Ministerie van VWS

Kansen en bedreigingen commercialisering sport

Donderdag 2 maart 2000, persbericht nummer 21

De sport profiteert sterk van de alsmaar toenemende interesse van sponsors en media. Ze ontwikkelt zich, vooral in het voetbal, meer en meer als een bedrijfstak waar veel geld in omgaat en biedt ook sporters meer kansen hun vak uit te oefenen. Tegelijkertijd kan deze commercialisering een bedreiging zijn voor de maatschappelijke en sociale functie van sport, omdat ze een sterke wissel trekt op de solidariteit tussen clubs en de relatie met de amateursport.

Dit concluderen drie bureaus die in opdracht van staatssecretaris Margo Vliegenthart van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een onderzoek hebben gedaan naar actuele ontwikkelingen op het terrein van sport, mededinging en media (*). Het rapport, De balans tussen het spel en de knikkers, is donderdag in Den Haag aan de staatssecretaris aangeboden.

Het rapport geeft aan dat de commercialisering een onomkeerbaar proces is dat op zich positief is voor de sport. De bedreigingen kunnen onder meer gekeerd worden door een deel van de opbrengsten uit de commercialisering ten goede te laten komen aan de amateursport. De overheid dient hierin een actieve rol te spelen, omdat ze moet opkomen voor het maatschappelijk belang van de sport.

De onderzoekers constateren dat de topsport zich meer en meer tot een normale bedrijfstak ontwikkelt. In beginsel zijn daarom ook de wetten van de markt, bijvoorbeeld op het terrein van mededinging op topsport van toepassing. Het unieke van sport is een evenwichtige competitie en een zekere solidariteit tussen de top en de breedte. Dit mag niet worden aangetast. Daarom zou de overheid op Europees niveau voorwaarden moeten stellen aan de commercialisering. In ruil daarvoor zou de sport moeten kunnen rekenen op ontheffing van bepaalde mededingingsregels.

Verder vinden de onderzoekers dat de maatschappelijke betekenis van sport meer benadrukt moet worden, bijvoorbeeld in een nieuwe Europese sportverklaring ter aanvulling op het Verdrag van Amsterdam. De EU zou hierin vanwege het bijzondere karakter van de sport voor bepaalde economische activiteiten vrijstelling kunnen verlenen van het Gemeenschapsrecht, met name regels van mededinging en vrije concurrentie. Dit moet alleen als de economische activiteiten in belangrijke mate gericht zijn op versterking van de sportieve balans binnen de sport of van de organisatie van de sport.

De onderzoekers constateren ook een toenemende vervlechting van sport en media. De relatie tussen sporters, clubs en media-ondernemers verandert. Televisiezenders nemen belangen in clubs of clubs richten hun eigen televisiezenders op. Dit kan negatieve gevolgen hebben voor het karakter van de sport als peoples game met toegankelijkheid voor iedereen. De Europese Richtlijn Televisie biedt de mogelijkheid sportevenementen zonder extra kosten voor alle kijkers op een open net te houden.

Reactie Vliegenthart

Staatssecretaris Vliegenthart meent dat het voor de overheid van groot belang is de verdergaande commercialisering ook ten goede te laten komen aan de amateursport. Volgens de staatssecretaris moet ook de sport zelf beseffen dat de solidariteit gehandhaafd moet worden. In bepaalde sporten gebeurt dat ook al, waarbij soms ook sponsors van professionele sport een actieve rol spelen.

Wanneer de amateursport te ver wordt achtergesteld, dreigt op termijn het niveau van de sport als geheel uitgehold te worden en dat tast volgens Vliegenthart het maatschappelijk belang van de sport aan. Bovendien kan de overheid de kosten voor investeringen in breedtesport nooit alleen opbrengen. Het politieke draagvlak voor investeringen in de sport zal in het gedrang kunnen komen wanneer de top zich teveel losmaakt van de breedtesport, aldus Vliegenthart.

Verder is Vliegenthart van plan de relatie tussen commercialisering en mededinging met collega-bewindslieden binnen de Europese Unie aan de orde te stellen. Ook andere collega-bewindslieden b.v. in Frankrijk en in Italië zijn bezig met deze problematiek. De staatssecretaris is bereid het gesprek aan te gaan over de bijzondere positie van de sport met betrekking tot mededinging, op voorwaarde dat de sport de onderlinge solidariteit handhaaft. Dit gesprek dient volgens Vliegenthart vooral op Europees niveau gevoerd te worden.

De balans tussen het spel en de knikkers

Meer documenten over dit onderwerp kunt u vinden in het thema: Sport - Topsport

Deel: ' Kansen en bedreigingen in commercialisering van sport '




Lees ook