De Nederlandsche Bank NV
Afdeling Externe betrekkingen en voorlichting

Amsterdam en de euro: nieuwe ronde, nieuwe kansen

De gevolgen van EMU voor het financiële bestel en de toekomst van Amsterdam als financieel centrum

Lezing door dr A.H.E.M. Wellink, President van de Nederlandsche Bank, tijdens de bijeenkomst ´Amsterdamse economie: kennis van structuur in perspectief´ van de Kenniskring Amsterdam en de Stichting Amsterdamse Economische Verkenningen op dinsdag 6 juli 1999 te Amsterdam.

Inleiding
Wat betekent de euro voor u persoonlijk als deelgenoot in de Amsterdamse economie? De vraag lijkt zo simpel als de bekende boodschap uit de serie Postbus 51. Toch moet ik u een antwoord schuldig blijven. De directe invloed van de euro hangt sterk af van de sector waarin u actief bent. Zo zal het perspectief van de kleine detaillist zich voornamelijk concentreren op de initiële kosten van invoering, terwijl een expediteur directe baten heeft bij het wegvallen van wisselkoersrisico´s en de potentiële toename van de handel. In het algemeen draagt EMU bij tot een stabiele monetaire omgeving met een lage inflatie. Dit biedt voor u allen een stevig fundament voor succesvol ondernemersschap. Het bedrijfsleven spreekt echter ook van bedreigingen, die met name voortkomen uit toenemende concurrentie. Dat is begrijpelijk. Inderdaad zal op termijn een exporteur markttechnische prijsverschillen niet meer achter een wisselkoers kunnen verbergen. Verscherpte concurrentie leidt met name voor gestandaardiseerde producten tot prijsdalingen. De eerste zes maanden van het bestaan van de euro hebben reeds aangetoond dat de consument aanzienlijk zal profiteren van een dalend prijspeil. Amsterdam maakt echter onderdeel uit van een relatief open economie en heeft een sterke exportpositie, wat wijst op een groot concurrentievermogen. Niet voor niets wordt de groei in onder andere de chemische industrie en de metaal vooral door export bepaald. Dit geldt zo mogelijk nog meer voor de groothandel en de transportsector (Schiphol). De handelspartners in het eurogebied, waar ongeveer tweederde van de Amsterdamse export naar toe gaat, hoeven zich niet meer tegen wisselkoersschommelingen in te dekken. Daarbij kunnen importeurs tegen lagere prijzen inkopen. Naarmate het gebruik van de euro verder inburgert, zal ook het toerisme en het zakenverkeer een sterke impuls krijgen. Het feit dat de consumptie van buitenlanders in Amsterdam reeds jaren bovengemiddeld groeit, stemt daarbij hoopvol.

Tot slot zal Amsterdam kunnen profiteren van het proces van globalisering en clustering, dat door de EMU in een stroomversnelling is geraakt. Met behulp van de euro zal de interne markt uitgroeien tot een grote en uniforme markt, waar schaalvoordelen ten volle kunnen worden benut. Het proces van bedrijfsconcentraties is reeds in volle gang. Ik hoef alleen maar te wijzen op de fusieplannen van Hoogovens en British Steel. Clustering komt echter ook tot stand door middel van geografische concentraties. Hier is dus aan Amsterdam de taak om zo aantrekkelijk mogelijk voor de dag te komen. En de regio heeft als vestigingsplaats veel te bieden, bijvoorbeeld op het gebied van infrastructuur en human capital. Daarbij is de uitstraling van een dergelijke clustering op de rest van de Amsterdamse economie van grote waarde. Denk alleen al aan de kansen voor de zakelijke dienstverlening en de bouwsector. Een en ander zal een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan de groei van de werkgelegenheid in de regio Amsterdam.

Om tegemoet te komen aan de verscheidenheid van mijn publiek heb ik deze inleiding vooral gebruikt om een korte impressie te geven van de betekenis van de euro voor het Amsterdamse bedrijfsleven. In het verlengde van deze analyse zou ik nu graag wat dieper willen ingaan op de betekenis van de EMU voor één specifieke sector waarbij de Nederlandsche Bank nauw betrokken is: Amsterdam als financieel centrum. Mijn toekomstvisie zal zich vooral richten op de gevolgen van de euro voor het bankwezen en de beurs. Vervolgens zal ik nog iets zeggen over de positie van de Nederlandsche Bank zelf.

