Ingezonden persbericht


Persbericht t.a.v. de (auto)sportredactie

Peter van der Kolk, Arjen Vels, Henry Wallaard en Herman Buurman kampioenen in Dutch Supercar Challenge

Zandvoort, 30 september 2001. De tiende en laatste race van de Dutch Supercar Challenge heeft de beslissing gebracht in de vier nog openstaande kampioenschappen in de klasse. Peter van der Kolk won de titel in de klasse Marcos Mantis, Arjen Vels (BMW Compact 2,8) werd na een felle strijd gekroond als kampioen in de klasse Sport 1 en Henry Wallaard (Porsche 911) besliste al op zaterdag de titelstrijd in de klasse Supersport in zijn voordeel. Herman Buurman (Marcos Mantis) werd zelfs kampioen in de klasse GTII zonder te rijden. De race werd gewonnen door Pieter van Soelen en zijn Marcos Mantis.

Na negen van de tien races van de Dutch Supercar Challenge was slechts één van de vijf kampioenschappen binnen de klasse beslist. Dit tekent de sterke competitie binnen de klasse. Dirk-Jan Hofmans was de enige coureur die als kampioen aan het seizoensafsluitende raceweekeinde begon. De Renault 5 GT Turbo-coureur won de titel in de klasse Sport II. Herman Buurman stelde de titel al voorafgaande aan het beslissende raceweekeinde veilig. Zowel hij als zijn enig overgebleven rivaal René Snel (Porsche GT3) kozen voor een race in Duitsland in plaats van de finaleronde van de Dutch Supercar Challenge, waardoor Buurman zonder te rijden de titel binnensleepte.

Tijdens de trainingen werd het kampioenschap in de klasse Supersport beslist. Rudolf van Soelen (BMW M3) maakte alleen nog een kans om klassementsaanvoerder Henry Wallaard te passeren als hij het extra puntje behorende bij pole position veiligstelde. Ruud Olij was echter de trainingssnelste met zijn BMW M3, zodat Wallaard op zaterdag alvast zijn titel kon vieren.

De algemene zege en tevens de overwinning in de klasse GTII was voor Pieter van Soelen en zijn Marcos Mantis. Van Soelen begon de race ook al vanaf pole position. In de beginfase van de race vocht hij een fel duel uit met Cor Euser (Marcos Mantis) om de leiding in de race, maar toen Euser tijdens de voor iedereen verplichte pitstop van een minuut het stuur overgaf aan Peter van der Kolk kon Van Soelen weglopen. "Er lekte remvloeistof vanuit het reservoir op mijn rempedaal. De eerste keer dat ik remde gleed mijn voet meteen van het rempedaal", verklaarde Van der Kolk de reden waarom hij het tempo niet kon volgen. Door op zeker te rijden wist hij toch de titel in de klasse Marcos Mantis op zijn naam te schrijven.

In de klasse Sport I werd het spannendste duel uitgevochten. Arthur Janssen (BMW M3) begon de allesbeslissende race als klassementsaanvoerder, maar hij had een voorsprong van slechts één punt op zijn teamgenoot Arjen Vels (BMW Compact 2,8). In de race begonnen de beide kemphanen naast elkaar, op de tiende startrij! Vels lag bijna de hele race op kop, aan het einde van de wedstrijd nam hij geen grote risico's meer en liet hij de aandringende Charles Vink (BMW M3) passeren. Janssen viel met bandenproblemen terug naar de uiteindelijke vierde plaats, zodat Arjen Vels de titel binnenhaalde.

In de klasse Marcos Mantis waren Peter van der Kolk (klassementsaanvoerder), Cor Euser en Toon van de Haterd de enig overgebleven kanshebbers op de titel. Van de Haterd won zijn klasse, de equipe Van der Kolk/Euser werd vierde. Dit was voor Peter van der Kolk genoeg om de titel veilig te stellen. Donny Crevels werd tweede.
Ruud Olij won de race in de klasse Supersport, hij leidde van start tot finish.
De overwinning in de klasse Sport II was voor Paul Gebbink (BMW M3), voor Dirk-Jan Hofmans die in de laatste ronde zijn teamgenoot Nico Been mocht passeren (beiden Renault 5 GT Turbo). Door dit gebaar zorgde Been ervoor dat zijn teamgenoot later tot overall kampioen werd gekroond.

Na afloop van de race reikte klassecoördinator Dick van Elk naast de dagprijzen en de bekers voor de kampioenen ook de versierselen behorende bij het algemeen klassement uit. Overall kampioen werd Dirk-Jan Hofmans (Renault 5 GT Turbo), die hiermee bewees dat een beperkt budget geen belemmering is om het ver te schoppen in de Dutch Supercar Challenge. Tweede werd Peter van der Kolk, voor Cor Euser. Paul Gebbink (BMW M3) werd uitgeroepen tot 'Rookie of the Year'. Volgend seizoen rijdt de Dutch Supercar Challenge in een andere klasse-indeling acht evenementen, waarvan zes dubbele races van 2 x 65 minuten en twee enkele races van 65 minuten elk. De Dutch Supercar Challenge komt in actie op Circuit Park Zandvoort, het TT Circuit Assen, Zolder (B) en Spa-Francorchamps (B). De klasse is nog in onderhandeling over een race op de Duitse Nürburgring.

De Dutch Supercar Challenge wordt dit seizoen ondersteund door de klassesponsors Dunlop, Ooperon (telecommunicatie) en Cee-Kay TV. Dutch Supercar Challenge op internet:
www.dutchsupercar.nl. Dutch Supercar Challenge op tv: 21 december 20:00
uur, RTL5 (30 minuten seizoensoverzicht)
Voor de redactie, niet voor publicatie: Voor nadere informatie: Dick van Elk, rijderscoördinator Dutch Supercar Challenge, tel. (06) 53 79 82 19.

Uitslag tiende race Dutch Supercar Challenge:

1. Pieter van Soelen Marcos Mantis 34 ronden in 1.05:32.509
2. Toon van de Haterd Marcos Mantis op 25,533

3. Donny Crevels Marcos Mantis 29.428
Winnaar klasse GT II: Pieter van Soelen Marcos Mantis Winnaar Marcos Mantis Challenge: Toon van de Haterd Marcos Mantis Winnaar klasse Supersport: Ruud Olij BMW M3
Winnaar klasse Sport I: Charles Vink BMW M3
Winnaar klasse Sport II: Paul Gebbink BMW M3
Kampioenen na tien races:
Klasse GT II: 1. Herman Buurman Marcos Mantis 76
Marcos Mantis Challenge: 1. Peter v.d. Kolk Marcos Mantis 168 Klasse Supersport: 1. Henry Wallaard Porsche 911 148 Klasse Sport I: 1. Arjen Vels BMW Compact 2,8 156
Klasse Sport II: 1. D.J. Hofmans Renault 5GT Turbo 123

Zoekwoorden:

Deel: ' Kampioenen in Dutch Supercar Challenge '




Lees ook