het op prijs als de Raad zijn advies uiterlijk vóór 1 mei 2000 uitbrengt.

Deze adviesaanvraag geeft achtereenvolgens een algemene beschouwing over de inkomenspositie van ouderen, een nadere schets van het geconstateerde probleem (AOW-gat), omschrijving van de betreffende doelgroep en een formulering van mogelijke beleidsvarianten.

Inkomenspositie van ouderen
De Regering heeft de afgelopen jaren gericht inkomensbeleid gevoerd. Het besteedbaar inkomen is voor het merendeel van de bevolking gestegen. De uitkeringen zijn weer gekoppeld aan de lonen. De meest kwetsbare groepen zijn er relatief meer op vooruit gegaan dan de hogere inkomens. Veel minder mensen zijn afhankelijk van een uitkering. Met de bestrijding van armoede en het voorkomen van sociale uitsluiting is vooruitgang geboekt.

Ook de inkomenspositie van ouderen in Nederland is de laatste jaren verbeterd. Ouderen met alleen een AOW-pensioen of een klein aanvullend pensioen hebben de afgelopen jaren een koopkrachtvooruitgang geboekt. Toch ondervinden groepen ouderen in het dagelijks leven problemen om rond te komen. Zeer kwetsbaar is de groep ouderen met alleen een AOW of een klein aanvullend pensioen. De Regering heeft gericht inkomensbeleid gevoerd om de inkomenspositie van deze groep te verbeteren. Hiertoe zijn verschillende regelingen ingevoerd, zoals op het gebied van de belastingen, de ouderenaftrek. In de bijstand is een speciale ouderennorm ingevoerd voor ouderen van 65 jaar en ouder. De hoogte van de bijstandsuitkering voor deze groep is hiermee netto gelijkgesteld met een volledige AOW-uitkering.

Ondanks deze regelingen zijn er groepen ouderen waarvan de inkomenspositie desondanks kwetsbaar is. Dit zijn veelal ouderen met een onvolledig opgebouwde AOW. Zij hebben een AOW-gat.

AOW-gat
Elke ingezetene heeft vanaf het bereiken van de leeftijd van 65 jaar recht op AOW. Voor een volledig AOW-pensioen moet men van het 15e tot het 65e levensjaar verzekerd zijn geweest. De AOW kent het opbouwsysteem dat voor elk kalenderjaar dat iemand verzekerd is geweest 2% van het ouderdomspensioen wordt opgebouwd. Heeft iemand steeds in Nederland gewoond, dan zal een volledig pensioen zijn opgebouwd. Voor een volledige AOW is dus een opbouw van 50 verzekerde jaren vereist. Is de verzekering onderbroken geweest, of pas na het 15e levensjaar gestart, omdat iemand daarvoor in een ander land woonde, dan wordt voor de niet-verzekerde jaren een aftrek toegepast.

Het aantal personen met een dergelijke onvolledige AOW bestaat op dit moment uit 250.000 personen.

Ouderen met een onvolledige AOW-opbouw
De groep ouderen met een onvolledige AOW zijn autochtone Nederlanders en allochtone Nederlanders. De groep autochtone Nederlanders met een AOW-gat bestaat vooral uit ontwikkelingswerkers, missiewerkers en anderen die enige tijd in het buitenland woonachtig zijn geweest. Daarnaast hebben veel allochtone ouderen te maken met een AOW-gat. Uit onderzoek van het SCP blijkt dat de inkomenspositie van migranten zwak is. Veel migranten van 65 jaar en ouder hebben te maken met de korting op de AOW-uitkering, omdat zij niet vanaf hun 15e in Nederland woonden. Zo ontvangen bijvoorbeeld bijna alle pensioengerechtigde Turken en Marokkanen op dit moment een gekort AOW-pensioen. Driekwart van de allochtone 65-plussers heeft minimaal tien jaar niet in Nederland gewoond en eenderde mist 20% van de AOW-rechten. Het gemiddelde aantal niet-verzekerde jaren bedraagt voor Turken en Marokkanen 13,5 jaar en voor Surinamers en Antillianen 17 jaar. Dit heeft een korting van 26% tot 34% tot gevolg. In de periode dat zij buiten Nederland woonden, hebben zij meestal geen of nauwelijks pensioen opgebouwd. Vermoedelijk werkt ook de relatief korte verblijfsduur in Nederland negatief uit voor de opbouw van het aanvullend pensioen van allochtone ouderen. Voor een volledig aanvullend pensioen is doorgaans een opbouw van 40 jaren vereist. Hier komt nog bij dat oudere migranten - met name Turken en Marokkanen - een relatief laag inkomen hebben en wegens de volledige AOW-franchise weinig pensioen hebben opgebouwd.

