TEULE

Kritiek op Nationaal Antennebeleid niet gehoord

Kritiek op Nationaal Antennebeleid niet gehoord

A. Persbericht

De Commissie voor Verkeer en Waterstaat van de Tweede Kamer houdt zich momenteel bezig met het notaoverleg over het Nationaal Antennebeleid (Kamerstuk 27 561) ten behoeve van de mobiele telefonie. Op 14 mei 2001 zal dit nota-overleg plaatsvinden. Daarvoor zal naar verluidt een hoorzitting worden gehouden. Gehoord worden de gezondheidsraad, de telefoonbedrijven, commerciële belangengroeperingen en gemeenten. Naar het zich nu laat aanzien, zijn critici van het antennebeleid (instellingen zoals de Stichting Natuur en Milieu, de Stichting Meldpuntennetwerk Gezondheid en Milieu, de Steungroep GSM- en EM-gehinderden, en enkele particulieren) niet uitgenodigd.

Dat mobiele telefonie op zichzelf heel nuttig en plezierig kan zijn en een groot commercieel belang vertegenwoordigt, moge duidelijk zijn. De kritiek richt zich niet zozeer op de faciliteit 'mobiele telefonie' als zodanig, maar op een bepaald aspect ervan: de in Nederland gebruikte zendersterkten. De bijbehorende elektromagnetische stralingen, zowel door de mobiele telefoons vlak naast het oor als door tienduizenden GSM en UMTS basiszenders, kunnen biologische effecten veroorzaken waarvan de onschadelijkheid helemaal niet vaststaat. Op grond van het voorzorgprincipe zouden daarom de gebruikte zendersterkten drastisch omlaag moeten, zelfs tot ver beneden de door de Gezondheidsraad aanbevolen normen. Dit geluid wordt echter niet op de hoorzitting gehoord. Critici, natuur en milieu instellingen en bezorgde particulieren, die hun bezwaren wel schriftelijk hebben ingebracht, zijn als spreker niet voor deze hoorzitting uitgenodigd.

Door de eenzijdige voorlichting door de overheid en een algemeen kennisgebrek bij de Nederlandse bevolking en veel parlementsleden over de mogelijke invloeden van elektromagnetische stralingen op de gezondheid is er nog geen brede maatschappelijke discussie ontstaan over de gevaren van de mobiele telefonie en het bijbehorende zenderpark. Integendeel, in Nederland bestaat nog een breed gedragen euforie over de mogelijkheden van de 'mobieljes'. Deze euforie wordt gevoed door een zeer eenzijdig en massaal reclameoffensief van de telefoonmaatschappijen. Hun 'voorlichting' wordt niet tegengesproken door de Gezondheidsraad of de Overheid. Kritiek op deze gang van zaken heeft in Groot Brittannie echter al geleid tot waarschuwingen door een onafhankelijke groep van experts (de Stewart groep, zie: Literatuur pt. 2 ) en tot regeringsmaatregelen om het gebruik van GSM telefoons met name door kinderen te beperken.

Ook in Nederland kan deze voorlichting sterk worden verbeterd. De huidige tijdelijke euforie mag niet worden misbruikt om snel een wetsvoorstel betreffende het antennebeleid door te drukken, waarmee zelfs een belangrijk Grondwetsartikel wordt gefrustreerd (zie pt. 3 hierbeneden).



B. Achtergrond informatie

Er zijn veel aspecten waarover door de kritische instellingen en particulieren bedenkingen zijn ingebracht. Een viertal is daaruit gelicht t.b.v. dit persbericht:


1. Gezondheidseffecten

2. Plaatsing van basiszenders

3. Conflict met de grondwet art. 11

4. Technologie en huidige stand van de wetenschap
In de onderstaande teksten worden regelmatig de werkingen van de mobiele telefoons en de zenders gezamenlijk genoemd, omdat de werking op het punt van geblokte elektromagnetische stralingen van beiden in principe dezelfde is. Het verschil tussen beide is, dat de mobiele telefoons met een geblokte (gepulseerde) straling doorgaans kortdurend in werking zijn, vlak bij het lichaam of het hoofd, en dat de basiszenders voor GMS en UMTS een continue geblokte straling uitzenden, verder van het lichaam verwijderd. Daardoor zullen de biologische effecten van de straling door telefoons en basiszenders verschillen.

