De Nederlandsche Bank NV
Afdeling Externe betrekkingen en voorlichting

18 maart 1999

Kwartaalbericht maart 1999

In haar op 18 maart verschenen Kwartaalbericht beschrijft de Nederlandsche Bank hoe de economische groei in de loop van 1998 in Nederland geleidelijk terugviel tot 3,1% bbp in het vierde kwartaal ten opzichte van dezelfde periode in het jaar daarvoor. Vergeleken bij de meeste andere landen in het eurogebied is dit nog altijd gunstig.

Met een inflatie van 0,8% (geharmoniseerde prijsindex) in december 1998 ten opzichte van een jaar eerder bevindt de prijsstijging in het eurogebied zich thans in de band van 0 tot 2% die het ESCB hanteert als definitie voor prijsstabiliteit. Alle beschikbare informatie in ogenschouw nemend, heeft de Raad van Bestuur van de ECB zijn eerdere beoordeling van de vooruitzichten op prijsstabiliteit tijdens zijn laatste vergadering bevestigd. Tegen deze achtergrond heeft de Raad van de ECB de refirente, die het belangrijkste monetaire tarief vormt, sinds de start van de muntunie ongewijzigd gelaten op 3%.

In dit Kwartaalbericht wordt tevens aandacht besteed aan de ontwikkeling van de huizenprijzen in Nederland. Gecorrigeerd voor inflatie ligt het niveau van de huizenprijzen eind 1998 nipt onder de top van 1978. Hierbij is echter sprake van een opwaartse vertekening, omdat ook rekening dient te worden gehouden met in de tussentijd opgetreden kwaliteitsverbeteringen van het gemiddelde huis en de toename van de gemiddelde omvang van huizen. Niettemin kunnen vraagtekens worden gezet bij het huidige tempo waarin de prijzen stijgen (in 1998 met 9,6%).

Deel: ' Kwartaalbericht Nederlandsche Bank '




Lees ook