Keywords:

./ Publications / LTB-regionaal / LandTuin1.html

LAND- EN TUINBOUW IN REGIONAAL PERSPECTIEF

Wat zijn de gevolgen van nieuw regionaal ruimtelijk beleid op de agrarische sector in een gebied? Wat is het belang van deze sector in de regio vanuit het landelijk perspectief? Wat is regionaal het economisch perspectief van de land- en tuinbouwbedrijven op langere termijn? Wat zijn de sterke en de zwakke kanten van de agrarische sector in de regio? Wat zijn de kansen en bedreigingen?

Om zorgvuldige en verantwoorde beleidsafwegingen te kunnen maken, is een goed inzicht in de huidige en toekomstige positie van de agrarische sector en de factoren die daarbij een rol spelen, onontbeerlijk. Dat is onder andere het geval als het gaat om planvoorbereiding en om de ontwikkeling van nieuw ruimtelijk beleid. Een geïntegreerde toekomstvisie kan dan wenselijk zijn.

Ruimtelijke veranderingen kunnen de positie en de functie van individuele bedrijven en van de land- en tuinbouw in een gebied ingrijpend beïnvloeden. Ook de bedrijfseconomische situatie, het nationaal milieubeleid, het landbouwbeleid van de Europese Unie en internationale handelspolitieke en economische ontwikkelingen kunnen een factor van betekenis zijn.

Ontwikkeling aantal bedrijven in Blokzijl-Vollenhove in 1990 en 1996

Modules

LEI-DLO heeft ten behoeve van het gebiedsgericht onderzoek verschillende keuzemogelijkheden ontwikkeld. In dit verband spreken wij over "modules". De modules worden in overleg met de opdrachtgever ingezet, afgestemd op de behoefte en de specifieke situatie in het onderzoeksgebied. De eerste twee modules geven inzicht in de huidige situatie ("sterktes en zwaktes"); de andere modules zijn meer toekomstgericht ("kansen en bedreigingen"). Er zijn per opdracht allerlei combinaties mogelijk, naargelang de wensen van de opdrachtgever. Voorzover gewenst kunnen bepaalde thema's of kernpunten uit de studie visueel worden weergegeven. De kosten van een gebiedsgericht onderzoek hangen af van de gekozen modules en de specifieke wensen.

Ontwikkelingen in de land- en tuinbouw

In deze module worden de huidige structuur van de land- en tuinbouw in de regio en de recente ontwikkelingen in beeld gebracht. Voor een belangrijk deel wordt hiervoor gebruikgemaakt van door LEI-DLO bewerkte gegevens van de jaarlijkse CBS-Landbouwtelling. Aan de orde komen onder andere: grondgebruik, bedrijven (inclusief onderverdeling in hoofd- en nevenbedrijven, bedrijfstype, -omvang en -oppervlakte), arbeidskrachten, eigendom-pachtverdeling en verkaveling. Een ander belangrijk aandachtspunt in de basismodule is de opvolgingssituatie in de regio. Zijn er relatief veel potentiële opvolgers of is er een groeiende tendens naar bedrijfsbeëindiging?

Om een goed beeld te krijgen van de sterke en zwakke kanten van de belangrijkste bedrijfstakken in het gebied wordt de situatie vergeleken met referentiegebieden.

Inkomenssituatie en financiële positie

De financiële positie bepaalt voor een groot deel het toekomstperspectief van de land- en tuinbouwbedrijven: is er financieringsruimte om te groeien en dus om te investeren? De module geeft inzicht in de inkomenssituatie en financiële positie.

Verdeling omvang sectoren in Noord-Brabant (%)

Voor het onderzoek wordt onder meer gebruikgemaakt van gegevens uit het Bedrijven-Informatienet van LEI-DLO. Dit Informatienet bevat de boekhouding en andere gegevens van 1.500 steekproefbedrijven die maatgevend zijn voor ruim 90% van de agrarische productie in de primaire land- en tuinbouw.

De bedrijfsanalyses hebben betrekking op de rentabiliteit (in hoeverre worden de kosten gedekt door opbrengsten?), het bedrijfsinkomen, de omvang van inkomsten uit niet-agrarische activiteiten, de bedrijfsbesparingen, de (terug)betalingscapaciteit, de verhouding tussen eigen en vreemd vermogen, zekerheden, enzovoort. Analyse per bedrijfstype en naar bedrijfsgrootte en leeftijdscategorie behoren tot de mogelijkheden. In de analyse kunnen ook eventueel beschikbare gegevens van banken en/of accountantskantoren worden betrokken.

