Rijksvoorlichtingsdienst
Het Koninklijk Huis


01/10/01 Hoofdpunten van de lezing van Prinses Margriet tijdens Algemene Ledenvergadering van Nederlandse Bond van Plattelandsvrouwen te Amersfoort, 1 oktober 2001

Deze dag staat in het teken van een vraagstelling: Vrijwilligerswerk, wat bezielt je? Mag ik U vragen: wie doet er van U vrijwilligerswerk???

Vandaag zijn er onder ons hier in de De Flint héél veel vrijwilligers.

Het is eigenlijk spreken voor eigen parochie, als ik zo Uw website heb bekeken: Uw organisatie draait op vrijwilligers! Deze dag is uitgesteld vanwege de MKZ crisis. Die ligt ons nog vers in het geheugen. Het heeft ons duidelijk gemaakt hoe kwetsbaar wij zijn. Van de ene dag op de andere worden onze zekerheden weggeslagen, zijn wij kwetsbaar, op hulp aangewezen.

Ook de recente dramatische gebeurtenissen in de VS doen ons dat wel heel indringend beseffen. Het verband met het Rode Kruis in crisis-situaties ligt voor de hand. Het Rode Kruis staat immers ten diepste voor het handhaven ofwel het beschermen van de integriteit van elk mens, voor het onvervreemdbare recht om te leven, voor het respect voor ieder mens.
De aanwezigheid van het Rode Kruis in de brandhaarden van deze wereld is van groot belang. Daar zal ik het in mijn voordracht vooral over hebben. Maar laat ik U toch nog enige informatie geven over het zgn. gewone werk. Het werk wat wij hier om de hoek doen. Misschien hebt u de afgelopen tijd enige van onze spotjes: Hoezo? en : het Rode Kruis helpt, onvoorwaardelijkgezien.
In ons land kent u ons. Maar ik vermoed dat U enkele van onze activiteiten niet kent; wél:

* hoe wij actief zijn bij grote evenementen (sportwedstrijden) en opvang en verzorging bieden bij rampen zoals Enschede en Volendam, maar ook gestrande reizigers op Schiphol vanwege de aanslagen in de VS; 650.000 zgn. mensuren per jaar;

minder in beeld zijn wij bij:

* thuishulp

* aangepaste vakanties voor gehandicapten en langdurig zieken in onze huizen de Valkenberg en IJsselvliet en op ons schip de Henri Dunant;

* hulp aan asielzoekers en vluchtelingen en inzet bij (AMAs) (alleenstaande minderjarige asielzoekers) ,
* meewerken aan het opsporen van vermisten (tracing), het meldpunt vermisten,

* bezoeken aan ouderen en eenzamen,

* Mappa Mondo, een huis voor opvang van kinderen met een levensbedreigende ziekte;

35.000 Vrijwilligers maken dit mogelijk. Vrijwilligers, samen het fundament van onze organisatie. Wij zijn trots op onze vrijwilligers! Zorg voor elkaar is ons motto.

Wereldwijd zijn 105 miljoen vrijwilligers en 300.000 professionele medewerkers verantwoordelijk voor een onmiddellijke opvang bij rampen, opvang voor dagelijkse noden, continuïteit op het gebied van sociale zorg, gezondheid of bloedprogrammas. Wij trachten zo bruggenbouwers te zijn waar spanningen op etnisch, religieus, politiek gebied mensen juist scheiden of kunnen scheiden.
Wij vormen een wereldwijde organisatie, wij werken lokaal ter plaatse, en dát is waar wij onze voeten in de aarde hebben staan: in de dagelijkse realiteit wordt het werk door vrijwilligers gedaan. Aan de top, ook veelal bestaande uit vrijwilligers, moet je daar voeling mee blijven houden.
Wij werken wereldwijd op basis van onze grondbeginselen. Ons engagement, onze betrokkenheid zo U wilt, putten wij uit onze grondbeginselen om slachtoffers en mensen die zich in kwetsbare situaties bevinden te hulp te komen.
Deze zijn:
Menslievendheid
Het Rode Kruis wil lijden van mensen voorkomen en verzachten, uit respect voor ieder mens. Het streeft naar tolerantie, vriendschap en samenwerking, en naar blijvende vrede tussen mensen. Onpartijdigheid
Mensen in de grootste nood worden door het Rode Kruis het eerst geholpen. Nationaliteit, ras, geloof, afkomst of politieke mening spelen bij deze keuze geen enkele rol.
Neutraliteit
Het Rode Kruis kiest bij conflicten geen partij. Het kiest altijd voor de slachtoffers, tot welke zijde zij ook behoren. Onafhankelijkheid
Het Rode Kruis is beslist onafhankelijk van de overheid, zodat het altijd volgens zijn grondbeginselen kan blijven werken. Vrijwilligheid
Het Rode Kruis werkt met mensen die zich vrijwillig inzetten, en die niet uit zijn op persoonlijk gewin.
Eenheid
In ieder land kan maar één Rode Kruis of Rode Halve Maan vereniging zijn. Deze staat open voor iedereen en is werkzaam in het hele land. Algemeenheid
Het Rode Kruis is een wereldwijde organisatie. Alle nationale verenigingen zijn gelijkwaardig en helpen elkaar.

