Tweede Kamer der Staten Generaal

vragenformulier 4 april 2000


2990009410

Vragen van het lid Van Ardenne- van der Hoeven (CDA) aan de ministers van Defensie en van Justitie over strafvervolging van defensieambtenaren. (Ingezonden 4 april 2000)


1

Is in het kader van het nu 9 maanden durende strafrechtelijk onderzoek door de Koninklijke Marechaussee met betrekking tot een vermeende verontreiniging met asbest van het nieuw aangelegde brandweeroefenterrein op de vliegbasis Woensdrecht, defensiepersoneel in alle vroegte van bed gelicht wordt, langdurig verhoord en in verzekering gesteld variërend van drie tot zes dagen?


2

Bent u op de hoogte van de Notitie Strategie Milieu van het College van procureurs-generaal, kenmerk 1999070765 van 21 juli 1999, de Notitie Handhavingsstrategie in economische- en milieuzaken t.b.v. de militaire driehoek van februari 2000, alsmede de beleidsafspraken tussen het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en het ministerie van Defensie terzake de handhaving op het gebied van milieu, zoals verwoord in de brief van de Coordinator Ruimtelijke Ordening en Milieubeleid Defensie aan de minister van Defensie nr. MC 20000000734 van 9 maart 2000?


3

Zo ja, hoe verhoudt het handelen van de Koninklijke Marechaussee en het Openbaar Ministerie zich tot het beleid van Procureurs-generaal en hoe verhoudt het handelen van de Koninklijke Marechaussee en het Openbaar Ministerie zich tot de notitie Handhavingsstrategie in economische - en milieuzaken voor militaire instantie van het Openbaar Ministerie Arnhem?


4

Is in het onderhavige geval conform deze richtlijnen en afspraken gehandeld? Zo ja, waaruit blijkt dit? Indien niet, wat is de reden om hiervan af te wijken?


5

Hoe staat het strafrechtelijk vervolgen van defensieambtenaren in verhouding tot de strafrechtelijke immuniteit van de centrale overheid?


6

Indien het zo is dat ambtenaren van de rijksoverheid behandeld kunnen worden op de wijze zoals geschiedt (zie vraag 1), hoe verhoudt de rechtspositie van de ambtenaar zich dan tot die van medewerkers van civiele ondernemingen waar juist primair de handhaving gericht is op de leiding van de organisatie? Moet niet worden verdisconteerd dat de rijksoverheid, noch de ambtenaar zich kan verzekeren tegen dit soort zaken?


7

Deelt u de menig dat het, gezien het vorenstaande en in het besef dat Defensie-ambtenaren bereid zijn tijdens kantooruren alle vragen van de marechaussee te beantwoorden, buitenproportioneel is dat betrokkenen er in alle vroegte van hun bed gelicht worden? Erkent u tevens dat de tijd waarin zij in hechtenis genomen worden effectief besteed wordt voor ondervraging?


8

Is in deze zaak het OM Breda of het OM te Arnhem bevoegd?

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

Deel: ' Kamervragen over strafvervolging van defensieambtenaren '




Lees ook