Ministerie van Buitenlandse Zaken

https://www.minbuza.nl/content.asp?Key=421255


---

Verslag van het bezoek van Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken Benschop aan de Nederlandse Antillen en Aruba in het kader van de herziening van het EU-LGO-besluit
Samenvatting
Inleiding
Verloop van de besprekingen
Opstelling van de Antilliaanse en Arubaanse gesprekspartners

De Voorzitter van de Algemene Commissie voor Europese Zaken De Voorzitter van de Vaste Kamercommissie voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Ministerie van Buitenlandse Zaken Directie Integratie Europa Bezuidenhoutseweg 67 2594 AC Den Haag
Datum 12 februari 2001 Auteur Andre Haspels
Kenmerk DIE-123/01 Telefoon 070-34845409
Blad 1-7 Fax 070-3486381
Bijlage(n) - E-mail andre.haspels@minbuza.nl
Betreft LGO/bezoek Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken Benschop aan de Nederlandse Antillen en Aruba
C.c.
Geachte Voorzitters,

Hierbij ontvangt U het verslag van mijn reis naar de Nederlandse Antillen en Aruba in het kader van de herziening van het EU-LGO-besluit.

De Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken

Verslag van het bezoek van Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken Benschop aan de Nederlandse Antillen en Aruba in het kader van de herziening van het EU-LGO-besluit

---

Samenvatting

---

Van 5 tot 7 februari 2001 bracht Staatssecretaris Benschop van Buitenlandse Zaken een bezoek aan de Nederlandse Antillen en Aruba.

Doel van het bezoek was de goede samenwerking tussen de Koninkrijksdelen en Nederland op het LGO-dossier (Landen en Gebieden Overzee) te bestendigen, alsmede om in de gelegenheid te komen een aantal sleutelspelers uit de politieke wereld en het bedrijfsleven te ontmoeten.

Uit het bezoek bleek dat alle gesprekspartners, zowel uit de economische wereld als op politiek niveau, van mening waren dat het huidige voorstel verbetering behoeft op het gebied van de handelsparagraaf en ten aanzien van de financiële samenwerking.

Nederland zal zich in de onderhandelingen over vernieuwing van het LGO-besluit hiervoor inzetten.

Bij de Koninkrijkspartners werd duidelijk begrip ontmoet voor de moeilijke positie waarin Nederland zich in de Raad bevindt en waardering voor de Nederlandse inzet.

Buiten het LGO-dossier zijn andere onderwerpen (o.a. immigratiekwesties, Forward Operating Locations) slechts zijdelings aan de orde geweest. Daarbij is niet afgeweken van het bestaande regeringsbeleid.

Inleiding

---

Van 5 tot 7 februari 2001 bezocht de Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, drs. Dick Benschop de Nederlandse Antillen en Aruba.

In Willemstad werd gesproken met vertegenwoordigers van de lokale LGO-industrie, m.n. ondernemers in de zuivelsector, de rijst- en suikerindustrie en de mengselindustrie, alsmede met de havenautoriteiten. Tevens heeft een gesprek met enkele tientallen leden van de Kamer van Koophandel plaatsgevonden.

Op politiek niveau werden bilaterale gesprekken gevoerd met de Minister van Economische Zaken Mw. Mr. S.F.C.Camelia Römer, de Gouverneur van de Nederlandse Antillen mr. J. Saleh en Minister President M.A. Pourrier. In aanwezigheid van bijna alle leden van de Raad van Ministers vond een lunchbijeenkomst plaats.

In Oranjestad werd een suiker- en mengselfabriek bezocht en vond een bijeenkomst met diverse vertegenwoordigers uit de LGO-industrie en de economische wereld plaats.

Op politiek niveau werden bilaterale gesprekken gevoerd met de gouverneur van Aruba Mr. O. Koolman, met Minister-President Mr. J.H.A. Eman en met minister van Economische Zaken mevr. Dr. L.G. Beke-Martinez .

Verloop van de besprekingen

---

In de diverse besprekingen is uitgebreid ingegaan op de huidige stand van zaken ten aanzien van het herziene LGO-besluit (Com (2000) 732) .

Staatssecretaris Benschop heeft daarbij aangegeven dat Nederland in algemene zin zich constructief-kritisch opgesteld heeft bij de presentatie van het herziene LGO-besluit door de Europese Commissie in de Algemene Raad van 20 november jl. (zie Verslag van de Algemene Raad van 28 november 2000, kenmerk 673/00).

