VVD

Schriftelijke vragen van Geert Wilders (e.a.) over Iraanse Joden aan de minister van Buitenlandse Zaken

Groep: Tweede-Kamerfractie Datum: 28 maart 2000

Geert Wilders c.s. dringen er bij de minister op aan meer activiteiten te ontplooien om een dreigend proces in Iran te voorkomen.

Vragen van de leden Wilders (VVD), Koenders (PvdA), Hoekema (D66) en Verhagen (CDA) aan de Minister van Buitenlandse Zaken


1.
Is het u bekend dat op 13 april a.s. het proces tegen de 13 Iraanse joden in Iran zal aanvangen?


2.
Herinnert u zich uw antwoord op eerdere kamervragen van ons over dit onderwerp (1998-1999, aanh.1589), waarin u stelde dat van Nederlandse zijde in een onderhoud met de Iraanse ambassadeur is gepleit voor vrijlating van deze Iraanse joden?


3.
Welke activiteiten zijn er sindsdien ondernomen om de vrijlating van deze Iraanse joden te bepleiten, zowel in EU- als in bilateraal verband?


4.
Herinnert u zich ook uw herhaaldelijk gedane uitspraken dat indien vrijlating niet gerealiseerd kan worden er in ieder geval sprake dient te zijn van een open en eerlijk proces?


5.
Is het waar dat tien van de dertien Iraanse joden niet wordt toegestaan zich te laten bijstaan door een advocaat naar eigen keuze (1)? Zo ja, deelt u de mening dat dit niet strookt met de uitgangspunten van een eerlijk proces?


6.
Bent u bereid in EU-verband te pleiten voor internationale waarnemers tijdens dit proces, of zonodig unilateraal instructies te geven aan Hare Majesteits Ambassade in Teheran om vertegenwoordigers aanwezig te laten zijn tijdens dit proces?
Zo neen, waarom niet?

(1) French Press Agency, 16/03/00
Tehran Times, 16/03/00

Deel: ' Kamervragen aan minister van BUZA over proces Iraanse joden '




Lees ook