Ministerie van Buitenlandse Zaken


Aan de Voorzitter van de Vaste Commissie voor Buitenlandse Zaken van de

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Binnenhof 4

s-Gravenhage
Directie Azië en Oceanië

Afdeling Oost-Azië

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 15 januari 1999
Kenmerk DAO/OA-2/99
Blad 1/1
Bijlage(n) 1
Betreft China/mensenrechten

Zeer geachte Voorzitter,

Onder verwijzing naar de brief van de Griffier Uwer Kamer, d.d. 24 december 1998, kenmerk 2989905060, waarbij gevoegd waren de door het kamerlid Koenders overeenkomstig artikel 134 van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer bij U ingediende vragen, heb ik de eer U als bijlage dezes mijn antwoord op de gestelde vragen te doen toekomen.

De Minister van Buitenlandse Zaken

_________________________________________________________________

Antwoord van de heer Van Aartsen, Minister van Buitenlandse Zaken, op vragen van het Lid Koenders (PvdA) op onderstaande vragen over China/mensenrechten (ingezonden d.d. 24 december 1998).

Vraag 1:

Kent U de berichten over de zware gevangenisstraffen die in China tegen twee van de oprichters van de Chinese Partij Voor Democratie zijn uitgesproken, te weten Xu Wenli en Wang Youcai, en over de detentie van meer dan dertig van haar leden?

Antwoord 1:

Ja. De ontwikkelingen rondom de recente arrestaties en veroordelingen van politieke activisten in China worden dezerzijds nauwlettend gevolgd.

Vraag 2:

Deelt u de mening dat deze gang van zaken een schending van de vrijheid van meningsuiting en de democratische en mensenrechten inhoudt, en ook niet verenigbaar is met het beleid van grotere openheid dat door de Chinese regering de laatste tijd wordt verkondigd, wat ten grondslag ligt aan de toenadering die door de internationale gemeenschap, o.a. de Europese Unie, met de Chinese autoriteiten wordt nagestreefd?

Vraag 3:

Bent u bereid zowel in bilateraal verband als in kader van de Europese Unie bij de Chinese autoriteiten te protesteren tegen deze gang van zaken en de vrijlating van bovengenoemde dissidenten te bepleiten?

Antwoorden 2 en 3:

De Europese Unie heeft naar aanleiding van de recente ontwikkelingen in de mensenrechtensituatie op 16 en op 23 december jl. démarches uitgevoerd bij de Chinese regering. De EU sprak haar diepe bezorgdheid uit over de rechtsgang bij de processen tegen Xu Wenli, Wang Youcai en Qin Yongmin. De EU ging hierbij in het bijzonder in op het ontbreken van toegang tot een advocaat in twee van de drie gevallen, alsmede op de Chinese weigering tot het verlenen van toegang aaninternationale waarnemers. Voorts maakte de EU bezwaar tegen de hoogte van de straffen (11, 12 en 13 jaar gevangenisstraf) en onderstreepte zij dat vreedzame politieke expressie en de vrijheid van vereniging beschermd zijn in de bepalingen van het VN Verdrag voor Burgerlijke en Politieke Rechten, dat in oktober jl. door China is ondertekend. Tenslotte pleitte de EU voor onmiddellijke vrijlating van diegenen die recent zijn gearresteerd of veroordeeld omdat zij van dit recht op vreedzame politieke expressie gebruik hadden gemaakt. In dit verband gaf de Europese Unie op 28 december jl. eveneens een verklaring uit, waarin bezorgdheid over de recente arrestaties en veroordelingen werd uitgesproken en werd aangedrongen op ratificatie van het VN Verdrag voor Burgerlijke en Politieke Rechten, waarin de vrijheid van meningsuiting en van vereniging zijn verankerd.

Vraag 4:

Bent u tevens bereid om in overleg met uw EU-partners te bezien welke maatregelen er, o.a. als onderdeel van de kritische dialoog die de EU met China voert, genomen kunnen worden indien de Chinese regering deze situatie ongewijzigd laat?

Antwoord 4:

Zoals ik reeds in mijn brief d.d. 22 december jl. aan de Voorzitter van de Vaste Commissie voor Buitenlandse Zaken schreef, worden voorafgaand aan de volgende VN Commissie voor de Rechten van de Mens (Genève, maart/april 1999) de ontwikkelingen in de EU-China mensenrechtendialoog gedurende het afgelopen jaar gezamenlijk met de EU-partners geëvalueerd. De daadwerkelijke situatie van de mensenrechten maakt onderdeel uit van deze evaluatie. Ik zegde reeds toe de Kamer van de uitkomst van de evaluatie op de hoogte stellen.

Deel: ' Minister van Buitenlandse Zaken over mensenrechten China '




Lees ook