VSNU

16 juni 1999

Onderzoekbeoordeling Onderzoekschool AWSB:
Meer samenhang vereist tussen onderzoekprogramma's

Een meerderheid van de onderzoeksprogramma's van de onderzoekschool Arbeid, Welzijn en Sociaal-economisch (AWSB) is kwalitatief redelijk tot goed. Ook is het algemene oordeel over de onderzoekschool positief. Met name het multidisciplinaire karakter, geeft een duidelijke meerwaarde aan de onderzoekschool. De onderlinge samenhang van de onderzoekprogramma's laat echter nog te wensen over. Dit zijn enkele bevindingen van een internationale beoordelingscommissie onder leiding van prof. dr. D. Pieters (Katholieke Universiteit Leuven). Het werk van de commissie heeft een enigszins experimenteel karakter, aangezien er nog nooit eerder een onderzoekschool als geheel is beoordeeld binnen het kwaliteitszorgsysteem van de VSNU. Op 16 juni overhandigt de commissie haar rapport aan de voorzitter van de VSNU, prof. drs. M.H. Meijerink.

De interuniversitaire onderzoekschool Arbeid, Welzijn en Sociaal-economisch Bestuur (AWSB), kent 12 onderzoekprogramma's die zowel multi- als interdisciplinair van opzet zijn. Dit gegeven kenmerkt het experimentele karakter van de beoordeling het best. Beoordelingen in het VSNU-systeem volgen namelijk in het algemeen de grenzen van disciplines of afgebakende wetenschaps-gebieden. Daarnaast is dit de eerste keer dat een onderzoekschool als geheel is beoordeeld door een VSNU-commissie.

Verbeterpunten
Op een aantal programma's na was de commissie tevreden over de onderzoekprestaties van AWSB. Met name de nadruk op het multidisciplinaire onderzoek en de onderliggende samenwerkingsverbanden beschouwt de commissie als een belangrijke meerwaarde van de onderzoekschool. Veel lof is er ook voor de opleidingsfunctie van AWSB. Toch kan het op een aantal vlakken beter. Te beginnen met een versterking van de Europese en internationale oriëntatie van de onderzoekschool. Ook kan het multidisciplinaire en interdisciplinaire karakter van AWSB nog verder versterkt worden. De commissie stelt hierbij de volgende voorwaarde: " ....... dat het multidisciplinaire en interdisciplinaire onderzoek gegrondvest moet worden op een zeer stevige monodisciplinaire basis."

Interne coherentie
De commissie constateert dat de opdeling in twaalf onderzoekprogramma's niet voor alle betrokkenen even helder is. Deze opzet bevordert ook niet de onderlinge samenhang van programma's. De commissie adviseert dan ook om af te stappen van de onderverdeling in programma's en te kiezen voor een algemene open structuur, waarbinnen concrete samenwerkingsprojecten gestimuleerd kunnen worden. Als de programma-structuur gehandhaafd blijft, dan zal de interne coherentie sterk verbeterd moeten worden. Voorts pleit de commissie voor een eenvoudige en meer transparante structuur van de onderzoekschool als geheel.

Personeelstekort
Het gebrek aan goede (jonge) onderzoekers treft ook AWSB. Het kost de onderzoekschool erg veel moeite om goede onderzoekers als AiO's en OiO's aan te trekken. Vooral jonge onderzoekers op het gebied van de economie en de rechtsgeleerdheid zijn schaars. De commissie spreekt haar bezorgdheid uit over deze ontwikkeling. Het hoge niveau van het Nederlandse onderzoek komt hierdoor in gevaar. De commissie is van mening dat de overheid dringend maatregelen moet treffen om kwaliteitsverlies te voorkomen.


Deel: ' Meer samenhang vereist tussen onderzoekprogramma's AWSB '




Lees ook