7 januari 2000.

ONTWIKKELINGEN IN HOUTVERDUURZAMINGSLAND

Vernieuwde KOMO-certificering.
Begin 1999 is de houtverduurzamingsbranche het in samenspraak met het Ministerie van VROM eens geworden over een verbeterde beoordelingsrichtlijn voor de KOMO certificering van de houtverduurzaming in vacuüm- en drukinstallaties. De nieuwe regels voor KOMO certificering geven vérgaande waarborgen voor bedrijfsvoering en (milieu-)kwaliteit. De naleving ervan wordt gecontroleerd door de onafhankelijke Stichting Keuringsbureau Hout (SKH). Die is daarvoor geaccrediteerd door de Raad voor de Accreditatie.
De Nederlandse houtverduurzaming is mede hierdoor zo dat al niet het geval was op eenzame hoogte in Europa terechtgekomen. Ze is, zonder overdrijving, een van de modernste in de wereld.
Perikelen rondom toelating verduurzamingsmiddelen. Ook in de vernieuwde KOMO certificering is het logisch dat alleen de in Nederland wettelijk toegelaten houtverduurzamingsmiddelen worden gebruikt.
De beoordeling van de toelaatbaarheid van die middelen wordt bepaald door Europese en Nederlandse wetgeving. Deze wetten zijn niet goed op elkaar afgestemd.
Daardoor heeft het CTB (College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen) vorig jaar kunnen besluiten dat de belangrijkste houtverduurzamingsmiddelen niet langer toegestaan zouden moeten worden voor de meeste toepassingen van verduurzaamd hout in Nederland. De levering van KOMO gecertificeerd hout zou daardoor voor de meeste toepassingen onmogelijk worden. De toepassing van dezelfde middelen, die al sinds jaar en dag als goed en veilig bekend staan, blijft in onze buurlanden ongemoeid.

Kapitaalvernietiging voor bedrijven én overheid. Er is door bedrijfsleven en overheid al vanaf 1992 veel geld en tijd geïnvesteerd in de KOMO-certificering en de recente vernieuwing van de beoordelingsrichtlijn.
De Nederlandse inspanningen t.a.v. herkenbare milieu- en verduurzamingstechnische kwaliteit zouden door de CTB besluiten weggegooid geld betekenen.

Besluiten uit balans.
De houtsector heeft zich sterk verzet tegen deze gang van zaken: Europa is één markt en dat vraagt dus ook om één maatstaf om de toelating van houtverduurzamingsmiddelen te beoordelen. Het bijzondere van de Nederlandse toelatingsprocedure is dat een soort omgekeerde bewijslast telt: het is niet de vaststelling dat een middel schadelijk is voor het milieu maar dat níet kan worden vastgesteld dat een middel níet schadelijk is. Het CTB mag bij zijn eindoordeel geen rekening houden met het nut van houtverduurzaming en al helemaal niet met economische aspecten.
De besluitvorming is dus per definitie uit balans. Er is daardoor gerede kans dat ook andere houtverduurzamingsmiddelen bij herbeoordeling hetzelfde lot ondergaan. De animo van de industrie om nieuwe middelen te laten beoordelen neemt af.

Juridische procedures
Op een aantal fronten zijn de besluiten aangevochten: bij de Bezwaarschriftencommissie van het Ministerie van VWS maakten de verschillende middelenleveranciers bezwaar op technische en juridische gronden tegen de CTB besluiten over hun producten. Op 18 augustus is dat gebeurd voor creosootolie en op 14 december voor de koper- en chroomgebaseerde middelen.
Nog steeds kan niets met zekerheid worden gezegd over de uitkomst van die procedures en de datum waarop die uitkomst er is. Tegen uitspraken van de bezwaarschriftencommissie kan, zonodig, beroep worden aangetekend bij het College van Beroep voor het Bedrijfsleven. De VHN heeft bij de Europese Commissie de klacht gedeponeerd dat de CTB besluiten niet zijn genotificeerd. Dat wil zeggen dat de Commissie niet eens in de gelegenheid is geweest om zich een mening te vormen over de afwijkende toelatingsbesluiten.

Verduurzaamd hout is geen verduurzamingsmiddel.

