LEZING OVER JUGENDSTILL EN ART DECO IN DE BATIKTECHNIEK

De zevende lezing in een serie lezingen naar aanleiding van een actueel onderwerp.

Lezing over Jugenstill en Art Deco in de batiktechniek door Kunsthistorica Mechteld de Bois in de Vrije Akademie Westvest op vrijdag 21 mei 1999 van 20.00 tot 22.00 uur, toegangsprijs ƒ 15,--. In 1991 organiseerde Mechteld de Bois een grote tentoonstelling over batikken in het Textiel-museum in Tilburg.

De Batiktechniek wordt van oudsher beoefend op Java en Madoera en berust op een zeer tijd-rovend en uiterst bewerkelijk procédé. Batikken is een uitsparingstechniek, waarbij het ontwerp in warme was op het te versieren katoendoek wordt aangebracht met behulp van een tjanting (een koperen wasreservoir). Door onderdompeling in koude verfbaden hecht de kleur zich aan het weefsel op die plaatsen waar geen was is opgebracht. De stof wordt door en door geverfd, zodat het patroon na de bewerking zowel aan de voor- als aan de achterzijde zichtbaar is. Batiks zijn van oudsher bijna uitsluitend gebruikt als kledingstuk.

BATIK EN DE NIEUWE KUNST (JUGENDSTILL 1890-1910).
De batik heeft tegen het einde van de 19e eeuw in Nederland een baanbrekende rol gespeeld bij het ontstaan van een nieuwe stijl in de decoratieve kunsten.
De kunstenaars die de vernieuwingsbeweging rond 1900 hebben ingeluid, voelden zich sterk aangetrokken door de exotische versiertechniek. Hiertoe behoren o.a. Chris Lebeau (1878-1945), W.A. Kort (1880-1957) en Bertha Bake (1881-1957). De batiktechniek is door hen niet alleen overgenomen, maar ook verder ontwikkeld. Ze zijn daarbij gekomen tot een geheel eigen vormentaal die in geen enkel opzicht meer herinnert aan de Javaanse batikkunst. Met zijn batik-productie heeft ons land een geheel eigen bijdrage geleverd aan de internationale stijlbeweging van de Art Nouveau.

BATIK EN ART DECO (ca. 1910-1930).
Na 1910 heeft de Nederlandse batikkunst een tijd van betrekkelijke stilstand doorgemaakt. De meeste Art Nouveau-kunstenaars hadden het batikken inmiddels alweer opgegeven. Vanaf 1915 wordt de batikkunst weer wat intensiever beoefend en in de jaren 20 tot een nieuw hoogtepunt gebracht. Hiervoor zijn, behalve de leerlingen en navolgers van de eerste generatie batik-kunstenaars, ook diverse jonge kunstnijveraars, waaronder Ragnhild d*Ailly, verantwoordelijk geweest. Het Nederlandse Batikwerk van de twintiger jaren laat zich vooral typeren door een enorme diversiteit in stijl, onderwerp en techniek. Doorgaans worden al deze sierkunstige uitingen aangeduid met de term Art Deco.

Zoekwoorden:

Deel: ' Lezing over batiktechniek in Vrije Akademie Westvest Delft '




Lees ook