Partij van de Arbeid

Den Haag, 25 februari 2003

Vragen van de leden Douma en Heemskerk (PvdA) aan de ministers van Financiën en Economische Zaken

1. Heeft u kennisgenomen van de koersval met 63% in het aandeel Ahold op 24 februari jl.? Ging het bij de winstwaarschuwing om feiten die onverwijld bekend gemaakt moesten worden, of had de bekendmaking ook plaats kunnen vinden na sluiting van de beurs?

2. Deelt u de mening dat het bekend maken van winstwaarschuwingen na sluiting van de beurs, zoals in een aantal andere landen, overreacties zou kunnen tegengaan en daarmee een bijdrage zou kunnen leveren aan de financiële stabiliteit?

3. Hoe beoordeelt u de aangifte van de Stichting Onderzoek Bedrijfsinformatie bij het OM over handel met voorkennis? Deelt u de mening dat op het achterhouden van relevante informatie of het achterwege laten van een winstwaarschuwing in Nederland een te geringe sanctie staat? Deelt u de mening dat de huidige zelfregulering door de beurs op dit punt vervangen dient te worden door een wettelijke regeling?

4. Voorziet de wetgeving die wordt voorbereid, op het gebied van toezicht op de externe verslaggeving en op accountants, in het probleem van boekhoudfraude bij buitenlandse dochterondernemingen? Hoe kan de A-FM hier zicht op krijgen? Kunt u bevorderen dat bovengenoemde wetgeving zo snel mogelijk in de Kamer behandeld wordt?

5. Welke rol zal de A-FM spelen bij het toezicht op de externe verslaggeving en het toezicht op accountants?

6. Bent u van mening dat bonus- en optieregelingen niet eenzijdig gebaseerd moeten zijn op de winstontwikkeling? Bent u van mening dat bonus- en optieregelingen voortaan worden onderworpen aan een goedkeuringsrecht voor aandeelhouders en ondernemingsraad?


---
Tweede Kamer der Staten-Generaal www.tweede-kamer.nl

Aan dit bericht kunnen geen rechten worden ontleend.

Deel: ' Kamervragen over aandelen Ahold '




Lees ook