Kern van de algemene bezwaren zijn:


· Het huidige voorstel doet geen recht aan de doelstelling van de LGO-Associatie, zoals in artikel 182 van het EG-verdrag is vastgelegd ("het bevorderen van de sociale en economische ontwikkeling van de LGO's").


· Het huidige voorstel biedt ondernemers geen zekerheid, omdat de mogelijkheid van vrijwaringsmaatregelen blijft bestaan. Voor het aantrekken van investeringen is (rechts)zekerheid en duurzaamheid nodig.


· Het huidige voorstel is een onevenredig grote achteruitgang op de handels- en financiële paragraaf in vergelijking met het vorige LGO-besluit.


· Het huidige voorstel gaat te sterk uit van het armoedebestrijdingscriterium binnen het financiële deel en houdt onvoldoende rekening met andere criteria, zoals inwonertal, institutionele capaciteit en macro-economische prestatie.


· De Commissie heeft de LGO's en de Lidstaten onvoldoende betrokken bij de totstandkoming van het concept-besluit.

In meer specifieke zin heeft staatssecretaris Benschop gewezen op de tekortkomingen in de handelsparagraaf, de financiële paragraaf en de overige bepalingen.

De grootste problemen in de handelsparagraaf zitten in Artikel 5 en 6 van Annex III (p.92-93 Nederlandse tekst) en betreffen de regels inzake niet-toereikende bewerking voor oorsprongsbepaling en oorsprongscumulatie. Beide artikelen zijn strenger dan in het huidige besluit.

Onder artikel 5 (ontoereikende bewerking) wordt ten eerste een lijst genoemd met bewerkingsvormen niet toereikend zijn om LGO-oorsprong te verkrijgen voor een product. Deze lijst (punt a en b) omvat meer dan de vergelijkbare lijst uit het Cotonou-verdrag met de ACS landen, wat door de Commissie als voorbeeld voor het vernieuwde LGO-besluit wordt gezien en betekent een gevoelige achteruitgang voor een aantal LGO-bedrijven.

Ten tweede wordt gesteld onder e) dat het eenvoudig mengen van producten alleen nog mogelijk is, indien alle gebruikte producten uit ACS/LGO of EU komen (maar deze laatste producten mogen echter niet met exportrestitutie belast zijn, voor zover het cumulatie betreft). Ook dit onderdeel betekent het einde van een aantal lopende productiemethoden binnen de LGO-industrie. Deze nieuwe regel maakt namelijk de productie van food premixes op basis van toereikende bewerking onmogelijk, omdat daarin melkpoeder verwerkt wordt, dat ofwel uit derde landen (VS, Canada) ofwel uit de EU (is echter een exportrestitutieproduct) moet komen. ACS landen in de regio produceren geen melkpoeder of voldoen niet aan de Europese kwaliteitseisen. Het gevolg van het strenger maken van dit artikel is, dat activiteiten onder dit artikel meer gaan lijken op cumulatie dan op toereikende bewerking, terwijl de Cie juist toereikende bewerking wil stimuleren (geeft meer toegevoegde waarde, en heeft - zoals bij food premixes- vaak specifieke afnemers). Toereikende bewerking behoeft vaak (ten dele) gebruik van producten uit derde landen.

Artikel 6gaat over oorsprongscumulatie (dus handelstraject via ACS landen-LGO ofwel EG-LGO naar de Europese markt). Het grootste probleem hierbij zijn de invoerquota die gelden voor suiker en rijst.

Wat suiker betreft noemt het Commisievoorstel een quotum voor zowel suiker als cacaoblends van 0 (nul), waarmee de Commissie nog onder het niveau van de huidige vrijwaring gaat zitten ( te weten 3000 ton ACS/LGO-cumulaite en 11.000 ton EU/LGO-cumulatie). Bovendien bestaat er onder het huidige besluit en de vrijwaringsmaatregelen geen ACS-cumulatiequotum voor blends. Daarnaast wenst Nederland voortzetting van een bepaling in het huidige LGO-besluit, die aangeeft dat de huidige toegestane bewerkingen (zoals het maken van suikerklontjes en het vermalen van suiker) onder het suikercumulatiequotum voldoende zijn voor oorsprongscumulatie.

Wat betreft de rijst stelt de Cie voor binnen het totale LGO quotum van 35.000 ton "husked rice equivalent" 10.000 ton speciaal voor Minst Ontwikkelde LGO te bestemmen. Omdat het LGO rijst quotum in het verleden bijna uitsluitend door de Nederlandse LGO gebruikt werd, ziet Nederland hier liever een optopping van het bestaande quotum met een MOL-quotum.

