Ministerie van Financien

Titel: Omzetbelasting en kinderopvang

44. MEDEDELING 44. Heffing van omzetbelasting met betrekking tot kinderopvang

DIRECTIE VERBRUIKSBELASTINGEN

HEFFING VAN OMZETBELASTING MET BETREKKING TOT KINDEROPVANG

Besluit van 22 januari 1996, nr. VB 96/176

zoals dit laatstelijk is gewijzigd bij het besluit van 22 december 1999, nr. VB/1999/2616

In het Besluit van 16 februari 1995, nr. VB 95/634 (Mededeling 34), heb ik - voorlopig voor het jaar 1995 - goedgekeurd dat de heffing van omzetbelasting achterwege blijft met betrekking tot de daadwerkelijke kinderopvang, ook als daarmee winst wordt beoogd. De in § 2 van dat Besluit bedoelde prejudiciële vragen heeft het Hof van Justitie te Luxemburg beantwoord in het arrest van 11 augustus 1995, zaak C-453/93 (Vakstudienieuws 1995, blz. 2932 e.v.). In het arrest van 7 september 1999, zaak C-261/97 (Vakstudienieuws 1999, blz. 4172 e.v.) zijn opnieuw prejudiciële vragen beantwoord inzake de reikwijdte van artikel 13, A, eerste lid, onderdeel g, van de Zesde Richtlijn. Thans wordt in dit verband een wetgevende maatregel voorbereid. Met het oog daarop stem ik er mee in dat de in het Besluit van 16 februari 1995 neergelegde goedkeuring, na de jaren 1996 tot en met 1999, ook in het jaar 2000 wordt toegepast. Voor de in § 5 van dit Besluit genoemde datum van 31 december 1995 kan derhalve worden gelezen "31 december 2000".

De Staatssecretaris van Financiën,

namens deze,

De Plv. Directeur-Generaal der Belastingen,

MR. P.P.W. SWILDENS.

Deel: ' Ministerie van Financien over omzetbelasting en kinderopvang '




Lees ook