CTB besluiten mogen alléén betrekking hebben op de toepassing van verduurzamingsmiddelen: dit middel mag in Nederland met ingang van die datum niet langer worden toegepast voor hout dat bestemd is voor deze toepassingen in Nederland De CTB besluiten gaan niet over het gebruik van verduurzaamd hout. Verduurzaamd hout dat vóór die datum is gemaakt of uit het buitenland komt mag gewoon worden gebruikt. Ook het verduurzamen van hout dat wordt geëxporteerd kan gewoon doorgang vinden.

Import en gebruiksverboden?
Omdat VROM de door CTB beweerde milieurisicos van verduurzaamd hout wil voorkomen is dat Ministerie bezig om ook de import en het gebruik van verduurzaamd hout tegen te gaan. Dat betreft alléén hout dat is behandeld met de middelen die het CTB wil inperken. Import- en gebruiksverboden krijgen pas rechtskracht nádat de Europese procedures zijn afgerond. Dat duurt minimaal 3 maanden en meestal langer. Als andere lidstaten en de Europese Commissie bezwaar maken is het aannemelijk dat een importverbod niet van kracht wordt. (Dat stelt dan vervolgens de houdbaarheid van de CTB besluiten op proef.)

De stand van zaken is dat er voor gecreosoteerd hout op 20 september formeel in Brussel een verbod is genotificeerd voor hout dat wordt toegepast in contact met grond, grondwater en water. Rond deze tijd is er ook een eerste reactie van de Europese Commissie te verwachten. Dit verbod is op 10 december ook gemeld bij de WTO de Wereld Handels Organisatie.
Terzijde: de CTB heeft op 1 oktober besloten creosootolie tot 1 juli 2001 voor alle gewone toepassingen te verlengen met inbegrip van hout voor grondcontact maar met uitzondering voor water- en grondwatercontact.
Omdat intussen verschillende lidstaten de Europese Commissie hebben laten weten het niet eens te zijn met dit Nederlandse verbodsplan kan het in elk geval niet vóór 28 maart rechtskracht krijgen. Hoe het daarna verloopt hangt af van verschillende procedures. Het Kabinet heeft nog niet het besluit genomen om een importverbod te maken voor met koperverbindingen verduurzaamd hout. Áls dat gebeurt dan komt er eerst een ontwerptekst in de Staatscourant. Er is dan voor elke Nederlander 4 weken de tijd om er op te reageren. Daarnaast wordt het ontwerpbesluit aangeboden aan de 1e en 2e Kamer en vindt notificatie plaats bij de Europese Commissie.

Houtvoorraden.
Zo lang er geen import- en gebruiksverbod is dat rechtskracht heeft wordt het gebruik van verduurzaamd hout ongemoeid gelaten.
Kabinetsbesluit.
De fracties van PvdA, CDA, VVD en RPF hadden op 5 oktober al indringende vragen gesteld over de situatie aan de Ministers van VROM, VWS en EZ. Pas ná een speciaal aangevraagd kameroverleg en een breed gesteunde motie kwam er vlak voor de Kerst reactie van het Kabinet. Dat besloot om, in afwijking van het CTB, het gebruik van alle houtverduurzamingsmiddelen met koper toe te staan tot 14 mei. Dat is het moment waarop de Europese Biociderichtlijn in de Nederlandse wet moet zijn opgenomen. Die richtlijn moet dan ook in de andere lidstaten zijn ingevoerd.

Wat te doen?
Zolang er een wettelijke toelating is wordt er hout verduurzaamd, geleverd en toegepast. Die toelating is er in elk geval tot 14 mei a.s. voor de koperverbindingen en voor creosoot tot 1 juli 2001. De leveranciers van verduurzamingsmiddelen, de brancheorganisatie VHN en de verduurzamingsbedrijven zullen als eerste weten óf en wanneer er besluiten zijn voor de periode daarna en dan hun relaties daarover inlichten. Het gebruik van de bekende verduurzamingsmiddelen is gewoon toegestaan en dus ook het gebruik van verduurzaamd hout.
Inlichtingen :
Ing. C Boon, voorzitter Vereniging van Houtimpregneerbedrijven in Nederland
Tel. : 030 - 693.00.40
Fax : 030 - 692.50.45
E-mail : info@vhn.org

Vereniging van Houtimpregneerbedrijven in Nederland - VHN

Laan van Beek en Royen 1a
Postbus 735
3700 AS Zeist

Tel. 030 - 693.00.40
Fax 030 - 692.50.45

E-mail : info@vhn.org

Deel: ' KOMO certificering houtverduurzaming vernieuwd '




Lees ook