B.1. Gezondheidseffecten

Tijdens de 'International Conference on Cell Tower Siting' te Salzburg in juni 2000, is door de deelnemers duidelijk gemaakt, dat er geen veilige ondergrens voor elektromagnetische straling bestaat. De in Nederland gehanteerde stralingsniveaus kunnen daarom bijdragen aan het optreden van een scala van ziekteverschijnselen. De lange termijn effecten van de continue elektromagnetische bestraling zijn onbekend. Het voorzorgbeginsel moet er daarom toe leiden, dat de stralingsintensiteit, waardoor burgers bij het wonen en werken worden getroffen, geminimaliseerd moet worden tot een niveau waarop er hoogstwaarschijnlijk geen constateerbare biologische effecten kunnen optreden. De Salzburg conferentie beveelt daarvoor een maximale waarde aan van 0,1 microwatt per cm2 (0,614 V/m). Gemeten in V/m, is dit een factor 100 scherper dan de huidige internationale ICNIRP norm (61.4 V/m voor >2000 Hz). Deze norm is overigens door de Gezondheidsraad nog flink opgerekt en daarmee behoren de Nederlandse GMS/UMTS stralingsnormen tot de meest onvoorzichtige van Europa.

Het rapport van de Gezondheidsraad 'GSM Basisstations' (2000/16) maakt, gelet op de geraadpleegde literatuurlijst, geen gebruik van recente rapportages over biologische effecten door elektromagnetische stralingen. Dit blijkt des te duidelijker als de bijbehorende literatuurlijst vergeleken wordt met de uitgebreide lijsten, zoals deze bijvoorbeeld zijn gepubliceerd bij de Salzburg Conferentie en door dr. Neil Cherry (zie: Literatuur pt. 1). Het rapport van de Gezondheidsraad wekt dan ook sterk de indruk, in haast geschreven te zijn om de providers van mobiele telefonie van dienst te zijn bij het mogelijk maken van hun netwerken via het Nationale Antennebeleid.

B.2. Plaatsing van de basiszenders

Ook het beleid van de regering is er sterk op gericht, zo soepel en snel mogelijk tegemoet te komen aan de belangen van de providers van mobiele telefonie. In de ogen van veel bestuurders lijkt de stralende toekomst met internet vrijwel geheel afhankelijk te zijn van draadloze communicatie. Het antennebeleid is daardoor zeer eenzijdig en kritiekloos. Aan de providers wordt vrij baan gegeven voor het plaatsen van duizenden GSM en UMTS zenders, waarbij in de toekomst ook de plaatsingsprocedures worden vergemakkelijkt. Bouwvergunningen en toetsingen aan welstandseisen zijn dan, met name voor de kleinere UMTS antennes, niet meer nodig. Dit regeringsbeleid berust op een ondoordachte 'hype'.

Niet alleen de zendersterkte van GSM en UMTS zenders is bepalend. Ook belangrijk is de plaatsing t.o.v. menselijke aanwezigheid, i.v.m. wonen, werken en recreatie. De Salzburg norm stelt dat mensen niet getroffen mogen worden door straling van meer dan 0,1 microwatt per cm2. Weliswaar zal volgens het voorgestelde beleid aan bewoners van (flat)gebouwen instemming gevraagd moeten worden voor de plaatsing van een GSM of UMTS zendantenne op het dak van hun gebouw, maar hoe deze inspraak gestalte moet krijgen is niet geregeld. Onduidelijk is bijvoorbeeld of dit instemmingsrecht geldt voor bewoners (of employees?) van alle (en met name de lagere) etages. Instemmingsrecht voor alle bewoners van huizen rondom een zender zou veel relevanter zijn. Daarnaast moet er inspraak worden gegeven over iets, waar de algemene bevolking vrijwel niets van weet. Op voorhand is al te zeggen, dat bij plaatsing op een flatgebouw in een drukbevolkte wijk veel bewoners bestraald zullen worden met een sterkte, die ver boven de Salzburg norm ligt. Biologische effecten en schade zullen daarom kunnen optreden, zoals uit veel proeven is gebleken.

