Ministerie van VWS

Minister voor tijdelijk gebruik dierenorgaan

Minister Borst van VWS ziet onder voorwaarden mogelijkheden voor het implanteren van dierlijke organen in mensen. Een van de voorwaarden waaraan voldaan moet worden is dat gebleken moet zijn dat dit soort transplantaties (xenotransplantaties) een reële behandelingsmogelijkheid vormen. Zo ver is het nog niet. De minister heeft dit de Tweede Kamer laten weten in antwoord op een reeks van schriftelijke vragen over het thema xenotransplantatie. Zelfs als de levensduur van een dierlijk orgaan veel korter zou zijn dan die van een menselijk orgaan, weegt de belasting voor de patiënt om later nog eens een transplantatie te ondergaan van een orgaan dat afkomstig van een menselijke donor in principe ook op tegen het alternatief, aldus Borst. Het alternatief zou zijn dat de patiënt overlijdt.
Minister Borst heeft de Tweede Kamer daarnaast op 7 april in een brief laten weten dat zij niets voelt voor een tijdelijk verbod op xenotransplantaties. De Tweede Kamer had de minister om de brief gevraagd nadat onduidelijkheid was ontstaan over het standpunt van de minister. Dat gebeurde tijdens de behandeling van de begroting van VWS in de Eerste Kamer. De minister schrijft dat zij in de Senaat niet verder is gegaan dan uit te spreken dat indien de Tweede en Eerste Kamer zon verbod willen, zij daar principieel geen bezwaar tegen zal hebben. Zij voegt er aan toe dat zij in de Senaat duidelijk heeft gemaakt zelf niet voor die lijn te kiezen, maar wel voor de lijn van een centrale beoordeling van onderzoeksvoorstellen op het gebied van xenotransplantatie door de Centrale commissie, die in april is ingesteld ingevolge de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen.

Dit artikel is gepubliceerd in VWS Bulletin, nummer 9 van 28 mei 1999.

Deel: ' Minister voor tijdelijk gebruik dierenorgaan '




Lees ook