Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap

dec. 1999

Kosovo-oorlog maakt einde aan Joods leven in Pristina

De oorlog die begin 1999 in Kosovo woedde, was een strijd tussen Serviërs en Albanezen. De laatsten werden massaal verdreven om vervolgens onder toezicht van KFOR naar Kosovo terug te keren. Daarop sloegen Serviërs op de vlucht. Ook Cedomir Prlincevic werd gedwongen Pristina voor Belgrado te verruilen. Prlincevic is Serviër noch Albanees, maar de 61-jarige is voorzitter van de Jevrejska Opstina Pristina, de Joodse Gemeente van Pristina, en in het dagelijks leven hoofdarchivaris van de provincie Kosovo. Als vluchteling vult hij zijn dagen met het indiceren van de archieven van de Federatie van Joodse Gemeenten in voormalig Joegoslavië.

Betrokken in het conflict
Tijdens de Kosovo-oorlog slaagde de voorzitter van de Joodse Gemeente van Pristina er in op Pesach in kinderen en jongeren naar veiliger Servische gebieden te evacueren. Terwijl achttien Joden uit de plaats Prizren in Kosovo op dat moment trachtten uit te wijken naar Macedonië vanwaar zij op aliya wilden gaan.
Midden in de Kosovo-oorlog ontmoette ik op een Europees-Joods congres Aca Singer, voorzitter van de Federatie van Joodse Gemeenten in Joegoslavië. Er zijn nog maar weinig Joden in Kosovo, vertelde hij mij. Misschien veertig of vijftig, hoogstens zestig. Maken zij deel uit van het conflict, vroeg ik. In zekere zin wel, en in zekere zin niet. Als Joden staan zij buiten het conflict. Maar alle Joden van Kosovo zijn gemengd gehuwd. De een met een Serviër de andere met een Albanees. Op die manier worden zij als onderdeel van het gezin in het conflict betrokken.

Intimidaties en moorden
Nu, zes maanden later, beaamt Cedomir Prlincevic de woorden van de federatie-voorzitter. Er woonden tot de Kosovo-crisis veertig Joden in Pristina en veertig Joden Prizren. Zij zijn met Serviërs, Albanezen of Turken getrouwd. Voor de oorlog trouwden Joden met Joden. Sinds de oorlog trouwen wij met niet-Joden. Ik ben met mijn gezin en mijn oude moeder gevlucht voor intimidaties en moorden die door Albanezen in mijn flatgebouw werden gepleegd. Er zijn nu Albanezen in Kosovo die niet als vluchteling zijn teruggekeerd, maar onder dekking van KFOR de Albanees-Kosovaarse grens zijn overgestoken. Zij woonden nooit in Kosovo en jagen de oorspronkelijke bewoners, waaronder mijn gezin, op de vlucht. Daarmee is aan de Joodse aanwezigheid in Pristina vrijwel een einde gekomen. De Joden van Prizren hadden zich tot het uitbreken van het conflict nooit als Joden gemanifesteerd. Nu is Prizren een door de Federatie van Joodse Gemeenten erkende kehilla.

Naar Israel
De eerste Joden vestigden zich rond 1650 in Pristina. De sefardische voorouders van Prlincevic trokken rond 1850 uit Lescovac en Nic naar de hoofdstad van Kosovo. Tot de Tweede Wereldoorlog woonden er zon 1500 Joden in Pristina. Er was een sjoel, een Joodse school en een rabbijn. Veel Joden waren handelaren, artsen en graanexporteurs. Van degenen die Bergen Belsen overleefden zijn de meesten tussen 1949 en 1954 op aliya gegaan. De hele familie van mijn moeder woont dan ook in Israel.
Prlincevic moeder, Belia Mandil, is in de tachtig. Zij vormt de band met het Jodendom. Mijn moeder zorgde voor de Joodse sfeer bij ons thuis. Het Joodse leven speelde zich binnens huis af. Op Chanoeka werden de kaarsen aangestoken. Ook iedere vrijdagavond brandden de sjabbatkandelaars. Er werd Poeriem gevierd. Met Pesach aten we matzes. Die kwamen uit Nederland. Jom Kippoer werd in acht genomen. Voor de feestdagen bakte en kookte mijn moeder Joodse gerechten. Sinds in 1953 door een stadsbrand de synagoge verloren ging, speelt het Joodse leven zich nog uitsluitend in huiselijke kring af. Mijn moeder heeft besloten ons na de oorlog geen Hebreeuws of Ladino te leren. De Joegoslavische samenleving heeft zich nooit ontdaan van zijn antisemitisme. Het is, weliswaar verdekt, aanwezig. In Belgrado zijn nog wel jongere mensen die Ladino gebruiken. Ik volg nu een cursus Hebreeuws in Belgrado. Zodat ik, wanneer ik op aliya ga, de taal van Israel al een beetje spreek.

150 Jaar in Pristina
Prlincevic kijkt bedroefd als hem naar de omstandigheden van zijn vertrek uit Kosovo wordt gevraagd. Als hoofdarchivaris van het provinciaal archief voelde hij zich sterk verbonden met zijn woonoord. Terwijl zijn familie zon 150 jaar in Pristina woonde. Met zijn oude moeder en zijn Servische vrouw vluchtte hij naar Belgrado waar hij door de Joodse Gemeente werd opgevangen en met Amerikaans-Joodse steun in een hotel kon worden geplaatst. Vrijwel niets heeft hij mee kunnen nemen. Net als toen wij naar Bergen Belsen moesten, heb ik Pristina met slechts twee tassen verlaten. Daarin was nog net ruimte voor een in het Servo-Kroatisch vertaalde Tora.

Deel: ' Kosovo-oorlog maakt einde aan Joods leven in Pristina '




Lees ook