Natuurlijk pretendeert het Rode Kruis geen monopolie op universele waarden te hebben. In verschillende culturen en religies kan men ze terugvinden, Enkele voorbeelden:
Mahatma Ghandi: De macht van liefde en medeleven is sterker dan de macht van wapens
De Koran: De volmaakte mens is hij die anderen helpt Evangelie van Mattheus: Bemin Uw naaste als Uzelf Vanaf het prille begin heeft het Rode Kruis, handelend op basis van deze grondbeginselen zich uitermate ingespannen om regels op te stellen, regels vastgelegd in Internationaal Humanitair Recht.

Verdragen
Zo is zgn. humanitaire regelgeving in internationale verdragen gegoten. Dat dwingt de staten en overheden die dergelijke verdragen ondertekenen om hun verantwoordelijkheid te nemen bij het beschermen van en het zorgen voor hun burgers. Het Humanitair Oorlogsrecht is vastgelegd in de Verdragen van Genève.
Dit recht stelt gedetailleerde beperkingen aan de methoden en middelen van oorlogsvoering. Hierbij kan gedacht worden aan het verbod op aanvallen op de burgerbevolking en burgerobjecten (alleen militaire doelen mogen worden aangevallen); het verbod op uithongering als methode van oorlogvoering; het verbod op het gebruik van bepaalde wapens, zoals chemische of bacteriologische wapens, maar ook aan het verbod op de inzet van anti-personeelsmijnen.
Anderzijds legt het rechten en plichten vast van de strijdende partijen voor de hulpverlening aan de slachtoffers van het conflict. Het oorlogsrecht heeft internationale rechtskracht: staten zijn gebonden zich eraan te houden. Zowel principes als verdragen zijn daarmee in beginsel universeel. Het probleem is in de praktijk vaak dat individuen, groepen en staten er zich niet naar gedragen. Etnische zuiveringen werden uitgevoerd door zogenaamd ongeregelde troepen, zodat de overheid kon stellen er geen verantwoordelijkheid voor te dragen.
In de Congo zijn dit jaar zes Rode Kruismedewerkers in koelen bloede vermoord.
Mensenrechten, maar ook de Conventies van Genève, worden vaak met de mond beleden, maar met voeten getreden. Wij weten en zien dat, en wij proberen dat uiteraard te veranderen. Door van binnenuit mensen en partijen aan te spreken op afspraken, regels, wetten en rechten. Dát is het mandaat dat we als Rode Kruis hebben.
Wij moeten wel met alle partijen onderhandelen, willen wij toegang krijgen tot vluchtelingenkampen, gevangenissen en concentratiekampen. Tegen hen ingaan kan betekenen dat we het land moeten verlaten en onze humanitaire missie niet kunnen voortzetten: het geven van voedsel aan weduwen en kinderen; het registreren en bezoeken van gevangenen; het uitwisselen van miljoenen Rode Kruis boodschappen; het passen van prothesen aan door landmijnen verminkte lichamen. Ons mandaat eist op die momenten dus dat wij aanwezig blijven, en zo anders handelen dan andere hulpverleningsorganisaties, dát wordt vaak vergeten. En als iedereen door de omstandigheden toch moet vertrekken, dan is er altijd de nationale Rode Kruis of Rode Halve Maan vereniging. Zij zijn er altijd. Zij, de vrijwilligers aan de basis.
Wij vermijden dit zo veel mogelijk, maar soms is het een krachttoer om de politieke en mediadruk te weerstaan. Onze terughoudende opstelling is echter de enige manier om op de lange termijn, en in alle conflicten het vertrouwen te behouden van de oorlogvoerende partijen en op die manier toegang te krijgen tot alle slachtoffers. Zo vult het Rode Kruis zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid in. Tot zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid behoort dus niet het met politieke middelen de maatschappij veranderen. Dat behoort toe aan de politiek. Wij proberen door humaan handelen in conflictsituaties, maar ook in andere, niet door oorlog getekende omstandigheden (noodhulp, thuishulp, rampenbestrijding en tracing) de helpende hand te bieden. Dát is het maatschappelijk belang van de vrijwilligers wereldwijd.

