Openbaar Ministerie

8 februari 1999

Meerjarenplan OM: OM wil het strafrecht doeltreffend inzetten

Het openbaar ministerie (OM) wil de beperkte strafrechtelijke capaciteit gericht inzetten op die terreinen waar dat maatschappelijk het meest nodig is. Een gevolg daarvan is dat het OM op andere terreinen soms 'nee' zal moeten verkopen. Dat maakt het College van Procureurs-Generaal, de landelijke leiding van het OM, duidelijk in het vandaag gepresenteerde meerjarenplan ' Perspectief op 2002'. Het OM gaat de komende jaren extra investeren in de 1% meest gevoelige strafzaken. Er staan maatregelen op stapel om strafzaken sneller af te doen. Als het aan het OM ligt krijgen, de politie en het bestuur meer mogelijkheden om zelf overtredingen en lichte misdrijven te schikken.

Toenemende druk

Het College constateert dat de rechtshandhaving onder spanning staat. Er is aan de ene kant een grote behoefte in de samenleving om tekorten in de handhaving weg te werken, aan de andere kant is de afdoening van zaken zwaarder geworden.

Volgens 'Perspectief op 2002' kan thans niet van een evenwichtige en voldoende rechtshandhaving gesproken worden. Hoewel op vele terreinen tekorten in de handhaving aanwezig zijn, is dat overigens niet altijd even ernstig. Daarom moet rekening gehouden worden met de relatieve ernst van het handhavingstekort . Echter, ook bij de aanpak van zware delicten haalt de rechtshandhaving niet steeds een voldoende. Een tekort in de handhaving komt helaas ook nog voor bij delicten die wel aanzienlijke gevolgen hebben op het functioneren van burgers, bedrijven en instellingen. Voorbeelden daarvan zijn inbraak en zware inbreuken tegen het milieu.

De roep om meer of betere handhaving is daarom van vele kanten te horen. Op zich zijn dit alle begrijpelijke verlangens. Samen leiden ze tot een aanzienlijke druk op het OM.

Die druk op het OM wordt vergroot doordat de afdoening van zaken voor de rechter meer inspanning vergt. Deze ontwikkeling is onder meer een gevolg van de vergrote aandacht voor het slachtoffer, de inspanning op het gebied van ontneming, Europese jurisprudentie met betrekking tot het verhoren van getuigen, de toename van het aantal megazaken, de internationalisering van de misdaad met als gevolg bijvoorbeeld de toename van het aantal rechtshulpverzoeken en de grotere behoefte aan tolken.

Evenwichtige rechtshandhaving

Vanwege de grote spanning tussen wat wenselijk en mogelijk is, moet het OM nadrukkelijk kiezen Daarbij zoekt het OM een optimaal maatschappelijk rendement met de schaarse beschikbare middelen. Centraal staat daarbij de vraag hoe het strafrecht het meeste kan bijdragen aan de veiligheid van de burger en de integriteit van de samenleving.

Bij het maken van de noodzakelijke keuzen hanteert het OM het volgende referentiekader.
I. Voorop staat de oriëntatie op het recht en de rechter. Dat betekent dat het OM geen afspraken maakt die een hypotheek leggen op de behandelingen ter zitting, noch kan het OM zich laten leiden door deelbelangen.

II. Voorrang krijgt de handhaving van normen waarvan de overtreding een ernstige bedreiging vormt voor het leven en de vrijheid van burgers, voor het functioneren van de democratische samenleving, voor de integere werking van de rechtsstaat en voor de algemene veiligheid van burgers en goederen. Dit geldt bijvoorbeeld voor doodslag en moord voor ernstige sexuele delicten en vrijheidsberoving, maar ook voor vormen van corruptie en georganiseerde misdaad .

III. Bij de handhaving van minder zwaarwegende normen staat een gerichte inzet van het strafrecht voorop:
a. Voorrang krijgt de aanpak van dadergroepen die stelselmatig delicten plegen of van plaatsen en tijdstippen waarop delicten geconcentreerd zijn.
b. Voorrang krijgt de aanpak van normschendingen waar een goede balans is gevonden tussen strafrechtelijke handhaving en andere vormen van handhaving door burgers en/of bestuur.

'Nee' verkopen

Het OM gaat dus voorrang geven aan de handhaving op die terreinen, waar aan de voorwaarde is voldaan dat burgers, bedrijven en bestuur hun mogelijkheden (gaan) benutten om delicten tegen te gaan.. Als er preventieve maatregelen zijn genomen zoals technische preventie en preventief toezicht of corrigerende bestuurlijke acties, zoals (het dreigen met de) de intrekking van een vergunning. Onder die voorwaarden kan het strafrecht effectief zijn als aanvulling of als stok achter de deur.

Onderwerpen waaraan naar verhouding een te gering maatschappelijk belang is verbonden of omdat het strafrecht niet effectief is bij de aanpak, krijgen geen gerichte aandacht. Het OM zal dan 'nee' verkopen, tenzij er duidelijk indicaties zijn om toch tot vervolging over te gaan, zoals bij een aanhouding op heterdaad.

