VLAAMS MINISTER VAN WELZIJN, GEZONDHEID EN GELIJKE KANSEN

MINISTER MIEKE VOGELS

VLAAMS MINISTER VAN ONDERWIJS EN VORMING

MINISTER MARLEEN VANDERPOORTEN

23 februari 2000

Een drugbeleid op school

Leerlingenbevraging in het kader van een drugbeleid op school: resultaten van de periode januari - juni 1999

Een decennium geleden was het onderwerp 'drugs op school' nog een taboe in Vlaanderen. Ondertussen is er heel wat veranderd. Scholen zijn beginnen investeren in een degelijk drugbeleid en pakken hiermee ook graag uit: een drugbeleid als garantie voor kwaliteit. Vaak werken ze hiervoor samen met PMS, MST of een preventiewerker.

De leerlingenbevraging is opgezet om de scholen de mogelijkheid te bieden om hun drugbeleid te evalueren aan de hand van wat de leerlingen zelf ervan vinden. De scholen krijgen elk hun eigen rapport met inclusief bruikbare tips om ermee aan de slag te gaan.Door de resultaten terug te spelen naar de leerlingen en de ouders, stelt de school het thema bespreekbaar. Hoewel de bevraging in de eerste plaats voor de scholen is bedoeld, worden de gegevens per half jaar ook gebundeld in een syntheserapport. In de periode januari-juni '99 werden 47.657 leerlingen bevraagd in 104 Vlaamse scholen van het eerste tot en met het zesde jaar in alle onderwijsvormen. (Il)legale drugs maken inherent deel uit van onze maatschappij. 43% van alle bevraagde jongeren heeft het jaar voor de bevraging gerookt, 71% heeft medicatie genomen, 81% heeft alcohol gedronken en 23% heeft illegale drugs (lees: cannabis) gebruikt. Het gebruik van al die middelen neemt toe met de leeftijd, waarbij de grootste stijging zich voordoet van de eerste naar de tweede graad. Driekwart van de jongeren ouder dan 15 jaar komt al eens op een plaats waar illegale drugs worden gebruikt. Het al dan niet aan illegale drugs geraken speelt slechts een onbeduidende rol bij de beslissing om illegale drugs te gebruiken. Men kan er zijn kinderen m.a.w. niet van afschermen. Preventie betekent bijgevolg dat het erop aankomt hen aan te leren hoe ze met dergelijke situaties kunnen omgaan door hen hiervoor de nodige sociale en persoonlijke vaardigheden bij te brengen. De omgeving van de jongere (familie, vrienden, school) speelt hierbij een cruciale rol.
Het gezin vormt een belangrijke referentie voor de jongere. Jongeren beschouwen hun ouders als vertrouwensfiguren. Een open sfeer thuis, die toelaat dat de verschillende leden van het gezin met elkaar kunnen praten over drugs (en over andere gevoelige onderwerpen die jongeren bezighouden), is belangrijk. Het is daarom nuttig dat ouders goed geïnformeerd zijn, dat ze oog hebben voor jongeren die problemen hebben en dat ze weten hoe ze ermee kunnen omspringen.
Tijdens de adolescentie wordt de band met leeftijdsgenoten ('peers') ook hechter. Preventie-activiteiten moeten ook toegespitst worden op de attitudes die jongeren tegenover elkaar hebben. Jongeren die geen illegale drugs gebruiken kijken namelijk wat neer op jongeren die dit wel doen en omgekeerd. Tenslotte hebben de jongeren ook op school nood aan een open klimaat waar ze over onderwerpen kunnen praten die hen bezighouden. Ze voelen deze behoefte zeer bewust aan, want meer dan de helft van de jongeren vindt dat hun leerkrachten te weinig met hen babbelen. Bijna de helft vindt bovendien het thema ' drugs' onvoldoende bespreekbaar op school. De klas, waar de jongeren zoveel tijd doorbrengen, is nochtans een uitgelezen plaats om zich elementaire persoonlijke, communicatieve en sociale vaardigheden eigen te maken.
Ook de media hebben een niet te onderschatten rol op de communicatie over drugs tussen jongeren en hun ouders, tussen jongeren en andere volwassenen en tussen jongeren onderling. In de media wordt vaak een sensationeel beeld opgehangen over drugs. Wanneer mensen met deze beelden in het achterhoofd proberen een gesprek aan te gaan over drugs, wordt het vaak heel moeilijk om hierover op een open en niet-veroordelende manier te praten. Jongeren voelen zich onbegrepen, bedrogen ook, want hun ervaring komt niet overeen met waarvoor volwassenen hen proberen te waarschuwen. Dergelijke communicatie kan al gauw een averechts effect ressorteren. Drugpreventie is dus een gedeelde verantwoordelijkheid van iedereen.

info :
Hilde Kinable, stafmedewerkster VAD, Vereniging voor Alcohol- en andere Drugproblemen - tel (02) 423 03 33

Sylvie Fabré, woordvoerster van minister Vogels tel. (02) 553 24 11

Nic Vandermarliere, woordvoerder van minister Vanderpoorten tel. (02) 553 99 11

Deel: ' Leerlingenbevraging Drugbeleid op Vlaamse scholen '




Lees ook