Partij van de Arbeid


4 februari 2000

 

Vragen van de leden Kalsbeek (PvdA), Van der Camp (CDA), Dittrich (D66)en Rouvoet (RPF) aan de minister van Justitie

1. Wat bedoelde u exact met uw uitlating tijdens het algemeen overleg op 25 januari 2000 over het integraal onderzoek (aanbeveling 65 van de commissie Kalsbeek) en landelijk deel criminele beïnvloeding luidende:

"De 4000 kilo onderschepte cocaïne in Rotterdam en de 2000 in Amsterdam betreffen zogenaamde "daderloze partijen", dus partijen waarop niet gewacht wordt door bekende groeperingen. Dat maakt nader onderzoek niet aanstonds gemakkelijk, maar neemt niet weg dat deze partijen bekeken zullen worden als blijkt dat zij binnen een overigens nog nader vast te stellen methode van parallelimporten kunnen passen. Als er aanwijzingen zijn dat daders gevonden kunnen worden, wordt nader onderzoek verricht.

Het is de bedoeling dat aan het eind van dit jaar pas op de plaats wordt gemaakt. De stand van zaken wordt bekeken, waarna beslist wordt of en, zo ja, waarmee wordt doorgegaan. Als er nog vraagtekens zijn, zal er worden doorgegaan, althans als dit tot een veroordeling of anderszins kan leiden. Hiervan wordt de Kamer op de hoogte gehouden".

2. Wordt door de Nederlandse politie en justitie nu wel of geen onderzoek gedaan naar deze zgn. "daderloze partijen"? Zo ja wat houdt dat onderzoek in, zo nee waarom niet?
3. Wordt in het buitenland onderzoek gedaan naar deze partijen? Heeft dat onderzoek tot op heden wat opgeleverd?
4. Is nagegaan of bij deze partijen gebruik is gemaakt van de werkwijzen die blijkens analyses bij de zgn . parallel-importen cocaïne zijn gehanteerd? Kunt u uitsluiten dat er bij in- of doorvoer van de 2 bedoelde partijen sprake is of is geweest van de medewerking van overheidsfunktionarissen?

Deel: ' Kamervragen aan minister Korthals over partijen cocaine '




Lees ook