Gezamenlijk persbericht van KNAW, NWO en VSNU

Zonder extra geld staat innovatie op de tocht

27 september 1999

Op 11 oktober spreekt de Tweede Kamer over het plan van minister Hermans om het lange termijn gericht onderzoek te vernieuwen. De bewindsman wil dit bereiken met een vernieuwingsimpuls van 75 miljoen. Hieraan draagt het Kabinet zelf maar tien miljoen bij.

De onderzoeksorganisaties, Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW), Nederlandse Organisatie van Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) en de Vereniging van Universiteiten (VSNU) vinden dit te weinig. Wil er van vernieuwing sprake kunnen zijn dan is een verdubbeling van dit bedrag, tot 150 miljoen, noodzakelijk. In concreto betekent dit dat minister Hermans geen tien, maar vijftig miljoen gulden extra moet uittrekken. Gebeurt dit, dan zijn NWO en de universiteiten bereid om de rest van het bedrag (100 miljoen) voor hun rekening te nemen.

De uitgaven van Nederland aan Research and Development (R&D) bevinden zich al sinds jaren in dalende lijn. Inmiddels geeft Nederland 2,1 procent van het nationaal inkomen uit aan onderzoek. Dat is onder het gemiddelde van de OESO, de club van rijke landen. Ook in de komende jaren zet die daling zich verder voort. Vooral de dalende investeringen bij de overheid zijn verantwoordelijk voor deze ontwikkeling. De private uitgaven stijgen namelijk licht. Kennis is voor ons land van groot belang. Nederlandse bedrijven zullen een concurrentieslag die zich concentreert op arbeidsintensieve bulkproductie zeker verliezen. Daarvoor zijn de lonen te hoog. Nu en in de toekomst moet Nederland het hebben van de toegevoegde waarde van kennis om de kwaliteit van de samenleving op een hoger niveau te brengen. Op dit moment is ons land nog een vooraanstaand leverancier van kennis. Dat is vooral het resultaat van investeringen in het verleden. De vraag is hoe lang ons land die rol nog kan spelen.

Door afnemende investeringen dienen zich problemen in de kennisinfrastructuur aan. Universiteiten zijn niet in staat om jong wetenschappelijk talent een carrièreperspectief te bieden. En hoogstaand onderzoek is natuurlijk bovenal mensenwerk. Op dit moment rollen jonge talenten veelal van de ene tijdelijke baan in de andere. Tegelijkertijd verlaten binnen vijf à tien jaar naar schatting 6.000 wetenschappers de universiteiten. Om de openvallende plaatsen op een adequate wijze op te vullen moet er nu geïnvesteerd worden in jong talent. De vernieuwingsimpuls zou hierbij een belangrijke rol kunnen spelen. Maar met een bedrag van 75 miljoen gulden kunnen hooguit 700 arbeidsplaatsen gecreëerd worden.

De vernieuwingsimpuls is niet alleen van belang om de slijtageslag in het lange termijnonderzoek aan te pakken, maar ook om oplossingen te zoeken voor maatschappelijke vraagstukken als sociale cohesie, mobiliteit of veiligheid. Talentvolle jongeren uit verschillende wetenschappelijke disciplines kunnen dan bij elkaar worden gezet om onderzoek te doen naar de beantwoording van die vragen. Thans gebeurt dat al op bescheiden schaal, een verdere intensivering is echter noodzakelijk.

Een vernieuwing van het langetermijnonderzoek is ook voor grote bedrijven van belang. Zij trekken zich namelijk steeds meer terug op het meer toegepaste kortetermijnonderzoek. Het langetermijnonderzoek laten zij over aan de universiteiten. Om op die ontwikkeling goed te kunnen inspelen is vernieuwing nodig. Daarom juichen KNAW, NWO en VSNU de vernieuwingsimpuls van minister Hermans toe. Maar er moet wel meer geld beschikbaar worden gesteld wil er van een impuls sprake kunnen zijn.

Nadere informatie bij: KNAW Karin Jongbloed, 020 5510769, NWO Hein Meijers 070 3440713, VSNU Jan Willem Vos, 030 2363888.

99-25

Hilde ter Laak
Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) Afdeling Voorlichting & Communicatie
Postbus 93138
2509 AC DEN HAAG
070-3440 713

Deel: ' KNAW, NWO en VSNU Zonder extra geld innovatie op de tocht '




Lees ook