Bankwezen
Door het proces van globalisering heeft het werkterrein van het commerciële bankwezen zich reeds tot ver over de grenzen uitgebreid. De muntunie versterkt en versnelt dit proces, waardoor de concurrentie op de thuismarkt verscherpt en de winstmarges verkrappen. Daarnaast heeft de euro tot een blijvende inkomstenderving op het gebied van de valutahandel gezorgd en lopen banken provisie-inkomsten mis uit het omwisselen van EMU-valuta´s en het afdekken van wisselkoersrisico´s. Naarmate de Europese kapitaalmarkt aan diepte en liquiditeit wint, zullen meer bedrijven overstappen van traditionele bankleningen naar directe financiering op de kapitaalmarkt. Zo heeft de uitgifte van bedrijfsobligaties alleen al een explosieve groei doorgemaakt in de eerste helft van dit jaar. Kort gezegd: de concurrentie neemt toe, terwijl het aantal activiteiten juist lijkt af te nemen. Dit zou voor de Nederlandse banken slecht nieuws betekenen.

Toch is het toekomstbeeld niet zo negatief. De ontwikkeling van een pan-Europese kapitaalmarkt biedt de banksector nieuwe kansen en een groter speelveld. Zo kunnen banken op het gebied van het wholesale bedrijf hun diensten uitbreiden. Dit betekent bijvoorbeeld dat zij het pan-Europese betalingsverkeer en risicomanagement van grote ondernemingen kunnen gaan verzorgen (goed voorbeeld: ABN Amro). Daarnaast doen zich mogelijkheden voor op het terrein van corporate finance oftewel het verzorgen van de financiering van bedrijven. Te denken valt aan het begeleiden van het enorme potentieel aan middelgrote ondernemingen op de Europese kapitaalmarkt. Ook doen zich kansen voor op het gebied van investment banking (het participeren in de financiering van bedrijven) en asset management (vermogensbeheer).

Tot slot heeft het eerder genoemde proces van clustering nergens zo sterk haar intrede gedaan als in de bankwereld. Het aantal fusies en overnames in Europa neemt in sneltreinvaart toe. Deze consolidatie vindt vooral binnen de landsgrenzen plaats. In Nederland hebben de banken dit horizontale integratieproces reeds eerder doorlopen en zich een stevige positie verworven op de thuismarkt. Gemeten naar de activa van de 5 grootste kredietinstellingen, heeft Nederland een marktconcentratie van bijna 80%. Daarmee kent Nederland de sterkst geconcentreerde markt in het eurogebied, op de voet gevolgd door Finland en Portugal. De Nederlandse banken richten zich meer dan in het verleden op grensoverschrijdende overnames om zich een goede positie in het eurogebied en daarbuiten te verwerven. Binnen Europa hebben zich dit soort fusies tot nu toe alleen in de Benelux en Scandinavië voorgedaan. Daarnaast hebben de vier grote banken zich inmiddels ontwikkeld tot financiële instellingen met een breed aanbod van financiële diensten. Met de ontwikkeling van de Europese kapitaalmarkt valt voor deze banken veel groei te halen uit niet-bancaire activiteiten als beleggingen en verzekeringen. Dit proces is nog niet afgerond, zoals recentelijk weer bleek met de overname van de Nationale Investeringsbank door de pensioenfondsen ABP en PGGM. Uiteindelijk zal de verdere integratie van het bankwezen in Europa sterk afhangen van de mate waarin fiscale en andere regelgeving wordt geharmoniseerd. Momenteel zijn er nog grote verschillen tussen de landen op het gebied van belastingen, het toezichtsregime en de juridische grondslag van specifieke financiële producten en contracten. Ongetwijfeld zullen deze verschillen onder druk van de markt afnemen. Vervolgens is een scenario denkbaar waarin een beperkt aantal grote banken zich binnen Europa richt op de homogene markt voor valuta- en renteproducten, terwijl een groot aantal kredietinstellingen zich specialiseren in specifieke dienstverlening op bijvoorbeeld regionaal niveau.

