P E R S B E R I C H T

Amsterdam, 3 februari 1998

MILIEUORGANISATIES EISEN VERBOD OP VEELGEBRUIKT SCHIMMELGIF

Greenpeace en Stichting Natuur en Milieu willen dat staatssecretaris Faber van Landbouw het gebruik van twee schimmelbestrijdingsmiddelen op korte termijn verbiedt. Het gaat om middelen met de werkzame stoffen vinchlozolin en carbendazim, die veel gebruikt worden in Nederland. Beide stoffen hebben een verstorend effect op de hormoonhuishouding. Dit blijkt uit wetenschappelijke rapporten van het bureau IndusTox Consult, die in opdracht van de beide milieuorganisaties zijn gemaakt.

Dit jaar zal het College voor Toelating van Bestrijdingsmiddelen (CTB) de toelating van deze stoffen herbeoordelen. Greenpeace en Stichting Natuur en Milieu eisen dat het CTB bij deze herbeoordeling rekening houdt met de hormoonverstorende effecten van deze stoffen. Tot nu toe is dat veel te weinig gedaan. Indien het CTB en staatssecretaris Faber deze stoffen niet verbieden, zullen de milieuorganisaties naar de rechter stappen.

Van carbendazim wordt jaarlijks 50 - 60.000 kilo actieve stof in Nederland gebruikt, van vinchlozolin ca. 16.000 kilo. Uit onderzoeksgegevens blijkt dat vinchlozolin de mannelijke geslachtsontwikkeling zeer ernstig kan verstoren. De toegestane norm is in 1996 met een factor 7 verlaagd op grond van nieuwe gegevens over effecten op de hormoonhuishouding. Op basis van dierproeven veronderstellen wetenschappers dat een dagelijkse opname van 1 mg per kg lichaamsgewicht veilig is. Inmiddels wordt op grond van recent onderzoek aangenomen dat ook deze norm nog te hoog is. Werknemers van bestrijdingsmiddelenproducent BASF blijken al bij kleine hoeveelheden (0,5-14% van de norm) afwijkende hormoonspiegels te hebben. Onderzoeksgegevens over de effecten van carbendazim bij werknemers worden door producent Du Pont geheim gehouden. De stoffen zijn ook schadelijk voor tuinders, omwonenden, consumenten en het milieu.

Volgens de onderzoeksrapporten van IndusTox Consult is nog onvoldoende bekend over de werking van hormoonverstoring. Ook laat onderzoek zien dat het effect van combinaties van hormoonverstorende stoffen een optelling kan zijn van de effecten van afzonderlijke stoffen. Daarom pleiten Greenpeace en Stichting Natuur en Milieu, in navolging op de onderzoekers, voor het weren van hormoonverstorende stoffen volgens het voorzorgprincipe. Dit houdt in dat zolang niet bewezen is dat stoffen geen schade veroorzaken, zij verboden moeten worden.

Deel: ' Milieuorganisaties eisen verbod op veelgebruikt schimmelgif '




Lees ook