Verder wenst Nederland dat niet uitsluitend de Europese industrie kan inschrijven op quota, maar dat juist LGO-bedrijven (mede uit oogpunt van ontwikkeling) in de gelegenheid gesteld worden te participeren. Hiertoe dient Annex III Art 6 te worden versterkt.

Ten slotte heeft het Koninkrijk bezwaar tegen de in Artikel 42 (vrijwaringsmaatregelen) genoemde procedure voor het nemen van vrijwaringsmaatregelen. Het gaat hier met name om het punt dat de Cie de LGOs in een vroeg stadium zou moeten consulteren over de door haar verwachte problemen die tot een vrijwaringsmaatregelen leiden. De LGO Ministerial Conference van 17 oktober jl. heeft een verklaring aangenomen waarin de Cie in het algemeen wordt opgeroepen de LGO meer te consulteren.

Staatssecretaris Benschop heeft zich in zijn gesprekken enthousiast getoond over het initiatief van de LGO's om tot een samenwerkingsverband te komen, waardoor de belangen van de LGO's beter behartigd kunnen worden. Het is nu zaak dat de LGO's hun visie op korte termijn op schrift stellen en deze onder de aandacht brengen van Raad en Commissie.

Bij de opmerkingen over het handelsdeel heeft Staatssecretaris Benschop er in zijn kontakten op gewezen dat de huidige regelingen kunnen bestaan bij de gratie van de importtarieven die de EU hanteert. Dat betekent dat een verdere verlaging van de importtarieven, zoals bijvoorbeeld de besprekingen in EU- en WTO-kader op het gebied van verdere afbouw van preferentiële markttoegang het LGO-besluit in de toekomst verder zal eroderen. Ondernemers dienen met deze ontwikkelingen rekening te houden.

Ook voor wat betreft de financiële paragraaf van het Commissie-voorstel werden de gelijkgestemde de opvattingen tussen Nederland en de Koninkrijksdelen bevestigd.

De belangrijkste kritiek van het Koninkrijk op het financiële volet betreft het voorstel om een groot deel van de financiële hulp (145 Meuro op een totaal van 175 Meuro uit het EOF) aan de LGOs toe te kennen in eerste instantie op basis van een BNP per capita criterium. Aan de hand van dit criterium wordt een onderverdeling gemaakt wie er in aanmerking komt voor welke categorie steun:


- "envelop A" van 55 Meuro is alleen bestemd voor LGO's met een BNP per capita dat lager is dan 75% van het EU gemiddelde;


- voor "envelop B" (55 Meuro) geldt dat de LGO's een BNP per capita van niet meer dan het EU gemiddelde mogen hebben. Het geld uit envelop B mag gebruikt worden voor sociale ontwikkeling en milieubescherming;


- ten slotte is de "reserve envelop C" (35 Meuro) bestemd voor humanitaire hulp, hulp bij wisselende inkomsten a.g.v. exportfluctuaties en nieuwe toewijzingen.

Buiten de enveloppen is er een budget van 8 Meuro voor regionale samenwerking, waarvan de ervaring leert dat die zeer moeizaam (en zelden) van de grond komt, 2 Meuro voor onderzoeken en evaluatie door de Cie, en 20 Meuro voor een investeringsfaciliteit. De EIB zal ook ter waarde van 20 Meuro leningen aanbieden. Voor deze steun komen alle LGO's in principe in aanmerking.

Het gevolg van een dergelijke verdeling is, dat Aruba slechts voor envelop C in aanmerking zou komen, en de NA voor envelop B (een bedrag van 8,3 MEURO) en voor C. Envelop C is echter slechts beperkt bruikbaar. De faciliteit voor fluctuaties in export inkomsten is gericht op land- en mijnbouwproducten, die de Nederlandse LGOs niet hebben.

Onder het 8e EOF (1995-2000) kregen de Antillen en Aruba resp. 26 en 8.6 Meuro.

Voor beide Nederlandse LGOs geldt, dat de investeringsfaciliteit en de EIB- leningen alleen bruikbaar zijn voor het bedrijfsleven dat niet op handel gericht is, aangezien het Commissie-voorstel alle voor het bedrijfsleven van deze LGOs interessante handel met de EU afdicht.

De mogelijkheid voor LGO's om gebruik te gaan maken van bepaalde EU-programma's (zie Annex II F) werd in het algemeen als positief ervaren. Het betreft hier mogelijke deelname aan programma's op het gebied van onderwijs. onderzoek, cultuur en ondernemingsbeleid. Wel werd ook van Antilliaanse en Arubaanse zijde te kennen gegeven dat meer specifieke informatie over modaliteiten wenselijk is.

