Nederlandse Kankerbestrijding


Persbericht 6 april 1999

Signaleringsrapport Kankerbestrijding:

VAKER KANKER BIJ MANNEN DAN BIJ VROUWEN

Mannen hebben meer kans op kanker dan vrouwen. In 1995 werd kanker in Nederland vastgesteld bij 33.273 mannen, 29.691 vrouwen en bij 375 kinderen in de leeftijd tot 15 jaar. Longkanker komt bij mannen op de eerste plaats, gevolgd door prostaatkanker en darmkanker. Bij vrouwen gaat het om achtereenvolgens borstkanker, darmkanker en longkanker. Bij mannen is driekwart van de patiënten ouder dan 60, bij vrouwen tweederde. Bij kinderen tot 15 jaar is leukemie de meest voorkomende soort kanker, hersentumoren komen op de tweede plaats. Voor onder andere borstkanker, melanoom, baarmoederhalskanker en darmkanker is de 5-jaars overleving verbeterd. Er zijn geen verbeteringen in de 5-jaars overleving bij longkanker, maagkanker, slokdarmkanker en blaaskanker. Bij prostaatkanker is er wel een verbetering bij mannen boven de 70, niet voor jongere mannen. Dit staat in een vandaag gepubliceerd rapport van de Signaleringscommissie Kanker van de Nederlandse Kankerbestrijding/Koningin Wilhelmina Fonds (KWF). De Commissie baseert zich daarbij op cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek en van de Nederlandse Kankerregistratie van de Integrale Kankercentra. De Nederlandse Kankerbestrijding/KWF heeft de Signaleringscommissie ingesteld in 1997. De Commissie adviseert het KWF-bestuur. Haar werkzaamheden zijn verder ook van belang voor de beleidsontwikkeling van onder meer overheid en zorgverzekeraars. Het KWF zal de bevindingen van de Commissie betrekken in de ontwikkeling van zijn Beleidsplan 2001 - 2005. Volgende maand start op basis van de conclusies van de Commissie een voorlichtingscampagne over kankerpreventie. Samenvattingen van het rapport staan op www.kankerbestrijding.nl.

In 1995 waren er bij mannen 6908 nieuwe gevallen van longkanker, 6367 van prostaatkanker en 4021 van darmkanker. Bij vrouwen ging het om 9476 nieuwe gevallen van borstkanker, 4044 van darmkanker en 1837 van longkanker. Borstkanker is daarmee de meest voorkomende soort kanker in ons land. Het aantal mannen met longkanker is licht gedaald, het aantal vrouwen met deze soort kanker stijgt. Dit is een afspiegeling van de ontwikkelingen in het rookgedrag. Onder mannen is het aantal rokers gedaald van ruim 90% in 1960 tot circa 40% nu. Het aantal rooksters is in die periode gestegen van iets meer dan 25% in 1960 tot ruim 30% nu, met een piek van 40% rond 1970. Deze veranderingen werken inmiddels ook door op de sterfte aan longkanker. Bij mannen is die sinds 1990 met 2% per jaar gedaald, bij vrouwen is er een stijging van bijna 6% per jaar. Tegenover de daling in sterfte bij longkanker staat een toegenomen sterfte aan onder meer prostaat-, slokdarmkanker en melanoom. Hierdoor daalt de kankersterfte bij mannen per saldo met 1% per jaar. Bij vrouwen is de sterfte vrijwel gelijk gebleven omdat de winst bij andere soorten kanker teniet wordt gedaan door de stijging bij longkanker.