Ruimtelijke ordening

In deze module worden de gevolgen van nationaal, provinciaal en gemeentelijk beleid bestudeerd. De centrale vraag hierbij is welke nieuwe kansen beleid voor de agrarische ondernemers schept en welke belemmeringen voor de bedrijfsontwikkeling worden opgeworpen. Bij de analyse wordt ook ingegaan op niet-agrarische ruimteclaims, zoals die voor natuurontwikkeling, woningbouw, bedrijventerreinen en infrastructuur.

Landbouw- en milieubeleid

In dit onderzoeksdeel wordt voor de belangrijkste sectoren de invloed van het internationale en nationale landbouwbeleid vertaald naar de regio. Voor grotere regio's en sectoren is er nog een apart door LEI-DLO ontwikkeld model voor de doorrekening van de effecten van voorgenomen internationaal beleid.

Milieubeleid (zoals mestwetgeving en gewasbeschermingsbeleid) heeft invloed op de agrarische bedrijfsvoering. In deze module worden de consequenties van dat beleid voor de agrarische bedrijven in de regio gekwantificeerd. De analyse verschaft onder meer inzicht in de grondbehoefte van de blijvers in verband met de mestwetgeving.

Visie uit de regio

Voor toekomstverkenningen is het belangrijk dat er inzicht verkregen wordt in wat er in de streek leeft. Deze module kan bestaan uit discussiebijeenkomsten, bedrijfsenquêtes en diepte-interviews. Een discussiegroep (doorgaans tien tot vijftien personen) kan bijvoorbeeld zijn samengesteld uit boeren of tuinders met een bepaalde specifieke bedrijfstype, maar ook uit vertegenwoordigers van de agribusiness, technisch en sociaal-economische voorlichters, relatiebeheerders van banken, accountants, coöperatiemedewerkers of inkopers van producten. Ook discussie in groepen van gemengde samenstelling is mogelijk. De conclusies uit de discussiebijeenkomsten worden verwerkt in de onderzoeksrapportage.

In bedrijfsenquêtes wordt de mening onderzocht van alle bedrijven in het studiegebied (of een steekproef daaruit) over specifieke onderwerpen. De onderzoeksresultaten kunnen worden gekoppeld aan de bedrijfsgegevens uit de CBS-Landbouwtelling. Met behulp van diepte-interviews wordt inzicht verkregen in wat er onder de ondernemers in de streek leeft en hoe wordt aangekeken tegen mogelijke veranderingen. De thema's en aandachtspunten voor de interviews worden vastgesteld in overleg met de opdrachtgever. Mogelijke onderwerpen voor diepte-interviews kunnen zijn: de ontwikkelingsmogelijkheden van het eigen bedrijf, de omgeving of een studiegebied en de belemmeringen daarin; particulier natuurbeheer, recreatie, neventakken en verbrede plattelandsontwikkeling.

Regionale SWOT

SWOT is de Engelse term (Strongnesses, Weaknesses, Opportunities, Threats) voor het in kaart brengen van de sterkten, zwakten, kansen en bedreigingen. In deze module worden ze voor de agrarische sector systematisch op een rij elkaar gezet. De SWOT-analyse wordt gemaakt op basis van de onderzoeksresultaten uit het structuurgedeelte, het bedrijfseconomische deel, de omgevingsfactoren (ruimtelijke ordening, milieu, nationaal en internationaal beleid) en de visies en meningen die uit de diepte-interviews en discussiebijeenkomsten naar voren zijn gekomen. De SWOT-analyse geeft beleids- en planvoorbereiders een helder inzicht in de regionale kansen en bedreigingen. De analyse biedt bovendien handvatten voor verbetering voor de agrarische sector.

Opvolgingspercentage bij bedrijfshoofden ouder dan 50 jaar

Toekomstige ontwikkelingen

Op basis van de uitkomsten van het onderzoek wordt een kwantitatief beeld geschetst van de landbouwkundige situatie in de streek over tien jaar. Dit betreft onder meer de ontwikkeling van het aantal bedrijven, het bedrijfstype, de verdeling van de bedrijfsoppervlakte en de bedrijfsomvang. De opvolgingssituatie en de leeftijdsverdeling van de bedrijfshoofden zijn hierbij een belangrijk gegeven. Ze bepalen grotendeels de vrijkomende productiecapaciteit en de groeimogelijkheden voor de blijvers. Op grond van deze informatie wordt inzicht verschaft in de inspanningen die het kost om grond te verwerven ten behoeve van niet-agrarische doeleinden.

