Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, directie Voorlichting
Datum: 24-06-1999

Persbericht
Nummer: 85

Wetenschapsbudget 2000
Meer eigen verantwoordelijkheid en vernieuwing in wetenschap

Eigen verantwoordelijkheid en vernieuwend vermogen zijn de trefwoorden van het toekomstige onderzoeks- en wetenschapsbeleid. Instellingen gaan vierjaarlijkse strategische plannen ontwikkelen en voor vernieuwend onderzoek hebben de universiteiten, onderzoeksinstellingen en het ministerie van OCenW een bedrag vrijgemaakt oplopend tot jaarlijks 75 miljoen gulden, de zogeheten Vernieuwingsimpuls. De beheerslast wordt verminderd. Personeelsbeleid gericht op kansen voor jongeren en vrouwen, behoeft extra stimulans. Dit zijn de hoofdpunten uit de beleidsnota over het Wetenschapsbudget 2000 getiteld ‘Wie oogsten wil, moet zaaien’, van minister drs. L.M.L.H.A. Hermans van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. Het Kabinet heeft die vandaag aan de Tweede Kamer aangeboden.

Hermans vraagt met deze nota aandacht voor de investeringen in onderzoek en wetenschap. Nederland investeert jaarlijks bijna 15 miljard gulden in onderzoek en ontwikkeling. Dat de kwaliteit van het Nederlandse onderzoek in internationale vergelijkingen goed is, danken we volgens Hermans aan investeringen die al geruime tijd geleden zijn gepleegd. Hermans wil nu investeren in vernieuwing, zodat ook in de toekomst de kwaliteit goed is. Verstarring in het bestel, problemen rond personeelsbeleid en de stapeling van beleid bedreigen de creatieve ruimte in de onderzoekssector. Minister Hermans heeft vijf thema’s aangegeven aan de hand waarvan hij deze bedreigingen wil pareren.

1. Ruimte voor eigen verantwoordelijkheid: naar een transparant onderzoeksbestel
De overheid kan en wil niet alle onderzoek sturen. Daarom wil zij ruimte geven aan zelfregulering. De minister blijft verantwoordelijk voor de ‘staat van het onderzoek’ in het algemeen. Publieke onderzoeksorganisaties en universiteiten krijgen een grotere autonomie. In plaats van een tweejarige cyclus krijgt het wetenschapsbeleid nu een vierjarige cyclus. In vierjarige strategische plannen stellen instellingen hun prioriteiten en kiezen ze hun eigen profiel. De plannen van onderzoeksinstellingen toetst de minister. Op basis van die plannen verdeelt de minister de subsidies in de onderzoeks- en wetenschapssector. De individuele plannen van de universiteiten toetst hij niet. NWO (Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek) benut de strategische plannen van universiteiten voor haar vernieuwingsbeleid.
Bij die grotere autonomie hoort een heldere verantwoording over de besteding van de middelen en de bereikte doelen. Die zullen jaarlijks worden getoetst. Op die manier wil Hermans tot een transparanter onderzoeksbestel komen.

2. Onderzoek als carrière
Onderzoekers hebben onvoldoende carrièreperspectief. Creativiteit en jong talent krijgen niet genoeg kansen. Dit bedreigt het onderzoeksbestel. Dit bestel is zelf verantwoordelijk voor een uitdagend personeelsbeleid. NWO maakt een bedrag vrij voor de bevordering van in- en doorstroom van vrouwen. Dit bedrag loopt op tot 1,5 miljoen gulden per jaar in 2002. OCenW legt daar jaarlijks een bedrag bij dat oploopt tot 0,5 miljoen gulden in 2002.

3. Investeren in kennisopbouw
Niet zozeer kwaliteit maar vooral flexibiliteit en vernieuwingsvermogen zijn aandachtspunten van het voorgestelde beleid van Hermans. Het langetermijngerichte vernieuwend onderzoek heeft lange tijd onder druk gestaan. Daarom ontwikkelt Hermans samen met de Vereniging Samenwerkende Nederlandse Universiteiten (VSNU), de Koninklijke Nederlandse Akademie voor Wetenschappen (KNAW) en NWO een Vernieuwingsimpuls. Doel is meer fundamenteel vernieuwend onderzoek. De eerste aanzet daarvoor bereikt over enkele jaren een niveau van 75 miljoen gulden per jaar. OCenW stelt een bedrag beschikbaar dat oploopt tot 25 miljoen gulden, waarvan 10 miljoen gulden extra beschikbaar komt uit de OCenW begroting (vanaf 2003). Als er binnen de begroting van OCenW extra ruimte beschikbaar komt, dan wil Hermans deze inzet verhogen. NWO zal een bedrag oplopend tot 25 miljoen gulden in 2003 vrijmaken. De VSNU matcht deze bedragen met 25 miljoen per jaar uit de middelen die voor de tweede tranche aan de zogeheten toponderzoeksscholen zijn gereserveerd. Reden voor deze herschikking is dat volgens Hermans en de instellingen er meer behoefte aan vernieuwing is dan aan stimulering van kwaliteit via de toponderzoeksscholen.
NWO zal uit het budget voor de Vernieuwingsimpuls programma’s gaan financieren, in de regel voor tenminste vier jaar. Daarbij komt er een extra accent op de alfa- en gammawetenschappen. Daarnaast heeft het Kabinet in de voorjaarsnota (1999) besloten het budget voor hoger onderwijs jaarlijks te verhogen met een bedrag dat oploopt tot 172 miljoen gulden in 2003. In de toekomst zal de KNAW verantwoordelijk zijn voor de verkenningen vanuit wetenschappelijk perspectief. De adviesraad voor het wetenschaps- en technologiebeleid (AWT) krijgt een vergelijkbare verantwoordelijkheid maar dan voor verkenningen van maatschappelijke aandachtsgebieden.
Hermans zal samen met de instellingen een overzicht maken van investeringen die de komende jaren voor onderzoek nodig zijn. Het Kabinet wil uit het Fonds Economische Structuurversterking voldoende financiële ruimte reserveren voor investeringen in langetermijngericht vernieuwend onderzoek.

4. Aandacht voor maatschappelijke consequenties van wetenschap en techniek
Minister Hermans wil extra aandacht voor communicatie over wetenschap en technologie. Hij stelt bijvoorbeeld een jaarlijkse prijs van 100.000 gulden beschikbaar voor het beste communicatieplan op wetenschapsgebied.
Het nationale wetenschaps- en technologiecentrum newMetropolis krijgt een eenmalige bijdrage voor educatieve activiteiten van OCenW van 4,5 miljoen gulden. Met de bijdragen van het ministerie van Economische Zaken (ook 4,5 miljoen) en de gemeente Amsterdam (2) wordt een doorstart mogelijk op basis van het voorliggende bedrijfsplan van newMetropolis. Voorwaarde is wel dat er een adequate regeling getroffen wordt met de schuldeisers.

Er bestaat een spanning tussen creatieve ruimte bij onderzoek en ethische overwegingen. Hermans verwacht dat onderzoekers hun verantwoordelijkheid daarin nemen. De minister van OCenW krijgt een belangrijkere rol bij wet- en regelgeving over ethische vraagstukken rond wetenschap. De KNAW is gevraagd een procedure te ontwikkelen waarmee geschillen beslecht kunnen worden over wetenschappelijk onderzoek dat in opdracht van derden is uitgevoerd.

Deel: ' Meer eigen verantwoordelijkheid en vernieuwing wetenschap '




Lees ook