Tweede Kamer der Staten Generaal

aanh9900.580 een levensbedreigende ziekte als reden tot verblijf
Gemaakt: 9-2-2000 tijd: 16:20


2

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer

der Staten-Generaal

's-Gravenhage,4 februari 2000

Onderwerp Beantwoording kamervragen De Wit

Hierbij treft u aan de antwoorden op de vragen die het lid De Wit heeft gesteld over een levensbedreigende ziekte als reden tot verblijf, ingezonden 12 januari 2000.

Exemplaren ten behoeve van het lid De Wit en de afdeling voorlichting van uw Kamer zijn bijgevoegd.

De Staatssecretaris van Justitie,

Antwoord van de Staatssecretaris van Justitie op de vragen van het lid De Wit over een levensbedreigende ziekte als reden tot verblijf, (ingezonden 12 januari 2000).


1.

Ja, ik heb kennisgenomen van het artikel »Aids geen reden verblijf».


2.

Ingevolge het beleid dat is neergelegd in het Tussentijds Bericht Vreemdelingencirculaire van 10 augustus 1998 (TBV 1998/20), komt een vreemdeling voor medische behandeling in aanmerking indien Nederland het meest aangewezen land is, de vreemdeling beschikt over voldoende middelen van bestaan, de vreemdeling beschikt over een ziektekostenverzekering en een geldig paspoort, en de vreemdeling geen gevaar vormt voor de openbare orde.

De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) beslist op een aanvraag tot toelating op medische gronden, nadat zij een advies van de Medisch Adviseur (MA) heeft ingewonnen. Indien de MA aangeeft dat er sprake is van een acute medische noodsituatie, kan in afwijking van de hiervoor genoemde vereisten een vergunning tot verblijf voor medische behandeling worden verstrekt voor de duur van één jaar. Deze vergunning kan worden verlengd tot maximaal drie jaar waarna een vergunning zonder beperkingen wordt verstrekt.

Indien de MA aangeeft dat er sprake is van een permanente medische noodsituatie kan direct een vergunning tot verblijf zonder beperkingen worden verleend.


3.

De IND betrekt het advies van de MA bij de beslissing op de aanvraag tot toelating. De IND treedt daarbij niet in het oordeel van de MA.


4.

De IND handelt conform het beleid zoals dat is neergelegd in de hiervoor vermelde TBV 1998/20. Dat beleid is in overeenstemming met de verplichtingen die voortvloeien uit het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens en het Vluchtelingenverdrag.

In de zaak Kamara vs. Finland (29 mei 1998, nr. 40900/98) is door de Europese Commissie van de Rechten van de Mens gesteld, dat alleen indien de situatie direct levenbedreigend is, het terugsturen van een HIV-patient in strijd kan komen met artikel 3 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens.

Het Vluchtelingenverdrag is niet van toepassing; het verdrag bepaalt een verbod op terugzending in verband met gegronde vrees voor vervolging op grond van ras, religie, nationaliteit, politieke overtuiging of het behoren tot een sociale groep.


5.

Aangezien de aard van de aandoening met zich meebrengt dat in ieder individueel geval moet worden beoordeeld of er sprake is van een permanente medische noodsituatie, kan ik geen inzicht verschaffen in de gevallen waarin uitzetting te verwachten is. Mij is één geval bekend van een verwijdering naar Italië op grond van de Overeenkomst van Dublin.

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

Deel: ' Kamervragen over levensbedreigende ziekte als reden verblijf '




Lees ook