Universiteit van Utrecht

Freudenthal Instituut

Meisjes blijven lager scoren in rekenonderwijs basisschool

In het rekenonderwijs op de basisschool blijven de prestaties van meisjes jaar op jaar achter bij die van jongens. Een onderzoek naar de rekenscores uit de jaren ’93, ’94 en ’95 van de CITO Eindtoets Basisonderwijs onder 5000 scholen wijst dit uit. In ongeveer de helft van de scholen lag het gemiddelde van jongens hoger. In de andere helft lagen de scores dicht bij elkaar en slechts op een enkele school overtrof het gemiddelde van de meisjes dat van de jongens. Het onderzoek is uitgevoerd door het Freudenthal Instituut van de Universiteit Utrecht samen met de Vakgroep Onderwijsstudies van de Universiteit Leiden, in opdracht van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.

Om zicht te krijgen op de mechanismen die van invloed kunnen zijn op de prestatieverschillen is op veertien geselecteerde scholen nader onderzoek gedaan. Daarbij zijn verschillen naar voren gekomen in de manier waarop rekenopgaven worden aangepakt en in de motivatie. De jongens scoorden onder andere beter bij opgaven die een beroep doen op de ervaringskennis over getallen, op kennis van maten uit het dagelijks leven en bij opgaven waar een handige strategie mogelijk is. Meisjes deden het relatief beter bij opgaven waarbij nauwkeurig gerekend moest worden en bij opgaven waarvoor een bekende standaardprocedure bestaat. De jongens keken vaak positiever tegen hun reken-wiskundevaardigheid aan dan de meisjes.

Observaties in de groepen 8 van vier scholen leverden ook verschillen op in de manier van lesgeven. Voor al deze klassen gold dat de jongens meer beurten kregen dan de meisjes. De klassen waar de meisjes het relatief goed deden, kenmerkten zich door een veilig klassenklimaat. Er was sprake van een ordelijke sfeer met overzichtelijke, sociale regels. Ook werden in deze klassen de meeste vragen gesteld en werden er meer denkpauzes ingelast. De didactiek in deze klassen kenmerkte zich verder door een heldere uitleg. In de klassen waar de gemiddelde score van de jongens hoger lag, waren daarentegen vaker bepaalde tekorten in de didactiek aan te wijzen.

Vanuit deze bevindingen doen de onderzoekers een aantal aanbevelingen ter verbetering van de situatie. Je veilig voelen in de klas is er daar een van. Respect voor je medeleerlingen en elkaar niet uitlachen zijn hierbij de sleutelwoorden. Daarnaast moet vooral meisjes worden duidelijk gemaakt dat er ruimte is om iets uit te proberen, zonder dat ze daar meteen op worden beoordeeld. Fouten maken is onderdeel van het leerproces, en van elkaars fouten steek je ook weer wat op. Ook pleiten de onderzoekers voor een meer actieve deelname van de leerlingen aan het onderwijs: zelf dingen onderzoeken, vragen stellen, oplossingen bedenken en verbanden leggen.

‘Verschillen tussen meisjes en jongens bij het vak rekenen-wiskunde op de basisschool’.

Eindrapport MOOJ-onderzoek.
Auteurs: dr. M. van den Heuvel-Panhuizen en dr. H.J. Vermeer Uitgave : CD-ß Press, Utrecht, ISBN 90-73346-39-8. Prijs: ƒ40,-.

Informatie: Freudenthal Instituut Universiteit Utrecht, mw.dr. M. van den Heuvel-Panhuizen
tel. 030-26 11611, e-mail: m.vandenheuvel@fi.uu.nl

Communicatie Service Centrum, Heidelberglaan 8, 3584 CS Utrecht, Telefoon (030) 2533550 of 2532572 Mediavragen per Email: UUmedia@csc.usc.uu.nl

Deel: ' Meisjes blijven lager scoren in rekenonderwijs basisschool '




Lees ook