'Compliance'

* Vooral op het terrein van de organisatiecriminaliteit liggen er mogelijkheden om de eigen verantwoordelijkheid van overtreders te stimuleren opdat herhaling uitblijft. Vaak wordt op dergelijke vormen van criminaliteit gereageerd met een transactieaanbod of een geldboete. Effectiever is het om, zeker bij organisaties die zich herhaaldelijk of op grote schaal schuldig maken aan delicten, te bekijken of de leiding bereid is om verplichtende afspraken te maken over te treffen maatregelen die tot schadeherstel en wetsnaleving leiden. In de vervolging van de (rechts)persoon wordt dan door het OM nadrukkelijk rekening gehouden met in dat kader tot stand gekomen 'compliance regelingen'. Het OM zal onderzoek doen naar de mogelijkheden op dit terrein.

Investeren in de meest gevoelige zaken

Extra zorg is vereist voor de 1% maatschappelijk meest gevoelige zaken., omdat de doorwerking van onzorgvuldigheden een groot effect heeft op het vertrouwen in de werking van het strafrecht. Het is daarom goed maatregelen te treffen die een extra zorgvuldige behandeling moeten waarborgen. Daarbij valt te denken aan:
* Organisatie van voldoende aandacht voor en continuïteit in de behandeling;


* Toetsing van cruciale beslissingen in het opsporingsonderzoek;


* Organiseren van de wijze waarop (de kring rond) het slachtoffer en de media tegemoet worden getreden.

Sneller recht

* Het OM zal er naar streven om in 2002 minstens 40% van de strafzaken binnen 10 weken nadat het proces-verbaal tegen de verdachte is op gemaakt op de zitting te brengen.


* Niet alle zaken kunnen snel worden afgedaan. De parketten zullen steeds een balans zoeken tussen de vereiste zorgvuldigheid en de gewenste snelheid.


* Wezenlijke elementen hierin zijn:


* Afspraken met de politie dat het OM de zaak kan beoordelen als het proces-verbaal is opgemaakt of zelfs al eerder.


* Directe beoordeling door het OM of de zaak zich leent voor snelle afdoening en zo ja, directe beslissing over seponeren, aanbieding transactie of onmiddellijke uitreiking van de dagvaarding.


* Afspraken met de advocatuur opdat deze zich tijdig kan voorbereiden en met reclassering en raden voor de kinderbescherming opdat deze snel kunnen beginnen met hun rapportage.


* De mogelijkheden om gebruik te maken van snelrecht (afdoening binnen enkele dagen) of supersnelrecht (binnen één dag) zijn beperkt, maar verdienen wel de aandacht.


* Om de zaaksafdoening te versnellen wil het OM ook op zoek gaan naar een uitbreiding van de mogelijkheden om de politie en het bestuur bij lichte delicten misdrijven een transactie te laten aanbieden.

Gebiedsgericht werken

* Een van de uitgangspunten van de reorganisatie is dat het OM een sterke band moet hebben met de lokale omgeving. Die band komt vooral tot uiting in de vorming van gebiedsgebonden teams binnen de parketten.


* Het OM heeft slechts geringe mogelijkheden om daarnaast fysiek aanwezig te zijn in de verschillende wijken, districten of gemeenten van een arrondissement. De hoofdofficieren zullen een keuze maken afhankelijk van de lokale behoeften en omstandigheden. Onder bijzondere omstandigheden kan het gewenst zijn een speciaal Justitie in de Buurtbureau te starten. Daarnaast kan het OM kiezen voor aansluiting bij de wijkbureaus van de politie of voor een vooruitgeschoven post in de vorm van een nevenvestiging in een grote gemeente binnen het arrondissement om het aantal vestigingsplaatsen te vergroten.

Behoud en versterking van specialistische kennis
* Het OM moet specialist zijn op vele terreinen zoals georganiseerde misdaad, milieu, fraude, economie, luchtvaartongevallen, oorlogsmisdaden, verkeersovertredingen en discriminatie. Bij het organiseren van de specialistische kennis weegt de continuïteit zwaar. Om het verloop tegen te gaan bij officieren met bijzondere vakkennis, heeft het OM aparte loopbaanpaden opgezet voor specialisten.


* Het is onmogelijk om alle specialismen bij alle parketten in voldoende mate voorhanden te hebben. Weliswaar kennen de parketten naast de gebiedsgerichte teams aparte eenheden voor 'bijzondere zaken', maar met buiten de grote parketten loopt men al snel tegen de grenzen aan van de mogelijkheden om deskundigheid adequaat te organiseren. Daarom gaat het OM specialistische kennis samenbundelen, in expertisecentra en in samenwerkingsverbanden tussen de parketten.

Deel: ' Meerjarenplan OM Strafrecht doeltreffend inzetten '




Lees ook