Bond van Nederlandse Architecten

Manifest BNA en Stawon



Naar een rijkere wooncultuur in Nederland
'ruimte voor het meer specifieke, uitblinken in het bijzondere'.

1. Het Nederlandse landschap moet worden benut voor de ontwikkeling van een groot scala aan woonmilieus.

Een eigenaardigheid van Nederland is dat bijna ieder plekje is gecultiveerd, het is onze nationale trots. Maar waarom wordt het landschapsontwerp en woningenontwerp niet ingezet voor het verkrijgen van een interessante wooncultuur?
In de huidige praktijk van de ruimtelijke ordening is het gewoonte slechts te kijken naar hetgeen dat moet in plaats van hetgeen dat kan. Het resultaat is een continue aanwas van uniforme woonwijken en dito woonprogramma's.
Weinig onderzoek wordt gedaan naar de potenties voor het maken van woningen in de verschillende gebieden in het Nederlandse landschap. Een goed ontwerp kan aan het wonen en aan het landschap meerwaarden geven. Een stadslandschap kan worden geïntensiveerd en interessanter worden gemaakt. Het is de hoogste tijd dat over de volle breedte een herinterpretatie komt van bestaande structuren en programma's. Landschappelijke en stedelijke 'dragers' moeten bewust ingezet worden bij het scheppen van verschillende woonmilieus.

* Het ontwerp moet als middel van onderzoek ingezet worden. Onderzoek moet worden gedaan naar nieuwe landschappelijke en stedelijke modellen/dragers van onder andere'vrije kavels'; werk per provincie drie voorbeeldplannen uit met betrekking van de eigenaardigheden van het landschap en breng, indien het ontwerp inhoudelijk veel belovend is, deze tot ontwikkeling.

* Onderzoek moet worden verricht naar geliefde en krachtige woonomgevingen. Gegevens van dichtheden, maten, programma's kunnen leiden naar een beter begrip van aspecten van het wonen.
* Voorkom chaos en organiseer de vrijheid: biedt stedenbouwkundig plannen aan als basis van mogelijkheden in plaats van het aanbieden van louter beperkingen.

* Onderzoek de mogelijkheden en zet alle mogelijkheden op een rij, stel ze tentoon en bespreek in het openbaar de
gewenstheid/ongewenstheid, de mogelijkheden/onmogelijkheden.
* De belangrijke Nederlandse bouwopgaven moeten met ambities worden geformuleerd. De opgave om de Nederlandse wooncultuur te verrijken moet beschouwd worden als de opgave voor een nieuw Deltaplan. Randvoorwaarden moeten worden opgesteld die tot creatieve oplossingen uitdagen.

* Stadsontwerpers weten te weinig van programma's; programmamakers weten te weinig van stadsontwerp. Programma's veranderen in rap tempo, daar moet op worden ingespeeld. Aan het ontwerp van Nederland zou meer in atelierverband gewerkt moeten worden.


2. Meng functies en dichtheden ter bestrijding van een te eenzijdig leefmilieu bebouwingsbeeld en mobiliteit.

De VINEX-locaties tonen bijna overal hetzelfde beeld: de nieuwe wijken van Nederland zijn door een teveel van hetzelfde dodelijk saai aan het worden waardoor zij als woonmilieus armer worden. Het vaste patroon is straten met rijen uniforme eengezinswoningen en 'vrije kavels' aan de rand van de wijk.


* Door dichtheden van bebouwing te variëren en ook andere (werk, recreatieve, ..) functies op te nemen kunnen qua inhoud en beeld levendiger wijken ontstaan.

* Met gemeenten moeten afspraken worden gemaakt ten aanzien van bestemming van kavels voor diverse vormen van particulier opdrachtgeverschap.

* Meer middelen moeten worden ingezet om rijkere woonmilieus te maken. Naast het maken van interessante (stedelijke) landschappen moet ook functiemenging actief worden bevorderd door bijvoorbeeld 'functieloze' gebouwen in de plannen op te nemen (zoals de 'solids' in IJburg) die voor tal van functies kunnen worden benut.

* Er moet meer rekening worden gehouden met de voordelen van thuiswerk. Ter bevordering moeten de woonprogramma's daar op worden afgestemd.