Voor het deel van de AOW-uitkering dat is gekort, kan een beroep worden gedaan op de Algemene Bijstand. Bij de toekenning hiervan wordt - in tegenstelling tot de AOW - rekening gehouden met inkomsten van overige leden van het huishouden, met eventueel opgebouwd vermogen en met het pensioen. Aanvullend pensioen dat is opgebouwd wordt eerst weggekort. Mensen die soms 30 of 40 jaar in Nederland hebben gewoond en gewerkt, zijn in de huidige situatie dus vaak niet in staat een voldoende pensioen op te bouwen.

De Tweede Kamer acht het uit sociaal oogpunt wenselijk verbetering te brengen in de inkomenspositie van mensen met een onvolledig opgebouwd AOW. Zij is daarom van mening dat onderzocht dient te worden welke verschillende beleidsvarianten mogelijk zijn om een oplossing te vinden voor het hierboven geconstateerde probleem. De Tweede Kamer ziet daarover het advies van de Raad tegemoet. Een aantal mogelijke varianten, waarover de Raad wordt verzocht in ieder geval te

adviseren, wordt hieronder reeds aangegeven. De Raad wordt tevens gevraagd mogelijke andere alternatieven te onderzoeken die kunnen bijdragen aan een oplossing voor de geschetste problematiek, en daarover te adviseren.

Mogelijke varianten
De Raad wordt verzocht advies uit te brengen over de volgende beleidsvarianten:


1. Verhoging van de leeftijd waarop de AOW-opbouw start De leeftijd waarop de AOW wordt opgebouwd - vanaf het 15e jaar - zou kunnen worden verhoogd. Wordt bijvoorbeeld pas vanaf het 25e jaar opgebouwd, dan bestaat de totale AOW-opbouw uit 40 jaar, waarbij dan jaarlijks 2,5% wordt opgebouwd. wijziging in de opbouwperiode kan op verschillende manieren worden ingevoerd, variërend van een geleidelijke tot een snelle invoering.


2. Ruimere pensioenvrijstelling in de bijstand De huidige ABW kent een beperkte vrijstelling van het pensioen. Deze vrijlating zou verder kunnen worden verruimd.


3. Bijverzekeren via pensioenfondsen of via lijfrente-regime Onderzocht kan worden welke mogelijkheden er zijn om tekorten in de AOW-opbouw via individuele modulen bij pensioenfondsen bij te verzekeren of via lijfrenteverzekeringen.


4. Verhogen van de ouderenaftrek
De bestaande ouderenaftrek voor 65-plussers zou extra kunnen worden verhoogd voor bij voorbeeld inkomens die vallen binnen de (nieuwe) eerste schijf. Dit zijn inkomens tot het niveau van het minimumloon.


5. Inkoop van AOW-jaren
Om tekorten in de AOW-opbouw aan te vullen zouden AOW-jaren kunnen worden ingekocht waarbij dan bij voorbeeld in het tarief rekening gehouden kan worden met de hoogte van het arbeidsinkomen op dat moment.

De Kamer wijst de Raad nog op het volgende.
De adviesaanvraag richt zich met name op de problematiek van mensen die in Nederland onvoldoende AOW hebben opgebouwd. Voor een deel van deze groep zal gelden dat ingevolge eerdere dienstbetrekkingen in het buitenland sprake is van aanspraken op pensioen uit het buitenland.

Er kan zich een situatie voordoen waarin het dichten van het AOW-gat tot gevolg heeft dat de buitenlandse pensioenaanspraken vervallen. Dit kan zelfs resulteren in een netto daling van het inkomen. Uw Raad wordt gevraagd de internationale aspecten te betrekken in haar advies en aan te geven of deze situatie zich daadwerkelijk zal voordoen.

Wellicht ten overvloede wijst de Kamer de Raad voorts op het volgende. De Nederlandse sociale verzekeringen zijn opgebouwd rond de verzekeringsgedachte. Dit betekent dat er een relatie bestaat tussen de betaalde premie, een eventuele uitkering en het te verzekeren risico. Het te verzekeren risico is in deze situatie het bereiken van de leeftijd van 65 jaar. Met een generieke regeling waarin het AOW-gat voor mensen die onvoldoende premie hebben betaald, wordt gedicht, wordt de verzekeringsgedachte voor een deel losgelaten. De Raad wordt gevraagd deze verzekeringsaspecten te betrekken in haar advies.

De Tweede Kamer hoopt het advies van de Sociaal-Economische Raad vóór 1 mei 2000 te kunnen ontvangen.

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal,

Jeltje van Nieuwenhoven

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

Deel: ' Kamerbrief over concept-adviesaanvraag aan de SER '




Lees ook