Een bijzonder effect kan optreden bij de aanwezigheid van vele zenders tegelijk in een beperkte bebouwde ruimte, zoals b.v. de Randstad. Ook andere dan GMS/UMTS zenders, zoals radio of TV zenders of radarinstallaties, kunnen aan dit effect bijdragen. Door reflecties op gebouwen kunnen daarbij 'hot spots' optreden, die (ver) boven de gemiddelde stralingsterkten uit kunnen stijgen. Door al deze zenders zal de Nederlandse burger omringd worden door een jungle van zowel hoogfrequente als laagfrequent gepulste stralingen. Uiteraard kan de zenderplaatsing ook invloed hebben op de prijzen van onroerend goed, i.v.m. esthetische overwegingen en angstgevoelens. Ook dit zijn redenen om zowel de plaatsing als de zendersterkten streng te reguleren en niet grotendeels over te laten aan de werking van de vrije markt, zoals het nieuwe Antennebeleid nu voorstelt.

B.3. Conflict met de Grondwet art. 11

Gelet op de continue straling, die door de GSM en UMTS zendinstallaties wordt afgegeven, en op de landelijke dekking, is het duidelijk dat geen enkele Nederlander zich aan deze jungle van stralingen kan onttrekken, zelfs al is hij of zij geen gebruiker van mobiele telefonie. Ook is duidelijk dat de uitgezonden elektromagnetische straling in ons lichaam penetreert en daar biologische effecten kan veroorzaken. De Gezondheidsraad let alleen op de thermische (= verwarmings-) effecten, maar de resonantie-effecten van zowel de hoogfrequente straling als van de laagfrequente pulsering en de verschilfrequenties worden door deze Raad (nog) niet erkend als biologisch schadelijk (zie ook pt. B.4). De kunstmatige bestraling van miljoenen Nederlanders krijgt daarmee het karakter van een breed opgezet medisch experiment. Het feit dat iedere Nederlander bestraald wordt, maakt overigens een juiste wetenschappelijke waarneming op langere termijn van bestraalde t.o.v. onbestraalde mensen onmogelijk, eenvoudigweg omdat er geen onbestraalde mensen meer te vinden zijn.

Artikel 11 van de Grondwet, waarin het recht op onaantastbaarheid van het menselijke lichaam wordt aangegeven, gaat echter niet alleen maar over schade. Ook biologische effecten, die (op korte termijn) geen direct zichtbare schade veroorzaken, omdat het menselijke zelfherstellende vermogen deze schade repareert, vallen onder dit wetsartikel. Zelfs biologische effecten, die op zichzelf helemaal geen schade veroorzaken, maar gedwongen worden ondergaan, zijn volgens art. 11 onrechtmatig. Ter vergelijking valt daarbij te denken aan fluoridering van drinkwater, wat op zich niet ongezond hoeft te zijn, integendeel zelfs, maar wat een gedwongen karakter krijgt als het aan het leidingnet voor drinkwater wordt toegevoegd. In het algemeen gesteld, gaat art. 11 dus over ongewenste invloeden van buitenaf, die in ons lichaam penetreren en daar biologische effecten veroorzaken. Elektromagnetische stralingen vallen daar ook onder en daardoor is het totale zenderpark voor GSM en UMTS, waarbij tegen de alomtegenwoordige en continue straling geen enkel fysiek verweer mogelijk is, in principe ongrondwettelijk.

Art. 11 regelt ook hoe een uitzondering op deze wet kan bestaan. De uitzondering moet bij wet worden geregeld op een dusdanige manier, dat de geest van de wet ongeschonden blijft. Voor de elektromagnetische stralingen door GSM en UMTS zenders bestaat (nog) geen uitzonderingswet, die gelijke juridische kracht heeft als dit Grondwetsartikel (zie ook: Literatuur pt. C.5).

B.4. Technologie en huidige stand van de wetenschap

Er zijn drie facetten aan de elektromagnetische golven te onderscheiden:
a. De draaggolf met een bepaalde vermogensdichtheid, mogelijke resonanties en reflecties
b. De blok- of pulsfrequenties, die gebruikt worden om meerdere gesprekken per band mogelijk te maken.
c. De informatie, die per blok wordt verzonden en waarvoor het hele systeem is opgezet.

Bij punt a. wordt alleen gekeken naar acute verwarmingseffecten. Lange termijn effecten en niet-thermische effecten worden buiten beschouwing gelaten. Het punt b., de gepulste of geblokte werkwijze, wordt als niet relevant terzijde geschoven. Men neemt aan dat de biologische effecten van deze geblokte straling identiek zijn aan de continue EM golf. Er zijn echter aanwijzingen, dat de lage frequenties van de pulsering kunnen interfereren met EM trillingsfrequenties (20 tot 20.000 Hz), die in ons lichaam worden gebruikt bij de celbiologie, met name de onderlinge herkenning van moleculen en cellen (Benenviste, zie: Literatuur pt. C.3). Lage frequenties kunnen ook ontstaan door de verschilfrequenties van hoogfrequente stralingen, die qua golflengte dicht bij elkaar liggen. Hier ligt een groot en belangrijk onderzoeksterrein braak. Het punt c., de feitelijke inhoudelijke informatieoverdracht, wordt niet eens genoemd, omdat de huidige wetenschappelijke paradigma's, en met name de dogmatiek van de klassieke mechanistische visie, daar geen betekenis aan toekennen.

