ministerie ez



kerncentrale borssele

datum: 07-04-2000

het lid van de tweede kamer blaauw (vvd) heeft aan de ministers van economische zaken, van volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer en van sociale zaken en werkgelegenheid op 25 februari 2000 de volgende schriftelijke vragen gesteld.

1 welke consequenties verbindt u aan de uitspraak van de raad van state van 24 februari 2000 betreffende de vergunningverlening voor het in werking hebben en in werking houden van de kerncentrale in borssele?

2 in hoeverre zal de uitspraak van de raad van state van invloed zijn op de toepassing van kernenergie in de toekomst in nederland?

3 in hoeverre zal de uitspraak van de raad van state mede invloed hebben op het elektriciteitsbeleid en het milieubeleid in nederland?

4 kan de uitspraak van de raad van state mede van invloed zijn op het oplossen van de zogenaamde 'bakstenenproblematiek?

de minister van economische zaken, a. jorritsma-lebbink, heeft mede namens de minister van volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer, dr. e. borst-eilers en de minister van sociale zaken en werkgelegenheid, mr. k.g. de vries, deze vragen als volgt beantwoord.

1 t/m 4 de regering beraadt zich thans op de consequenties die verbonden dienen te worden aan de uitspraak van de afdeling bestuursrechtspraak van de raad van state van 24 februari 2000, waarbij het ambtshalve besluit van 9 december 1997 -inhoudende een tijdsbeperking tot 31 december 2003 voor het vrijmaken van kernenergie in de kerncentrale borssele- werd vernietigd. zodra dat beraad tot een uitkomst heeft geleid, zal de kamer daarover geïnformeerd worden.

ministerie van economische zaken
aan deze paginas kunnen geen rechten worden ontleend - no rights can be derived from these pages

Deel: ' Kamervragen VVD over kerncentrale Borssele '




Lees ook