3. Een rijker aanbod aan woningtypologieën, woonmilieus en samenlevingsvormen voor een zo groot mogelijk aantal doelgroepen.
Bouwprogramma's moeten vanuit verschillende modellen geschreven worden. Nederland is een smeltkroes van culturen, ideeën en geschiedenis. Programma's voor bouwopgaven zijn momenteel te eenduidig en worden vertaald in aantallen kamers per woning. Veel belangrijker dan de aantallen kamers is de kwaliteit van die kamers. De relatie tot de rest van het huis, het uitzicht, de bezonning, de gebruiksmogelijkheden. Verschillende bevolkingsgroepen hebben daar bewust of onbewust verschillende verwachtingen over. Er is zo veel mogelijk, maar tot nu toe nog zo weinig gerealiseerd op het gebied van communale woningen - woningen met collectief comfort en voorzieningen - het ontspannen wonen - casco woningen - atriumwoningen
- brugwoningen - dakterraswoningen - patiowoningen - woonmachines - woonwerk woningen - levensloop woningen - hof woningen - tweezijdige woningen -puzzlestuk woningen - blok woningen - dakpatio woningen - achterhuis woningen - rug aan rug woningen - small feet woningen - dubbelgrondgebruik woningen - dijk woningen - geluidswal woningen - herenhuizen - hoogbouw woningen - ondergrondse woningen - panorama woningen - symbiose woningen - bos woningen - water woningen - kasteel woningen - landhuis woningen, etc.


* Een creatieve marketing is nodig (afstemming van voorlichting, vraag en aanbod.

* Benut internet voor vraag en aanbod van (andere) samenlevingsvormen en woonvragen.

* Stimuleer en activeer inventies in de woningbouw.
* Maak regels die stimuleren in plaats van regels die beperken.

4. Het particuliere en collectieve opdrachtgeverschap moet als aanjager van differentiatie worden gesteund en aangemoedigd.
Door de sterke volkshuisvestingscultuur die Nederland lange tijd heeft gekend is de particuliere en collectieve opdrachtgevers-cultuur nauwelijks ontwikkeld. Een doel voor de toekomst om te komen tot de nodige differentiatie in de woningbouw op maat is het actief betrekken van de bewoners bij de ontwikkeling van de eigen woning. Nederlanders moeten in de toekomst meer actieve 'woners' worden in plaats van passieve 'bewoners' of 'woonconsumenten.
Er moet meer worden nagedacht over organisatie- en samenwerkingsvormen die tot een breder scala van leefvormen kunnen leiden, in alle gradaties van supercollectief tot superindividueel.

* Zorg voor een brede publieksvoorlichting (met een actieve rol voor het Stimuleringsfonds voor Architectuur en Architectuur Lokaal, maar dit keer niet alleen gericht op Architectuur maar ook op woonmilieus, woontypologieën en samenlevingsvormen.

* Laat het Nederlands Architectuurinstituut (NAI) in samenwerking met lokale architectuurplatforms een reizende expositie maken over wooncultuur (te organiseren met medewerking van het Stawon.
* Maak in samenwerking met een van de omroepen tv programma's over wonen en woonmilieus (maar dan wel anders dan de programma's over wonen met onderwerpen als de ideale plaats voor de driezitsbank, een programma dat fundamenteel ingaat op consumentengoed nr. 1: de woning.
* Benut internet voor vraag en aanbod van (andere) samenlevingsvormen.
* Een zo groot mogelijk percentage van mensen die willen wonen (en dat is bijna iedereen) moet aan grond kunnen komen om het woonideaal te kunnen bereiken.

* De expertise van woningbouwverenigingen moet worden benut voor kleinere collectieve projecten.


5. Nieuwe beheersvormen als consequentie van een meer specifiek opdrachtgeverschap.


* Nodig is een herbezinning van de taak van corporaties, in plaats van positiebepaling in het krachtenspel van huisbaas en woningbezitter-maker-verkoper is er behoefte aan organisaties die de vraag naar wonen kunnen omvatten en omvormen tot een bewust woon- en leefmilieu voor mensen die welke samenwoonvorm dan ook nastreven of verlangen.

* Benut internet voor vraag en aanbod van (andere) samenlevingsvormen.
* Help bewonersorganisaties bij het ontwikkelen van beheersmodellen.
* Creëer een platform voor het tot stand brengen van organisatie- en samenwerkingsvormen om aanzetten te geven tot een breed scala van leefvormen.