Ondanks toenemende concurrentie heeft de Nederlandse banksector naar mijn mening uiteindelijk veel te winnen. Ze steunt op een sterke thuisbasis en een rijke traditie van liberalisatie, financiële innovatie en integratie. In tegenstelling tot de relatief gesloten markten van de grote landen in het eurogebied, heeft de rationalisatie in Nederland al eerder plaatsgevonden. Dit blijkt onder andere uit het feit dat zowel het aantal bankkantoren als het aantal bankemployees per 1000 inwoners in Nederland onder het gewogen gemiddelde van het eurogebied liggen. In die zin ben ik dan ook positief gestemd over de kansen en vooruitzichten voor het bankwezen als onderdeel van Amsterdam als financieel centrum. Wel zal de werkgelegenheid zich in toenemende mate concentreren op de zogenaamde front-office activiteiten, de individuele advisering van klanten. Back-office activiteiten als de afwikkeling van transacties zullen steeds meer door de techniek worden overgenomen. Praktisch gezien betekent dit dat de vraag naar op maat gesneden financiële expertise op de Amsterdamse arbeidsmarkt nog verder zal toenemen. Dat is zeker het geval als dergelijke front-office activiteiten met behulp van moderne media verder worden gecentraliseerd.

AEX.
De aanwezigheid van banken en andere financiële marktspelers in Amsterdam is nauw verbonden met het succes van de Amsterdamse beurs, de AEX. Zo blijken steeds meer buitenlandse banken zich in Amsterdam te vestigen met als een van de belangrijkste beweegredenen om de Nederlandse aandelenmarkt van dichtbij te kunnen volgen. Daarbij gaat de interesse ook uit naar de minder bekende kleinere beursfondsen, de smallcaps en midcaps. Nederland wordt niet alleen gezien als interessant beleggingsland (bv door Amerikanen), maar de aanwezige pensioenfondsen vormen bovendien een aantrekkelijke afzetmarkt voor beleggingsproducten. Daarnaast biedt het Nederlandse bedrijfsleven veel mogelijkheden voor corporate finance. Ten slotte waarderen buitenlandse instellingen het Amsterdamse zakenklimaat dat bekent staat om de kwaliteit en flexibiliteit van het personeel, de lage taalbarrière, de liberale inslag (shareholder value) en de goede fysieke (Schiphol) en technische infrastructuur. Deze motivatie zegt veel over de rol die de AEX in Europa zou kunnen vervullen, nu de introductie van de euro de ontwikkeling van een pan-Europese beurs in sneltreinvaart dichterbij brengt. Ongetwijfeld heeft de heer Möller in zijn werkgroep hier al het een en ander over gezegd, maar ter wille van de plenaire zitting zal ik deze rol kort toelichten.