Bij elkaar genomen komt het erop neer, dat alleen de minst wezenlijke van deze drie, namelijk de hoogfrequente draaggolf met haar mogelijk verwarmingseffecten, in de overwegingen tot het opstellen van richtlijnen is opgenomen. De huidige wetenschappelijke mechanistische paradigma's ondersteunen in hoge mate de eenzijdige technisch-economische ontwikkelingen. De politiek van een rechtstaat zou niet klakkeloos en eenzijdig deze puur op winst gerichte economie of deze mechanistische wetenschap moeten volgen, maar in de toekomst moeten kijken en zodanig met de natuur en de mens omgaan, dat kwaliteit en duurzaamheid voorop staan.

Bij de mobiele telefonie, die nog maar aan het begin van haar evolutie staat, zijn talloze ontwikkelingen mogelijk in de richting van de drastisch lagere stralingsemissies, waar de Salzburg conferentie op aandringt. Op het punt van veiligheidsverbetering heeft de mobiele telefonie nog een lange weg te gaan.

C. Literatuur

C.1. 'Evidence that Electromagnetic Radiation is Genotoxic: The implications for the epidemiology of cancer and cardiac, neurological and reproductive effects', dr. Neil Cherry, Lincoln University, New Zealand, 2000.
(te vinden op: www.emfguru.com).

C.2. 'Report Mobile Phones and Health', Independent Expert Group on Mobile Phones (Stewart Group), 2000
(ook te vinden op: www.emfguru.com)

C.3. 'Specificity of the digitized molecular signal', J. Benveniste, J. Aïssa, P. Jurgens and W. Hsueh, presented at Experimental Biology '98 (FASEB). San Francisco, April 20, 1998 (zie: www.digibio.com)

C.4. De bezwaren tegen de EM straling zijn voor het Nederlandse taalgebied samengevat in:
'GSM straling, nieuwe feiten en inzichten', 84 blz. (incl. literatuurlijst), Gerrit Teule, ISBN 90-6556-158-7, Uitgeverij Sigma, Tilburg.

Over dit boekje verscheen de volgende (ingekorte) recensie:

Dit boekje wil, bij een breed publiek, bewustzijn wekken voor de verzwegen gevaren van het gebruik van de mobiele telefoon en telecom infrastructuur. Door de technische ontwikkelingen van de laatste decennia/jaren wordt ons leefmilieu steeds zwaarder belast met vreemde elektromagnetische stralingen zoals radar, magnetrons, spaarlampen, computers, radio/tv zenders, draadloze computerkoppeling, en sinds kort de alles overheersende GSM zendmasten en mobiele telefoons. De schadelijke gevolgen hiervan zoals aantasting van het immuunsysteem, cel en bloedhuishouding, slaapstoornissen, verhoogde kans op kanker en leukemie, Alzheimer, ME, worden overzichtelijk weergegeven, zonder te verzanden in een veelheid aan te wetenschappelijke informatie. Wanneer men alle door de WHO en Gezondheidsraad ter zijde geschoven wetenschappelijke onderzoeken op een rijtje zet kan men zich net als de schrijver, in dubbele betekenis afvragen: 'Zijn we nog wel goed bij ons hoofd?'
Ing. J.G. van Gils, Rotterdam
jvangils@zonnet.nl

C.5. Omstreeks april/mei 2001 zal er bij uitgeverij Sigma, Tilburg, een boek verschijnen over 'GSM straling en het grondwettelijke recht op lichamelijke onaantastbaarheid', Gerrit Teule. Dit boek is samengevat onder pt. 3 'Conflict met de grondwet art. 11' hierboven.

Meer informatie bij:
Ing. G.W. Teule
Buitenweg 26
8414 MA Nieuwehorne
teuleger@wxs.nl


05 mrt 01 09:50

Deel: ' Kritiek op Nationaal Antennebeleid niet gehoord '




Lees ook