6. De interne gebruikswaarde van de woning moet worden vergroot.
De hoogtemaat van het interieur en de oppervlakte van de diverse vertrekken in de wooneenheden zijn te gering. De plafondhoogte heeft de neiging steeds kleiner te worden, terwijl de woner in lengte toeneemt. Terwijl op technologisch gebied revolutionaire ontwikkelingen plaatsvinden blijft de woningbouw zich richten op het ideaal van de woning uit de jaren dertig van de vorige eeuw. De gebruikswaarden van de plattegronden moeten worden verbeterd. Individuen hebben meer behoefte aan 'openbare ruimte' in de woning.


* Vernieuw de functionaliteit en technologie (domotica) van de woningen.

* Stimuleer en vergroot mogelijkheden van flexibele systemen.
* Verruim minimummaten van kamers zodat ze flexibel te gebruiken zijn.
* De mutatiecapaciteit van de woningen dient te worden vergroot.
* Niet slechts de bouwkundige elementen maar ook de installaties moeten aanpasbaar zijn aan gewijzigde eisen.

* De woningen dienen te worden voorbereid op toekomstige ontwikkelingen in de informatietechnologie en de domotica.
* De functionaliteit van de woning moet verder worden uitgediept.

7. Bewerkstellig een omslag in de techniek van het bouwproces.
De laatste jaren is de productie vooral gericht geweest op kwantiteit. Het is de hoogste tijd om de ruimtelijke en technische kwaliteit van de woning te verbeteren.

* Het logistieke traject van de woningbouw is nog verder te optimaliseren.

* Andere technieken, zoals ook bedoeld in het IFD-programma van de overheid, kunnen leiden tot een betere kwaliteit.
* Andere bouwvoorbereidingsprocessen (collaborative engineering) zorgen voor een optimalisering van de woningbouwtechniek.
* Duurzaam bouwen moet leidend zijn in ontwerp, materiaaltoepassingen bouwmethode.

* stroomlijn het bouwproces, opdat verhouding product en diensten economisch gunstiger uitvalt ten opzichte van het woonproduct

8. Zorg ervoor dat de openbare ruimte in de stedenbouwkundige plannen integraal onderdeel wordt van het gehele woon- en leefmilieu.
De openbare ruimte wordt in bijna alle plannen vooral gebruikt om te parkeren. Deze ruimte kan en moet als directe leefomgeving kwaliteitsbepalend zijn. Zowel in nieuwbouwwijken als in de bestaande stad zal de kwaliteit van de openbare ruimte verbeterd moeten worden en moeten bijdragen aan een gezond woonmilieu. Landelijk gezien is dat een omvangrijke operatie, welke een deltaplan aanpak nodig heeft.


* Stedenbouwkundige uitgangspunten dienen leidend te zijn in het planproces.

* De relatie openbaar-privé is van grote betekenis en dient zorgvuldig te worden ontworpen.

* De reeds aanwezige landschappelijke en overige contextueel kenmerkende elementen zullen de nodige variatie in de leefomgeving stimuleren.


9. Maak de grondpolitiek dienstbaar ten aanzien van bovengestelde doelen

Leg de mogelijkheden van excessieve winsten uit grondverkopen aan banden.
Een andere grondprijsbepaling dan de huidige zal leiden tot een grotere diversiteit van wonen dus diversiteit van oplossingen.

* Als een kavel volgens een proefverkaveling bijvoorbeeld 32 woningen per hectare oplevert zou daar de (vaste) prijs voor de grond op moeten worden bepaald. Meer woningen op diezelfde grond leidt dan tot lagere grondkosten en stimuleert dus oplossingen in hogere dichtheden. Andersom zou een lagere dichtheid leiden tot hogere grondkosten en luxere oplossingen.

* Zet de grondpolitiek in tot een stelsel van spelregels die kunnen leiden tot creatieve bouw- en woonsituaties.

10. Zet voorlichting en communicatie in.

Moderne communicatiemiddelen moeten worden ingezet om bewoners, woonconsumenten aan te spreken als (actieve) 'woners' en hen te betrekken bij en voor te lichten over woonvormen, woontypologieën en omgeving.


* Onderzoeksresultaten moeten breed worden gepubliceerd
* Exposities over verschillende woonvormen en woningtypologieën moeten worden georganiseerd in het NAI en in lokale architectuurcentra.
* De mogelijkheden van internet moeten actief worden ingezet bij het informeren over verschillende woonvormen, woonmilieus en woningtypen.
11 april 2000, Amsterdam
Koninklijke Maatschappij tot bevordering der Bouwkunst Bond van Nederlandse Architecten BNA
Stichting Architecten Onderzoek Wonen en Woonomgeving (Stawon)

Deel: ' Manifest Naar een rijkere wooncultuur in Nederland '




Lees ook