Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA Den Haag
uw brief van

uw kenmerk

ons kenmerk
VVA. 2003/574
datum
20-02-2003

onderwerp
Kamervragen lid Vos
TRC 2003/1122

bijlagen

Geachte Voorzitter,

Hierbij doe ik u mede namens de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de antwoorden toekomen op de vragen van het lid Vos (GroenLinks) aan de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over dioxine in veevoer.

datum
20-02-2003

kenmerk
VVA. 2003/574

bijlage

1
Op welke moment zal er worden overgegaan tot het terughalen van mogelijk vervuilde producten? Wie neemt hiertoe de beslissing?

Antwoord:
De VWA heeft in haar advies van 11 februari aan mij en aan de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport gesteld dat op basis van de beschikbare informatie en onder de huidige omstandigheden geen risico voor de mens te verwachten is. Op basis van dit advies heeft de staatssecretaris van VWS in overleg met mij besloten dat het terughalen van levensmiddelen niet aan de orde is. De uitslagen van de monsternames in Nederland hebben hierin geen verandering gebracht. Inmiddels is het nog aanwezige gecontamineerde diervoeder geblokkeerd door het Productschap Diervoeder (PDV). Over het terughalen van veevoeder wordt beslist door de voorzitter het Productschap Diervoeder.

2
Deelt u de mening dat voorkomen moet worden dat besmet vlees wordt geconsumeerd, en dat daarom zo snel mogelijk moet worden overgegaan op het terughalen van mogelijk vervuilde producten?

Antwoord:
Ja, ik deel uw mening dat de consumptie van vlees met dioxineconcentraties boven de norm zoveel mogelijk moet worden voorkomen. Op basis van de risico-inschatting van de VWA concludeer ik echter dat het terughalen van levensmiddelen nu niet aan de orde is. Zie ook mijn antwoord op vraag 1.

3
Hoe moet de mededeling van een woordvoerder van de VWA worden gezien dat 'er mogelijk vlees dat dioxine bevat in de schappen ligt, maar dat dit niet veel kan zijn'? 1) Deelt u deze opvatting?

Antwoord:
Deze mededeling was gebaseerd op het VWA-advies van 11 februari jongstleden, dat meldt dat wetenschappelijk onderzoek aantoont dat onder de huidige omstandigheden, op basis van het meest ernstige scenario, geen risico voor de mens te verwachten is.

4
Hoe kan het dat het Nederlandse bedrijf dat het besmette broodmeel importeerde, terwijl dit bedrijf GMP-gecertificeerd was, toch grondstoffen betrok van een bedrijf dat niet over de juiste papieren beschikte? Welke sancties kunnen aan dit Nederlandse bedrijf worden opgelegd en wie is daarvoor verantwoordelijk?

Antwoord:
In de GMP-regeling is vastgelegd dat GMP-waardige bedrijven alleen voedermiddelen betrekken van GMP-waardige bedrijven (en wanneer dit buitenlandse bedrijven betreft, voedermiddelen van zgn. Quality Control geverifieerde bedrijven). Het Quality Control protocol en de voorwaarden zijn gebaseerd op de HACCP-voorwaarden, zoals die gelden in de diervoedersector en de levensmiddelensector. Als een buitenlands bedrijf niet beschikt over een QC-verklaring betekent dit dat het GMP-waardige bedrijf hier niet van mag afnemen. Doet dit GMP-bedrijf dit wel, dan volgen uiteraard sancties, zoals in het uiterste geval het schorsen of het intrekken van de GMP-erkenning door het Productschap Diervoeder. Het PDV heeft een onderzoek gestart om te bezien of nadere maatregelen tegen het bedrijf genomen moeten worden. Vooruitlopend daarop is de GMP-erkenning van het bedrijf in Borne geschorst.

5
Hoe kan het dat bij de leveranciers van veevoer, die besmet voer hebben geleverd, niet bekend is aan welke bedrijven ze de vervuilde partij hebben geleverd? Deelt u de opvatting dat het ontoelaatbaar is dat hierdoor het traceren van de vervuiling bemoeilijkt dan wel onmogelijk wordt? Zo ja, welke consequenties verbindt u daaraan?

Antwoord:
Dit is mij niet bekend. Het bedrijfsleven heeft in deze affaire snel informatie over mogelijke afleveradressen kunnen leveren. Deze gegevens zijn door het PDV verzameld. De PDV-lijst is beschikbaar gesteld aan de slachterijen zodat de aanvoer van dieren van de mogelijk besmette veehouderijen kon worden stopgezet. De voorlopige lijst van het PDV is door de AID zorgvuldig getoetst en door LNV vastgesteld. Op basis van deze laatste officiële lijst zijn veehouderijen geblokkeerd. Ik ben van mening dat door de betrokken overheidsorganen, het PDV en het bedrijfsleven snel is gehandeld.

6
Klopt het dat de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij heeft beweerd dat de besmetting met dioxine van de geïmporteerde grondstoffen ontstaan is door het gebruiken van verbrand brood? Is dit inderdaad de oorzaak? Waarom heeft u een andere lezing dan de Duitse regering, die heeft meegedeeld dat het is veroorzaakt door het verbranden van natte houtspaanders? 2)

Antwoord:
Nee, dat klopt niet. De Duitse autoriteiten hebben mij meegedeeld dat de verontreiniging is ontstaan in het droogproces van broodmeel. Voor dit droogproces zou gebruik zijn gemaakt van te nat hout waardoor het drogingsproces niet goed is verlopen en dioxine kon ontstaan. Elke andere gedachte over de oorzaak achter het aantreffen van dioxine in de veevoedergrondstof is daarmee op dit moment speculatief.

7
Wordt er naar uw weten in Nederland ook broodmeel op een vergelijkbare manier (drogen in een houtgestookte oven) verwerkt tot veevoer? Zo ja, vindt u dat deze techniek nog langer kan worden toegestaan?

Antwoord:
Het is ons niet bekend dat broodmeel op een dergelijke manier wordt gedroogd. In Nederland worden echter wel een aantal andere producten gedroogd, met name gras. In Nederland moeten alle veevoederproducenten een risicobeoordeling van het product en het productieproces opstellen in het kader van HACCP. Dit geldt voor alle GMP-waardige bedrijven, dus voor alle producten en productieprocessen die het betreft incl. drogen. Bij bedrijven die producten drogen wordt bij de GMP-erkenning extra aandacht besteed aan brandstoffen die worden gebruikt, de drogingsinstallatie en het drogingsproces.

De minister van Landbouw, Natuurbeheer
en Visserij,

dr. C.P. Veerman

1) 'Mengvoer besmet met dioxine uit Duitsland', Agrarisch dagblad 11 februari jl.
2) 'Duitsers: natte houtspaanders bron van dioxinebesmetting', Agrarisch dagblad, 12 februari jl.


---

Deel: ' Kamervragen over terughalen van mogelijk vervuilde producten '




Lees ook