Toekomstwijzer

Per bedrijfstype kan een toekomstwijzer worden gemaakt. In deze wijzer zijn zowel de resultaten van het onderzoek als de toekomstvisie van de agrarische ondernemers en deskundigen meegenomen bij het opstellen van scenario's. Er worden een optimistisch, een neutraal en een pessimistisch scenario geschetst van de omgevingsfactoren die van invloed zijn op het bedrijf. Belangrijke criteria zijn de opbrengstprijzen, de voerkosten, de rente, de grondprijs, productierechten en het milieubeleid. Met deze toekomstwijzer kan elke ondernemer met behulp van zijn eigen bedrijfsgegevens zijn huidige positie ten opzichte van collega's bepalen. De wijzer geeft suggesties voor verdere optimalisering van de bedrijfsstrategie.

Andere mogelijkheden

Nevenactiviteiten De aanwezigheid van nevenactiviteiten is medebepalend voor het toekomstperspectief van agrarische bedrijven, maar heeft ook invloed op bijvoorbeeld de economische potentie van een streek. In deze module wordt de aanwezigheid van nevenactiviteiten op bedrijven nader onderzocht. Het kunnen zowel bedrijfsgebonden activiteiten (zoals recreatie) zijn als niet-agrarische.

Agrocomplex Het onderzoek kan, indien gewenst, worden uitgebreid richting ketens, agribusiness, recreatie en verbrede plattelandsontwikkeling.

Bedrijven in specifieke situaties In deze onderzoeksmodule gaat de aandacht uit naar de situatie van agrarische bedrijven in bijvoorbeeld de bebouwde kom, nabij stadsranden en in en nabij natuurgebieden of beheersgebieden.

Krachtenveldanalyse Dit onderzoeksdeel analyseert het bestuurlijk krachtenveld in het studiegebied.

Bevolking en werkgelegenheid Deze module heeft betrekking op de demografische ontwikkeling, de bronnen van bestaan en de werkgelegenheid in het betreffend onderzoeksgebied.

Bodemkundige en waterhuishoudkundige situatie In deze module worden de natuurlijke productieomstandigheden (inclusief lokale klimatologische omstandigheden) nader belicht.

Andere functies in het landelijk gebied Ten behoeve van regionale ontwikkeling wordt onderzoek gedaan naar andere, niet-agrarische functies (wonen, werken, natuur en recreatie) in de regio (bestaande gegevens, enquêtes, diepte-interviews). De meningen van bijvoorbeeld bewoners, recreanten en recreatieondernemers zijn van belang bij de inrichting en het beheer van het landelijk gebied en kunnen de ontwikkelingen in de land- en tuinbouw beïnvloeden.

De vorming en aanwending van het gezinsinkomen op veehouderijbedrijven in de Noordoost-Achterhoek (boekjaar 1994/95)

Welke gegevensbronnen en methoden? * CBS-Landbouwtelling * Bedrijven-Informatienet van LEI-DLO * analysemodellen binnen LEI-DLO * enquêtes, interviews, discussiebijeenkomsten * Geographic Information Systems (GIS)

Verspreiding onderzoeksresultaten

LEI-DLO kan de opdrachtgevers ook behulpzaam zijn bij de verspreiding van de onderzoeksgegevens. Tot de mogelijkheden behoren onder andere:

* Publicatie via LEI-DLO * Bulletin, brochure of folder * Persbericht * Lezingen, discussiebijeenkomsten

Nadere informatie

Voor meer informatie of een vrijblijvend gesprek kunt u contact opnemen met:

Ir. P.J. Rijk Telefoon: 070-3308336 E-mail: p.j.rijk@lei.dlo.nl

Ing. B.J. van der Sluis Telefoon: 070-3308232 E-mail:b.j.vandersluis@lei.dlo.nl

Drs. G.S. Venema Telefoon: 070-3308323 E-mail: g.s.venema@lei.dlo.nl

Uitgevoerde onderzoeksopdrachten in de periode 1995/98

26 april 1999

Deel: ' Land- en tuinbouw in regionaal perspectief '




Lees ook