KPMG



15-03-2000
Veel middelgrote ondernemingen worden verkeerd geleid
Veel middelgrote, Nederlandse ondernemingen worden op de verkeerde manier geleid. Zij hanteren een stijl van leidinggeven die niet past bij de groeifase waarin de bedrijven verkeren. Dit komt met name doordat de ondernemers moeite hebben met het volgen van de snelle ontwikkeling van het bedrijf. Dit blijkt uit onderzoek van KPMG en de Vrije Universiteit Amsterdam naar de relatie tussen de wijze waarop ondernemers leiding geven aan hun bedrijf en de prestaties tijdens de verschillende ontwikkelingsstadia van de onderneming. Ondernemingen die de juiste stijl van leidinggeven hanteren, blijken beter te presteren.

Bijna de helft van de onderzochte ondernemingen blijkt in de doorgroeifase te zitten. In deze fase worden veel nieuwe klantengroepen aangeboord en wordt vaak met export gestart. In deze fase zou het accent moeten liggen op leiderschap. Dit betekent het bepalen van de richting van de onderneming, een analyse van de interne sterke en zwakke punten en van de externe kansen en bedreigingen en het formuleren van lange termijn-doelstellingen. Uit het onderzoek blijkt echter dat de ondernemer in deze fase nog teveel tijd besteedt aan het management van de onderneming. De aandacht ligt hierbij vooral op de planning van de dagelijkse werkzaamheden, het oplossen van interne conflicten, het zorgen dat anderen hun werk goed doen en het creëren van draagvlak voor besluitvorming.

Volgens H.G. Kwakkel, management consultant bij KPMG, anticipeert de leiding van de onderneming in het algemeen onvoldoende op de volgende groeifase. Kwakkel: "Iedere groeifase van de onderneming vereist een specifieke combinatie van vakmanschap, management en leiderschap. In de eerste twee fasen - de vroege groeifase en de consolidatiefase - kennen de meeste bedrijven in het algemeen geen problemen en hebben zij de zaken goed op orde. Bij bedrijven die in de volgende fasen verkeren - de doorgroeifase en de volwassenheidsfase - gaat het in het algemeen mis. In de doorgoeifase is de ondernemer te veel bezig met de interne organisatie en straalt hij te weinig visie uit. In de volwassenheidsfase is het probleem juist omgekeerd: de ondernemer is dan te weinig bezig met de interne organisatie en te veel met richting geven aan zijn onderneming. De verhouding tussen vakmanschap, management en leiderschap wordt onvoldoende aangepast nadat het bedrijf is overgegaan naar de volgende groeifase. De leiding groeit dus onvoldoende mee met de onderneming".

Voor nadere informatie: Andy Bellm, telefoon (020) 656 7039

Deel: ' KPMG veel middelgrote ondernemingen worden verkeerd geleid '




Lees ook