De laatste jaren is het aantal nieuwe gevallen van borstkanker toegenomen. De Commissie ziet hiervoor twee redenen. Vrouwen krijgen later kinderen en minder dan vroeger. Bovendien is er een inhaaleffect doordat bij het bevolkingsonderzoek borsttumoren worden ontdekt, die anders pas later aan het licht zouden zijn gekomen. Dit inhaaleffect geeft een tijdelijke extra toename van het aantal nieuwe gevallen, maar lijkt nu achter de rug. De Signaleringscommissie Kanker is evenals de Gezondheidsraad van mening dat het nut van deelname aan bevolkingsonderzoek op borstkanker voor vrouwen onder de 50 jaar nog niet wetenschappelijk is bewezen. Het komt bij vrouwen beneden de 50 relatief vaak voor dat op de röntgenfotos een mogelijk kwaadaardige tumor te zien is, die dit achteraf niet blijkt te zijn. Dit leidt tot onnodige ingrepen en een hoge psychische belasting. De Commissie ziet dan ook vooralsnog geen aanleiding de in Nederland gehanteerde leeftijdsgrens van 50 jaar te verlagen. Volgens de Commissie neemt het risico op borstkanker toe wanneer vrouwen langer dan 5 jaar middelen gebruiken tegen overgangsklachten. Het verhoogde risico dient te worden afgewogen tegen de positieve effecten van deze middelen. Dat hormoonachtige stoffen in het milieu het risico op borstkanker verhogen, is volgens de Commissie niet wetenschappelijk aangetoond.

De 5-jaars overleving geeft een indicatie van de effectiviteit van de beschikbare behandel-mogelijkheden. De Commissie benadrukt dat de 5-jaars overleving een beeld geeft van de effectiviteit van de behandelingen van een aantal jaren geleden. Zij verwacht dat de behandelmogelijkheden sindsdien zijn verbeterd. Of de huidige behandelingen meer kans geven op verbetering van de 5-jaars overleving kan echter pas over een aantal jaren duidelijk zijn. Betere behandelmogelijkheden blijken niet alleen uit meer kans op 5-jaars overleving. Een verbetering bij longkanker bijvoorbeeld is dat de ziekte langer kan worden teruggedrongen. Daarnaast betekenen de huidige mogelijkheden om bijwerkingen te bestrijden en de minder verminkende ingrepen een belangrijke bijdrage aan de kwaliteit van leven van patiënten. De Commissie verwacht dat de thans beschikbare inzichten in kanker in de toekomst nieuwe en betere mogelijkheden voor diagnose en behandeling mogelijk maken.

De Commissie heeft zich ook gebogen over ontwikkelingen in de zorg voor kankerpatiënten. Zij dringt aan op een betere samenwerking en afstemming tussen met name huisarts, wijkverpleging, ziekenhuis, patiënt en zorg door familie etc. voor patiënten die thuis verblijven. Over de zorg voor kankerpatiënten is een afzonderlijk deelrapport uitgebracht. Het Signaleringsrapport Kanker 99 gaat uitvoerig in op het vraagstuk van kostbare geneesmiddelen, zoals bijvoorbeeld taxol en op de inzet van beenmergtransplantatie en andere dure behandelmethoden. Deze behandelingen leggen een groot beslag op beschikbare middelen. De Commissie pleit ervoor deze behandelmogelijkheden alleen in te zetten wanneer aantoonbaar een gunstig effect te verwachten is. In die gevallen mogen kosten geen belemmering vormen. De Commissie vindt dan ook dat overheid en zorgverzekeraars daartoe op korte termijn goede financiële regelingen moeten ontwikkelen.

Roken blijft volgens de Commissie de belangrijkste risicofactor voor kanker. De Commissie onderschrijft het belang van groenten en fruit voor de preventie van long-, mond-, keel-, slokdarm- en maagkanker. Zij benadrukt echter dat voor rokers stoppen met roken veel effectiever is dan meer groenten en fruit gaan eten. Volgens de Commissie zijn er steeds meer aanwijzingen dat lichaamsbeweging een beschermend effect heeft op het ontstaan van dikke darmkanker en waarschijnlijk ook borstkanker. De Commissie heeft een uitvoerige literatuurstudie gedaan naar resultaten van wetenschappelijk onderzoek naar effecten van proefprojecten om kanker met medicijnen te voorkomen, de zogeheten chemopreventie. De gunstige effecten van chemopreventie blijven achter bij de verwachtingen. Het wetenschappelijk onderzoek op dit terrein heeft nog geen bruikbare resultaten opgeleverd. Uit drie grote onderzoeken is inmiddels gebleken dat bêta-caroteen, anders dan werd verwacht, het risico op longkanker niet vermindert.

Deel: ' Kankerbestrijding Vaker kanker bij mannen dan bij vrouwen '




Lees ook