In de besprekingen met het bedrijfsleven bleek enige scepsis over de mogelijke uitkomst van de onderhandelingen. De meeste ondernemers hebben slechte ervaringen met de diverse vrijwaringsmaatregelen die in het verleden zijn getroffen. Ook de verschillende rechtszaken die door enkele LGO-bedrijven (gesteund door het Koninkrijk) zijn aangespannen hebben (nog) niet tot uitspraak geleid en zijn derhalve niet instrumenteel bij de huidige onderhandelingen over het handelsdeel.

Desalniettemin werd door de diverse vertegenwoordigers van het bedrijfsleven duidelijk aangegeven dat de huidige Nederlandse inzet hoopvol is en steun verdient.

Dezelfde opvattingen werden gehuldigd door mijn politiek gesprekspartners. Minister Römer heeft nog eens haar wens voor "Trade, not Aid" herhaald.

Juist in de huidige sociaal-economische situatie waarin de Antillen zich bevinden is een ruimhartig LGO-besluit wenselijk.

Ten aanzien van het financiële deel erkenden de Antilliaanse gesprekspartners dat de onderuitputting van het 8e EOF een probleem vormt. Deels wordt deze onderuitputting veroorzaakt door de Brusselse procedures, deels ligt de oorzaak aan Antilliaanse zijde.

Het aanbod om expertise bij de opstelling van projectdocumenten en de follow-up in Brussel beschikbaar te stellen werd in welwillende overweging genomen. Alvorens hier echter nader over te besluiten zal in kaart worden gebracht hoe er

beter gebruik gemaakt kan worden van de mogelijkheden van technische assistentie die onder het huidige besluit mogelijk zijn.

Van Antilliaanse en Arubaanse zijde is men zich bewust van de afnemende betekenis van het LGO-besluit voor de toekomst. Mede daarom wordt actief ingespeeld op de mogelijkheden die regionale samenwerkingsverbanden bieden, zoals het Carribean Basin Initiative (CBI) en de Free Trade Association of the America's (FTAA). Met name Minister President Eman van Aruba gaf aan dat in de toekomst de betrekkingen met de EU van minder belang zullen worden, terwijl de betrekkingen met de landen in de regio juist meer aandacht verdienen.

Alle gesprekspartners waren zich bewust van het feit dat Nederland met het LGO-dossier in EU-verband in een lastige positie bevindt. Slechts drie andere lidstaten (Denemarken, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk) hebben LGO's.

Voor Denemarken is vrijwel uitsluitend de export van vis uit Groenland relevant. Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk hebben nauwelijks belangen op het handelsvolet en zijn in grote lijnen tevreden met het huidige Commissie-voorstel, omdat de Franse en Britse LGO's door het hanteren van het BNP-criterium bij de verdeling van de fondsen meer zullen gaan ontvangen dan thans het geval is.

Beide Koninkrijksdelen toonden begrip voor de beperkte mogelijkheden die aldus in de Raad bestaan om op dit dossier tot strategische allianties te komen. Waardering werd geuit voor de Nederlandse inspanningen en de blijvende inzet op dit punt.

Alle gesprekspartners waren geïnteresseerd in het verdere verloop van de onderhandelingen. Staatssecretaris Benschop heeft in zijn ontmoetingen een toelichting gegeven op de stand van zaken met betrekking tot het onderhandelingsproces in Brussel. Daar vindt in de ACS-Raadswerkgroep een eerste onderhandelingsronde plaats, waarin de Lidstaten een eerste reactie geven op het voorstel. Omdat de tekst pas medio januari in alle gemeenschapstalen beschikbaar is gekomen zal er een tweede ronde van de eerste lezing plaatsvinden, waarna het Voorzitterschap met een tekstvoorstel zal komen en de "echte" onderhandelingen kunnen beginnen.

Aangezien begin dit jaar duidelijk werd dat de deadline van 1 maart 2001 voor de herziening van het LGO-besluit niet gehaald zou worden, zal op korte termijn besloten worden het huidige besluit met enkele maanden te verlengen.

Naar verwachting zal de herziening van het LGO-besluit op zijn vroegst aan het einde van het Zweeds voorzitterschap (juni 2001) op de agenda van de Algemene Raad verschijnen.

Met beide Koninkrijksdelen is afgesproken het intensieve kontakt op ambtelijk en politiek niveau voort te zetten.

De Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken

Kenmerk DIE-123/01
Blad /8

===

Deel: ' LGO/bezoek Benschop aan Nederlandse Antillen en Aruba '




Lees ook