Partij van de Arbeid


Den Haag, 7 februari 2000

VRAGEN VAN HET LID VAN OVEN (PVDA) AAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN

1.
Klopt het dat de afdeling Rechtspraak van de Raad van State "enorme achterstanden" heeft opgelopen en de gemiddelde duur in zaken betreffende ruimtelijke ordening nu 20 maanden bedraagt? (1)

2.
Kunt u aangeven wat de algehele gemiddelde doorlooptijd van zaken is en wat de gemiddelde doorlooptijd is voor zaken die betrekking hebben op de meest voorkomende categorieën zaken?

3.
Klopt het dat nu een reorganisatie aan de gang is die erop gericht is de doorlooptijden in 2003 op maximaal één jaar te brengen? Betekent dat dat tot die tijd daadwerkelijk met langere doorlooptijden dan één jaar moet worden gerekend?

5.
Wat is de oorzaak van de ontstane achterstanden?

6.
Hoe verhouden de bij de afdeling Rechtspraak van de Raad van State vastgestelde doorlooptijden zich tot de in het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens geformuleerde eis dat rechtszaken binnen een redelijke termijn moeten worden behandeld?

7.
Wat zal worden ondernomen om de achterstanden weg te werken en binnen welke periode zal dat gaan gebeuren?

8.
Bent u het eens met de stelling dat toewijzing van de behandeling van het hoger beroep in vreemdelingenzaken - zoals voorgesteld in het ontwerp Vreemdelingenwet 2000 - voordat de reorganisatie zal zijn voltooid, het risico met zich mee brengt dat de totale behandeltijd van verzoeken in het kader van de Vreemdelingenwet aanzienlijk zal worden vertraagd?

9.
Zou geen verbetering van de situatie kunnen worden verwacht wanneer de afdeling Rechtspraak van de Raad van State voor wat betreft beheer en organisatie vanaf 1 januari 2002 onder het toezicht van de Raad voor de Rechtspraak zou komen te vallen?

(1) Haagsche Courant van 4 februari 2000

Deel: ' Kamervragen PvdA aan minister Peper over Raad van State '




Lees ook