Helaas heeft de Amsterdamse financiële markt te weinig kritieke massa om een centrale rol te kunnen opeisen in het geweld van de Europese beursfusie. Toch neemt de AEX onder de kleine beurzen een unieke positie in en biedt de aanwezigheid van institutionele beleggers een solide basis voor beursactiviteiten. Daarbij doen zich verscheidenene mogelijkheden voor die Amsterdam in de nabije toekomst zou kunnen aangrijpen. Bij gebrek aan grote beursfondsen zou de AEX zich verder kunnen specialiseren in een niche markt voor smallcap en midcap. Aangezien de Europese aandelenmarkt zich naar alle waarschijnlijkheid zal ontwikkelen tot een sector specifieke markt, behoort een verdere specialisatie op sectorniveau tot de mogelijkheden. Daarbij kan de AEX mogelijk anticiperen op de verdere ontwikkeling van elektronische handelssystemen en de dislocatie van beursnotering en emittent. Een en ander zou de positie van de AEX in bijvoorbeeld EURO.NM [de electronische aandelenmarkt voor nieuwe, snel groeiende ondernemingen] kunnen versterken. De rol van de AEX zou zich echter geenszins tot Europa hoeven beperken. Daar waar de meeste Europese beurzen zich naar binnen richten, kan de AEX mogelijk voordeel halen uit nauwere banden met Amerikaanse beurzen. Gebruik makend van haar Angelsaksische inslag zou zij als transatlantisch bruggenhoofd voor Amerikaanse bedrijven in het eurogebied kunnen fungeren. Naar schatting zal het volume van de Europese handel in bedrijfsobligaties in de komende vijf jaar verdubbelen en in aandelen zelfs verdrievoudigen. Voor een dergelijke groei in grensoverschrijdende transacties is een efficiënt clearing en settlement systeem van cruciaal belang. De AEX zou hier met haar kwalitatief hoogwaardige systeem een belangrijke rol kunnen vervullen. Veel hangt echter af van de positionering van de belangrijkste concurrenten Euroclear en Cedel, die meer internationaal zijn georiënteerd. (hubs & spokes model, alliantie Cedel-Deutsche Borse Clearing-Sicovam-AEX). Een sterke positie van de AEX in de clearing en settlement van de Europese aandelenhandel zal niet alleen voor extra omzet zorgen, maar bovendien bijdragen tot een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor financiële instellingen in Amsterdam.

DNB
U weet dat centrale bankiers bekend staan als bescheiden en nuchtere mensen. Ik kan dan ook zonder enige schroom stellen dat een analyse van Amsterdam als financieel centrum niet compleet zou zijn zonder iets te zeggen over de positie van de Nederlandsche Bank. Niet alleen is zij mede-verantwoordelijk voor het uitvoeren van het Europese monetair beleid en is zij toezichthouder op het bankwezen, maar de centrale bank van Nederland draagt tevens op vele manieren direct bij aan de Amsterdamse economie. De Bank telt bijna 1800 medewerkers die veelal hun domicilie in de regio Amsterdam hebben. Daarnaast verleent de Bank specifieke diensten aan het financiële bestel. Zo hebben wij begin dit jaar de afwikkeling van de grote effectentransacties op de AEX overgenomen. Ook de relatie tussen de centrale bank en de commerciële banken blijft gehandhaafd, want het accent binnen het eurosysteem ligt op decentrale uitvoering. Zo ziet de Nederlandsche Bank toe op de naleving van de kasreserveverplichting en kunnen Nederlandse banken bij ons terecht voor het verkrijgen van bankkrediet. Daarnaast blijft de Bank verantwoordelijk voor het beheer van het niet aan de ECB overgedragen deel van de goud- en deviezenvoorraad en de nationale betalingssystemen. De uitgifte van munten en bankbiljetten zal uiteraard decentraal blijven plaatsvinden alsook het vergaren van de nodige nationale monetaire statistieken.

Het bedrijfseconomisch toezicht op het bankwezen is een nationale aangelegenheid gebleven. Dit is een omvangrijke taak voor de Nederlandsche Bank, niet in de laatste plaats door de eerder genoemde processen van globalisering en marktconcentratie. Het toezicht is in belangrijke mate zowel grens- als sectoroverschrijdend geworden. Niet voor niets zijn de toezichtsactiviteiten van de Bank geïntensiveerd en is het aantal medewerkers op de betreffende afdeling recentelijk flink uitgebreid. De Bank toetst onder andere de betrouwbaarheid van bestuurders en voert regelmatig onderzoek uit bij kredietinstellingen in binnen- en buitenland. Momenteel is de Bank bezig met de opzet van een speciale unit die consumentenzaken zal gaan behartigen. Deze unit zal toezien op een betere voorlichting van banken en beleggingsinstellingen over de uiteenlopende financiële producten die zij op de markt aanbieden. Ook zal zij een doelmatige klachtenafhandeling door de instellingen bevorderen en zelf actief voorlichting geven aan het publiek.

