Vereniging Milieudefensie

Persbericht

'Geef geen Wereldbank-geld aan omstreden mega-oliepijplijn!' Milieudefensie start schrijfactie aan Melkert

Amsterdam, 24 februari 2003 --- Milieudefensie en het Georgische Caucasus Environmental NGO Network (CENN) roepen hun achterban op brieven te schrijven aan ex-minister Melkert, die beide landen vertegenwoordigt in het bestuur van de Wereldbank. In de brieven zal Melkert gevraagd worden financiering door de Wereldbank van de omstreden oliepijpleiding Bakoe-Tbilisi-Ceyhan tegen te houden. De aftrap voor deze internationale Earth Alarm-schrijfactie wordt gegeven tijdens het politiek café 'Door de bank genomen', op woensdag 26 februari, café Dudok, Den Haag (17.30-19.00u). Bij dit politiek café zal Nana Janashia, directeur CENN, aanwezig zijn.

De geplande oliepijpleiding Bakoe-Tbilisi-Ceyhan, die de olieaanvoer van de Kaspische Zee naar Europa en de Verenigde Staten moet veiligstellen, gaat gepaard met grote milieurisico's. Om deze pijpleiding aan te leggen heeft een consortium onder leiding van oliemaatschappij BP met de regeringen van Georgië, Azerbeidjan en Turkije dubieuze contracten afgesloten, die de betrokken bedrijven vrij spel geven. De Wereldbank overweegt dit project met publiek geld te financieren.

Het traject van de pijpleiding voert in Georgië door het Ktsia- Tabatskuri reservaat en langs het Nationaal Park Borjomi (dat op de IUCN-lijst van kwetsbare gebieden staat). De pijpleiding eindigt bij Ceyhan in de Yumurtalik Lagune, een belangrijk vogelgebied en habitat van zeeschildpadden. De olieterminal en tankers zullen ernstige ecologische schade toebrengen aan dit gebied.

De Georgische milieuminister heeft in september 2002 de onafhankelijke Nederlandse Commissie Milieueffectrapportage (Commissie-MER) gevraagd om de MER voor het deel van de pijpleiding in Georgië te beoordelen, omdat ze bezorgd was over de sociale- en milieuaspecten van het project. De MER-commissie concludeerde dat de door BP gekozen route vanuit milieuperspectief de slechtst mogelijke is. In haar rapport constateert de commissie verder dat de MER niet compleet is (essentiële informatie over veiligheid en milieu ontbreekt) en niet inzichtelijk genoeg.

In het contract met Turkije is onder meer vastgelegd dat de bij het consortium betrokken ondernemingen zich niks hoeven aan te trekken van de milieu- en sociale wetgeving van Turkije, nu en in de toekomst. Turkije heeft zich verplicht geen enkele actie te ondernemen die de voortgang van het project zou kunnen schaden, inclusief acties met het oog op de veiligheid en de gezondheid van mensen en het milieu.

Deel: ' Milieudefensie wil geen Wereldbank-geld aan mega-oliepijplijn '




Lees ook