VSNU

18 februari 1999

Nieuwe beoordelingsmethode toont aan:
Landbouwonderzoek goed bruikbaar in de praktijk

Op 22 februari overhandigt de beoordelingscommissie Agricultural Sciences (Landbouwwetenschappen) haar bevindingen aan de voorzitter van de Vereniging van Universiteiten (VSNU) prof. drs. M.H. Meijerink. De twaalf beoordeelde onderzoeksprogramma's van de Landbouwuniversiteit Wageningen (LUW) scoren over het algemeen voldoende tot zeer goed. Een bijzonder element in het onderzoek is dat er ook gekeken is naar de maatschappelijke relevantie van de onderzoeksprogramma's. Over het algemeen blijkt die zeker aanwezig te zijn.

De onderzoeksprogramma's die zijn beoordeeld, bevinden zich voornamelijk op de gebieden plantaardige productie-ecologie en het beheer van bodem en water.
Een onafhankelijk adviesbureau heeft onderzocht of de programma's verbanden hebben met onder meer maatschappelijke organisaties, de landbouwsector en industrie. Daarbij is gekeken naar economische perspectieven, sociale acceptatie en milieurisico's. Het onderzoek liet zien dat de programma's in het algemeen goed gebruikt worden in de praktijk.

Uiteraard zijn ook de wetenschappelijke kanten van de programma's onderzocht. De onderzoekscommissie was zeer te spreken over de kwaliteit, productiviteit en relevantie van de onderzoeksprogramma's. Deze aspecten hebben zeker de internationale toets doorstaan. Aan de kennisontwikkeling in de landbouwwetenschappen zijn belangrijke bijdragen geleverd, aldus de commissie. Bovendien was de commissie onder de indruk van de continue verbreding van de onderzoeksagenda, de laatste vijf jaar. De meeste programma's houden zich bovendien nadrukkelijk bezig met het evenwicht tussen agrarische productiviteit, kwaliteit van het milieu en het behouden van natuurlijke bronnen, zowel in nationaal als internationaal verband.

Het viel de commissie op dat er een samenhang bestaat tussen de kwaliteit van de programma's en de continuïteit in leidinggevende posities. Ook het aantal promovendi per programma speelt daarbij een bepalende rol. Vijf van de twaalf programma's kenden een uitstekende onderzoekskwaliteit, productiviteit en relevantie. Deze programma's kenmerken zich door stabiel leiderschap en een groot aantal AIO- en OIO-posities. Bovendien gingen ze met een consistente stroom van dissertaties en publicaties van hoog niveau gepaard. Minder goede programma's kenden juist meer wisselingen in de leidinggevende posities of kenmerkten zich door een kleiner aantal onderzoekers. Juist om dit verband tussen de prestaties van onderzoeksprogramma's en de continuïteit van leiderschap, ziet de commissie heil in het samenvoegen van meerdere onderzoeksprogramma's. Dit zou de kwetsbaarheid verminderen.

Het beste scoorde theoretische productie-ecologie. Aan dit grote onderzoeksprogramma zijn prominente leiders verbonden wier werk internationaal goed staat aangeschreven. De onderzoeksgroep heeft bovendien goede contacten met internationale programma's, zo blijkt uit een groot aantal gezamenlijke publicaties. Sowieso is de productie van publicaties en meer toegankelijk werk (zoals software en trainingmodules) bij deze groep groot en van hoge kwaliteit.

Over het algemeen kan gezegd worden dat de onderzoeksprogramma's niet alleen goede resultaten hebben laten zien op wetenschappelijk, maar ook maatschappelijk terrein.


Deel: ' Landbouwonderzoek goed bruikbaar in de praktijk '




Lees ook