Pleitbezorging
Hoewel het Rode Kruis geen politieke pressiegroep is hebben wij met succes op andere wijze onze zaak naar voren gebracht. Het gebruik van sommige wapens is aan banden gelegd en in 1995 hebben wij een unaniem besluit genomen om te werken naar een totaal verbod op antipersonele landmijnen. Het Internationale Comité, het ICRC, heeft reeds in het begin van de zeventiger jaren de discussie over kindsoldaten op de humanitaire en politieke agenda gezet, en nu pleiten wij voor een totaal verbod op cluster bombs (bommen, die elk weer een aantal kleine bommen bevatten). Wij streven dit na ter wille van de burgers, aangezien in de huidige conflicten voornamelijk burgers het slachtoffer zijn. Het verschil tussen burgers en strijders lijkt verdwenen te zijn:
In WO I waren 90% van de slachtoffers militairen. In de huidige conflicten en oorlogen zijn 90% van de slachtoffers burgers, onschuldige kinderen, mannen en vrouwen.
Vrouwen en kinderen krijgen niet meer de bescherming waar ze recht op hebben. 300.000 Kindsoldaten zijn er. Dat maakt wel zonneklaar dat kinderen meer dan een incidenteel doelwit zijn in deze tijd. Zo wordt het duidelijk dat wij wel pleitbezorgers moeten zijn of worden voor de burgers. In toenemende mate vindt de organisatie haar publieke stellingname belangrijker.
Onder andere voorVluchtelingen en IDPs (mensen die binnen hun eigen land op de vlucht zijn)

* Een totale ban op bepaalde wapens.

* Kindsoldaten.

Tenslotte: Ik zei het al het Rode Kruis spreekt zich niet uit over welke partij schuld heeft, het zet partijen niet in het beklaagdenbankje.
Het Rode Kruis publiceert geen zwartboek over schendingen van de rechten van de mens. Wat wij wél publiceren, ieder jaar, is het gezaghebbende World Disaster Report uit.
Daarin brengen wij onder de aandacht hoeveel en welke natuur- en technologische rampen ons jaarlijks treffen en hoe wij daar bij betrokken zijn. Ook wat de invloed is van menselijk ingrijpen in de natuur en wat daarvan de gevolgen zijn. Denkt U aan overstromingen ten gevolge van erosie e.d.
Wij willen daarmee tevens het lot van de slachtoffers van z.g. vergeten rampen (zoals Mongolië en het Grote Meren-Gebied) bepleiten.

Voor het Rode Kruis blijft hoe dan ook gelden dat neutraliteit van de humanitaire hulpverlening uitgangspunt zal moeten blijven. Neutraliteit is voor het Rode Kruis geen waarde op zich, maar een manier om het vertrouwen te behouden van alle partijen. De kracht van een humanitaire hulporganisatie zit immers in haar zwakte: de activiteiten die zij vervult zijn geen bedreiging voor de partijen bij het conflict.
Wij kiezen geen partij, wij kiezen partij voor de slachtoffers.

De afgelopen eeuw hebben wij een ongekend aantal vrijwilligers verloren in hun dapper en belangeloos gevecht tegen de gevolgen van ziektes, rampen en oorlogen. In toenemende mate kan de hulpverlener en de vrijwilliger zélf gevaar lopen.
Anderszins is er de belangeloze inzet van zoveel miljoenen, zéér gemotiveerde mensen, zoals zo velen onder U hier vandaag. Zonder mensen zoals U en hen, zou de wereld hopeloos veel armer zijn. Natuurlijk kan de maatschappij niet draaien zonder vrijwilligers!

Deel: ' Lezing Prinses Margriet ALV Plattelandsvrouwen '




Lees ook