Partij van de Arbeid


Mariëtte Hamer over selectie voor opleidingen

20 januari 1999 PvdA-voorlichting

PvdA-kamerlid Mariëtte Hamer heeft bij het debat over de wetswijziging selectie voor opleidingen waarvoor een toelatingsbeperking is vastgesteld een amendement ingediend. Dit amendement dient er toe dat eindexamencijfers geen rol mogen spelen bij de zogeheten decentrale toelating. 'De cijfers wegen al genoeg mee in de directe toelating en het restant gewogen loting', aldus Hamer. Decentrale toelating houdt in dat de universiteiten voor een deel zelf mogen bebepalen wie zij willen toelaten.

Bij het debat op 19 januari stelde Hamer voorop dat de PvdA-fractie zeer hecht aan het zoeken naar een zo rechtvaardig mogelijk systeem van selectie, waarbij uitgangspunt is dat de opleidingen toegankelijk moeten blijven voor iedereen die zich daarvoor heeft gekwalificeerd: 'Wat daarvoor de beste manier is, daarover verschillen niet alleen wij in de Kamer soms van mening maar ook de deskundigen. Want wat is nu bij een beperkte beschikbaarheid van het aantal plaatsen de eerlijkste volgorde: degene met het hoogste cijfer toelaten, de meest gemotiveerde toelaten (en hoe meten we dat) of er maar gewoon om 'tossen'.'

In haar bijdrage aan het debat schetste Hamer de achtergrond van de wetswijziging.
Zij verdedigde de beleidslijn van het vasthouden aan een vorm van loting met hetzelfde argument dat door de adviescommissie Drenth is gebruikt, namelijk: 'We beschikken niet over betrouwbare en valide methoden om binnen een groep te differentiÙren ten aanzien van de geschiktheid voor beroepsuitoefening, hun instelling, motivatie of andere persoonlijkheidsfactoren die van belang kunnen zijn voor de studie. Als dat selectiemiddel er niet is, dan is loting het enig verdedigbare. Ieder ander middel zou bij de huidige stand van zaken neerkomen op schijnrechtvaardigheid, willekeur en kunnen leiden tot discriminatie, klasseselectie of vriendjespolitiek. Dat is natuurlijk wat niemand wil. En zo blijft het wat onbevredigde middel van loting toch nog steeds een van de belangrijkste instrumenten.'

Hamer ging mee met het bezwaar van de studentenvakbond LSVB tegen het zwaar aanzetten van de examencijfers als toelatingsmiddel, 'maar een bepaalde vorm van rechtvaardigheid lijkt toch te zitten in het direct toelaten van studenten met een acht of hoger.' Verder leek bij de indiening van het wetsvoorstel het betrekken van werkervaring en andere persoonlijke prestaties/kwalificaties nog niet rijp voor een integrale beoordeling. Maar de roep om ook bijvoorbeeld de motivatie van studenten te betrekken bij hun toelating werd steeds duidelijker.

Tegen deze achtergrond is in het regeerakkoord de afspraak gemaakt om te gaan experimenteren met verschillende vormen van selectie. Bij de begrotingsbehandeling van Onderwijs heeft de PvdA-fractie al aangegeven enigzins verrast te zijn over de wijze waarop dat experimenteren wordt ingevuld. Hamer: 'In wezen kiest de minister maar voor ÚÚn vorm van experimenteren, namelijk het opnieuw herinvoeren van de decentrale toelating.'

De kritiek van Hamer richtte zich op de invulling van de experimenten. Zij wil van de minister binnen drie jaar een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de wet, want: 'Experimenteren betekent evalueren en bijstellen.' Hamer pleitte verder voor een zwaardere rol voor de begeleidingscommissie. Haar amendement lichtte ze als volgt toe: 'Experimenteren betekent iets nieuws proberen. Het opnieuw zwaar laten mee wegen van het eindexamencijfer is niet nieuw en voegt niets toe aan de centrale toelating. Mijn fractie hecht er dan ook zeer aan dat eindexamencijfers niet opnieuw een rol spelen bij de decentrale toelating. Het moet bij decentrale toelating om andere elementen gaan zoals motivatie, capaciteiten, mogelijke werkervaring, kansen bieden aan doelgroepen etcetera. De kracht van de decentrale toelating is dat het gaat om zaken die in het gewogen lotingsyteem ontbreken, namelijk directe invloed van de student op zijn of haar toelatingskansen en gesprekken met studenten voordat zij aan een studie beginnen.

Hamer uitte vervolgens kritiek op de helderheid in het systeem. In het wetsvoorstel wordt een verdeling gemaakt: 50% gewogen loting, directe toelating van mensen met een 8 of hoger als eindcijfer (ongeveer 20% van de plaatsen) en maximaal 30% voor de decentrale toelating. Onder omstandigheden mag evenwel worden afgeweken van deze 30%. Hamer vroeg de minister wat deze omstandigheden zijn en de consequenties daarvan. Bovendien wilde het PvdA-kamerlid de garantie dat een afwijking niet afgaat van de 50 procent via gewogen loting.

Tenslotte stelde Hamer voor dat mensen drie maal in plaats van twee maal mogen meeloten. Dat vergroot de kans dat gemotiveerde studenten door de selectie heen komen.

De volledige tekst van de bijdrage van Mariëtte Hamer aan het plenair debat.

Deel: ' Mariette Hamer (PvdA) over selectie voor opleidingen '




Lees ook