Tot slot houdt de Nederlandsche Bank in haar beleid in grote mate rekening met het belang van Amsterdam als financieel centrum. Al in een vroeg stadium hebben wij onderkend dat de ontwikkeling van grootbanken in Nederland van cruciaal belang was voor de levensvatbaarheid van de Nederlandse financiële sector. Tegelijkertijd bleek een dergelijke marktconcentratie mogelijk zonder daarmee de positie van de consument op de Nederlandse markt aan te tasten. Uiteindelijk heeft de ontwikkeling van de grootbanken de positie van Nederland als financiële wereldspeler bepaald. En Nederland geldt internationaal nog steeds als speler van formaat, onder meer tot uiting komend in het verzoek van de G7 om samen met 3 anderen te participeren in het Financiële Stabiliteitsforum. Dit Forum heeft een bijzonder breed mandaat dat gericht is op de verbetering van de stabiliteit van de internationale financiële markten. Het zal een centrale rol gaan vervullen in het ontdekken en voorkomen van crises in het internationale financiële systeem. Het feit dat Nederland samen met de G7 en Singapore, Hong Kong en Australië in dit Forum vertegenwoordigd zal zijn, zegt veel over de erkenning die Nederland of beter gezegd Amsterdam als financieel centrum geniet.

Slot
Zoals u waarschijnlijk heeft gemerkt, is mijn toekomstvisie over Amsterdam in het eurogebied doorspekt van optimisme. Dit optimisme is óprecht en térecht. Of we nu spreken over de banken, de effectenbeurs, de Nederlandsche Bank of het bedrijfsleven; over het algemeen is de positie en de kwaliteit dusdanig dat bedreigingen in de vorm van concurrentie niet opwegen tegen de geboden kansen. Aan de volledige benutting van deze kansen is echter wel een belangrijke voorwaarde verbonden. Namelijk dat alle partijen onder dezelfde condities aan de markt of het eurosysteem kunnen deelnemen. Ik hoef alleen maar te wijzen op de Europese problematiek rond belastingconcurrentie, verkapte staatssteun aan het bedrijfsleven en de moeizame liberalisatie van beschermde sectoren. De verbetering van het level playing field is zowel een centrale als decentrale verantwoordelijkheid. Aan de ene kant betreft dit de Europese Commissie en voor het eurosysteem de Europese Centrale Bank, aan de andere kant de nationale autoriteiten. Ook DNB houdt in het belang van het Nederlandse financiële bestel een scherp oog op het level playing field. Hierbij valt te denken aan de implementatie van het monetaire instrumentarium in het eurosysteem, maar ook aan advisering op het gebied van financieel beleid en wetgeving.

Laat ik mijn betoog afronden met een toekomstbeeld van deze stad. Naar aanleiding van de fusie van British Steel en Hoogovens schreef Menno Tamminga in het NRC-Handelsblad dat Nederland zich wel eens zou kunnen ontwikkelen tot het Manhattan van Europa. Een bundeling van hoofdzakelijk dienstverlenende bedrijven als ABN Amro, ING, Aegon, Randstad, Getronics, Vedior en Ahold die met een agressief overnamebeleid hun positie consolideren, gevolgd door een groep van kleinere, hoofdzakelijk industriële spelers (zoals Hoogovens) die ten prooi vallen aan buitenlandse ondernemingen. Deze toekomstvisie gaat mijns inziens wat te ver, aangezien ze voorbij gaat aan het enorme potentieel aan innovatieve en dynamische ondernemingen, die zelfstandig hun weg zullen kunnen vinden [big is not necessarily beautiful]. Desalniettemin is het belang van de dienstensector voor de Nederlandse economie aanzienlijk en dat geldt zeker voor Amsterdam. Niet voor niets zijn de eerder genoemde bedrijven allen goed vertegenwoordigd in deze stad. Wanneer we daarbij een financieel centrum voegen dat weliswaar geen hart van Europa zal zijn, maar toch een aantrekkelijke rol kan vervullen, dan is inderdaad een scenario denkbaar waarin Amsterdam uitgroeit tot het Manhattan van Europa. Is dit een aantrekkelijk vooruitzicht? Het oordeel laat ik gaarne aan u over!

Deel: ' Lezing Nederlandsche Bank over Amsterdam en de euro '




Lees ook